Kleurrijk talent

De universitaire staf is een wit bolwerk. Een subsidiepot voor allochtone promovendi moet daarin verandering brengen.

ACHTER DE GESLOTEN deur vullen testpersonen vragenlijsten in op de computer. Ze zitten in een steriel hokje, want tijdens dit psychologisch onderzoek mogen ze door niets of niemand beïnvloed worden. Door spionnetjes in de acht deuren die in een grijze hal uitkomen, houdt assistent in opleiding (aio) Dennis Bleeker (28) van de Universiteit Leiden de proefpersonen nauwlettend in de gaten.

Bijna een jaar is Bleeker, zelf van Surinaamse afkomst, bezig met zijn promotieonderzoek. Hij onderzoekt het effect van ondersteuning uit de eigen etnische groep op de motivatie en latere carrière van allochtonen. Bleeker behoort tot de eerste lichting talentvolle afgestudeerde allochtonen die van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het ministerie van Onderwijs een promotiebeurs van 180.000 euro heeft gekregen. Met dit zogeheten Mozaïek-programma wil NWO de doorstroom van allochtonen stimuleren, omdat minderheden in de wetenschap niet of nauwelijks vertegenwoordigd zijn.

De organisatie vindt dat Nederland zich de ondervertegenwoordiging van allochtonen niet kan permitteren. Nodeloos gaat wetenschappelijk talent verloren. Via een strenge selectieprocedure wordt er nu jaarlijks aan een twintigtal allochtonen een beurs uitgereikt. Afgelopen donderdag feliciteerde minister Van der Hoeven de tweede lichting laureaten.

Volgens Wilma van Donselaar, coördinator van het Mozaïek-programma bij NWO, studeren er steeds meer allochtonen af, maar promoveren ze niet of nauwelijks. Terwijl het aantal buitenlanders uit wésterse landen in de universitaire staf toeneemt, is de doorstroom van afgestudeerde immigranten uit niet-westerse landen problematisch.

Hoogleraar etnische studies Rinus Penninx deed in opdracht van NWO onderzoek naar de samenstelling van de universitaire staf. Precieze cijfers heeft de studie niet opgeleverd. Wel is duidelijk dat de grootste groepen minderheden (Surinamers, Antilianen, Turken en Marokkanen) onder het wetenschappelijk personeel nauwelijks zijn vertegenwoordigd. Volgens Penninx is de doorstroom slecht, omdat het allochtonen vaak aan een goed netwerk ontbreekt. ``Zij komen uit een milieu waar academisch studeren niet gebruikelijk is. Daardoor hebben ze minder begeleidingsmogelijkheden en dat betekent minder kansen.''

achterstandswijk

Dat is zeer herkenbaar voor Bleeker, die zelf opgroeide in een traditionele achterstandswijk in Den Haag. ``Er is niemand in mijn familie die als begeleider zou kunnen fungeren. Ook voor mijn vader en moeder is de academische wereld onbekend, zo is mijn vader onder andere metaalbewerker geweest en had hij veel moeite een baan vast te houden.''

Het gebrek aan een goed netwerk is niet het enige probleem. Discriminatie speelt ook een rol, veronderstelt Penninx. ``Een curriculum vitae van iemand met een migrantenachtergrond wordt mogelijk toch met enige scepsis bekeken. Een sollicitatiecommissie weegt voordelen en risico's. Onduidelijk is hoe dat exact gaat, maar discriminatie is niet uit te sluiten.'' Met een charmant Máxima-accent vertelt de Kroatische Marija Maric (28) dat ze meerdere malen op een `gewone' promotieplek heeft gesolliciteerd. ``Ik werd de hele tijd afgewezen. In de klinische psychologie heb je altijd veel kandidaten op een promotieplek. Uiteindelijk ging ik twijfelen of het me zou lukken een plek te vinden.'' Na anderhalf jaar kreeg de talentvolle studente via het Mozaïek-programma toch een promotieplaats aan de Universiteit Leiden.

identiteit

Maric is niet de enige allochtoon die graag wil promoveren en bij wie het vinden van een promotieplaats lange tijd niet lukte. ``Voordat we aan het programma begonnen, werd er gedacht dat allochtonen geen belangstelling zouden hebben, omdat we ze niet op promotieplekken tegenkwamen'', zegt Van Donselaar. Dat bleek niet het geval. In twee jaar tijd meldden zich 332 kandidaten aan. Volgens Bleeker wil een grote groep allochtonen heel graag promoveren, maar is het niet gemakkelijk om een eenzame positie te bekleden binnen je eigen groep. ``Culturele identiteit kent allerlei voorschriften. Door te promoveren is het mogelijk dat je niet langer aan die voorschriften voldoet en kan de steun van de groep wegvallen. Op een feestje met andere Surinamers word ik bijvoorbeeld gemeden als het gaat over bijgeloof, folklore of familiebeslommeringen, omdat ik afwijk van de rest.''

