Koud landschap van wanstaltige suikerklonten

De nieuwe installatie van Rachel Whiteread voor de Turbinehal van Tate Modern leidt tot zeer uiteenlopende reacties van critici en publiek.

De immense Turbinehal, die toegang biedt tot het Tate Modern-museum, is sinds deze week herschapen in een grillig Arctisch ijslandschap met duizenden witte blokken. Of zijn het onmetelijke hoeveelheden wanstaltig grote suikerklontjes, zoals sommige bezoekers enigszins oneerbiedig veronderstellen?

De reacties op de jongste creatie van de Britse kunstenares Rachel Whiteread lopen zeer uiteen. Sommigen wandelen gefascineerd tussen de enorme stellages van witte plastic afgietsels van kartonnen dozen, anderen zijn er zichtbaar door in verwarring gebracht. ,,Wat heeft dit te betekenen'', vraagt een jonge vrouw misprijzend, terwijl ze vanaf de brug die de hal overspant neerkijkt op de zee van veertienduizend witte blokken.

De maker van het werk laat het aan de toeschouwers over wat ze er in zien. ,,Je vindt wel uit wat het zijn'', aldus Whiteread bij de presentatie tegen journalisten. ,,Maar het kan wel even duren.''

Whiteread is de zesde kunstenaar sinds de opening van Tate Modern in 2000 die de opdracht kreeg op kosten van sponsor Unilever een kunstwerk te maken voor de reusachtige Turbinehal, een ruimte die ettelijke malen groter is dan de Sixtijnse kapel. ,,Sommige kunstenaars hebben in het verleden wel geklaagd dat het een ontmoedigende opgave is'', aldus Ruth Findlay, woordvoerster van het museum. Eerdere kunstenaars die de hal mochten inrichten waren de Indiër Anish Kapoor, die een kolossale bloem vervaardigde, en de IJslander Olafur Eliasson, die een gloeiende zon ontwierp.

Whiteread (42) geeft de bezoekers in een tekst bij haar kunstwerk enig houvast hoe ze is gekomen tot haar werk, dat ze de titel Embankment (Kade) heeft gegeven. Nadat haar moeder een paar jaar geleden onverwachts was overleden, stuitte ze bij het opruimen van het ouderlijk huis op veel oude dozen. Eén versleten doos in het bijzonder riep dierbare herinneringen op. Die stond vroeger in Rachels kinderkamer en werd onder meer gebruikt om de kerstversieringen in te bewaren.

Het leven van de kunstenares werd op dat moment ook anderszins door dozen bepaald doordat ze zelf net was verhuisd. Elke doos bevatte andere voorwerpen met andere herinneringen. Of zoals ze in een interview met het dagblad The Guardian zei: ,,Ik zat in dit nieuwe huis en was letterlijk niet in staat mijn leven uit te pakken, het leven van mijn moeder, het leven van mijn ouders.''

De doos was geen nieuw fenomeen in het werk van Whiteread. Grote faam verwierf ze in 1993 met House, een levensgrote sculptuur van een huis dat ze ontleend had aan een woning uit het arme Londense East End. Het huis leek te zijn opgebouwd uit doosvormige betonblokken. Het leverde haar als eerste vrouw uit de geschiedenis de hoog gewaardeerde Turner-prijs op. Ook nadien bleven doosvormige sculpturen van tijd tot tijd opduiken in haar oeuvre.

Daarnaast heeft Whiteread zich voor Embankment naar eigen zeggen laten inspireren door een scène uit de film Raiders of the lost Ark van Steven Spielberg. Daarin is op een zeker moment een gigantisch pakhuis te zien met grote aantallen kratten. Ook een reis naar het Arctisch gebied speelde een rol.

De critici zijn het niet helemaal eens over het belang van het werk. Rachel Campbell-Johnston, critica van The Times, stelt dat Whiteread met Embankment eigenlijk alleen voortborduurt op eerder werk, zij het op een veel grotere schaal. Ze wijst erop dat Whiteread eigenlijk een kunstenares is van de `negatieve ruimte' doordat ze vaak afgietsels maakt van reële objecten. Richard Dorment van The Daily Telegraph is aanmerkelijk positiever. ,,Geen enkel ander werk van hedendaagse kunst heeft me in jaren zo overweldigd met zijn stralende schoonheid als dit.'' Maar, schreef Tom Lubbock van The Independent, ,,wanneer je ertussen staat, duurt het niet lang tot je merkt dat de vormen, hoe hoog ook, in het geheel niet dramatisch zijn. Er zit geen aspect van ondergang of duizeling in. Je moet je inspannen om iets dynamisch of apocalyptisch te voelen.''

Ook de bezoekers zijn verdeeld. ,,Het spreekt me aan'', zegt Dee Carter, een vrouw van middelbare leeftijd, ,,omdat het gemaakt is van zoiets alledaags als dozen. Het werk geeft je wel een koud gevoel met al die witte blokken.'' Haar man Tom, een stedenbouwkundige, is net zo enthousiast. ,,Zulke blokken vormen een heel fundamenteel bouwelement. De hele twintigste eeuwse kunst is bezig geweest met de vorm van dingen en die zoektocht zet Whiteread voort. De manier waarop ze de blokken heeft opgesteld doet me denken aan computer-graphics. Er gaat een zekere stabiliteit van uit.''

Twee pas afgestudeerde studentes van de kunstacademie in Edinburgh zijn minder lovend. ,,Haar vroegere werk sprak me meer aan'', zegt Colette Coleman. ,,Het was persoonlijker. Dit is een beetje te veel een herhaling. Ik heb het gevoel dat Whiteread achteruit gaat in plaats van vooruit.'' Haar vriendin Rosamund West vindt het ,,te massaal''.

In april volgend jaar wordt het immense werk onverbiddelijk afgebroken en gerecycled. Whiteread zelf treurt er niet om. Er is volgens haar hoe dan ook al te veel kunst in omloop. Het is goed als alleen de herinnering aan Embankment in het geheugen van mensen gegrift blijft.