Allochtonen tonen dus duidelijke belangstelling voor het programma, en ook de interesse van universiteiten blijkt gewekt. Penninx: ``Het Mozaïek-programma is zeer aantrekkelijk voor de universiteiten. Tegenwoordig kunnen ze voornamelijk subsidie krijgen als ze een groot programma indienen. De subsidiemogelijkheden voor individuele promotieplaatsen zijn sterk afgenomen en het aantal aanvragen is erg groot. De kans op individuele subsidie is minder dan tien procent. Door mee te spelen in de Mozaïek-competitie kunnen universiteiten, via een omweg, toch geld binnenhalen voor promotieonderzoek.''

Dus gaan universiteiten op zoek naar allochtoon talent, ziet ook Mozaïek-coördinator Van Donselaar. ``Universiteiten gaan scouten om zoveel mogelijk plekken te krijgen. De Vrije Universiteit kreeg vorig jaar de meeste plekken toegewezen en sleepte bijna een miljoen euro binnen. Andere universiteiten hebben daarop actie ondernomen. Dit jaar heeft Leiden de meeste laureaten.''

Een trotse winnaar, zo noemt rector magnificus Douwe Breimer van de Universiteit Leiden zich. Van de tweeëntwintig plaatsen werd bijna éénderde toegewezen aan studenten van zijn universiteit. ``We hebben binnen de universiteit mensen die scouten. Zij kijken welke studenten het heel goed doen. Niet alleen qua prestatie, maar ook qua motivatie.'' Maric werd ook gescout door de universiteit. ``Ik werd aangesproken door iemand van de universiteit of ik mee wilde doen. Tijdens het hele proces ben ik ontzettend geholpen door mijn begeleiders van de universiteit.''

Annemarie Kneppers, beleidsmedewerker bij de Vrije Universiteit en belast met talentbeleid, geeft toe dat er nu voor het eerst specifiek naar die groep wordt gekeken. ``We hadden wel speciale wervingsprogramma's, maar daarin was geen bijzondere aandacht voor allochtoon talent.'' Net als de Universiteit Leiden scout de VU nu op allochtoon talent. Volgend jaar wil de VU weer beter scoren in de competitie en daarom is er tijdens het decanenoverleg gesproken over de extra aandacht die nodig is voor de volgende ronde. Kneppers: ``We hebben ons kruit nog niet verschoten.''

Zowel de VU als de Universiteit Leiden zijn het er over eens dat talent voor een goede profilering van de universiteit belangrijk is. Breimer: ``Universiteiten willen de beste mensen. Het is per definitie zonde als daarin niet alle groepen – dus ook allochtonen – vertegenwoordigd zijn.'' Van Donselaar hoopt dat universiteiten nu het licht hebben gezien. ``Het is jammer als de universiteit een wit bolwerk zou blijven. Het is voor verschillende groepen moeilijk zichzelf te identificeren als ze niemand van hun eigen groep terugzien. Bovendien genereert diversiteit betere ideeën, dat zie je bij multinationals ook.''

zelfstandig

Waarschijnlijk zullen er tot 2007 Mozaïek-rondes plaats vinden. Daarna wordt het programma opgeheven. Het is de bedoeling dat universiteiten zelfstandig doorgaan. Om dat in de gaten te houden, wil het ministerie van Onderwijs dat universiteiten jaarlijks inventariseren hoe het gesteld is met de etnische samenstelling van hun personeel.

Als het Mozaïek-programma stopt, moeten negentig allochtonen aan een promotie zijn geholpen. Volgens Penninx is dat kleine aantal toch van waarde. ``Het heeft een symbolische waarde als studenten in de loop van de jaren laten zien dat ze een mooi proefschrift kunnen schrijven. De doelgroep krijgt rolmodellen die hebben laten zien dat het kan. Zij kunnen, net als bij voetballers, als inspiratie dienen voor de groep die nog moet komen.''

Bleeker wil graag zo'n rolmodel zijn. ``Ik geloof in steunnetwerken. Je kunt aan andere allochtonen laten zien dat je dezelfde waarden hebt, maar dat toch kan combineren met een leven in Nederland. Het is belangrijk om het gevoel te hebben dat er mensen zijn die net als jij die voor de wetenschap kiezen en geaccepteerd worden. Het gevoel dat je niet alleen staat, dat je niet de enige bent die het doet, is belangrijk.'' Even later bekijkt hij in zijn werkkamer op de universiteit geroutineerd de resultaten van zijn eerste experimentele onderzoek in de computer. Als een volleerd wetenschapper vat hij de voorlopige resultaten samen. ``De cijfers lijken er op te wijzen dat steun uit de groep noodzakelijk is.''