Irak dreigt de kant op te gaan van Joegoslavië

Er zal moed voor nodig zijn om te erkennen wat zich voor onze ogen afspeelt en niet de hersenschim te blijven najagen van een Iraakse eenheidsstaat.

De Iraakse ontwerpgrondwet zal in het referendum van morgen waarschijnlijk worden goedgekeurd. Maar of hij al dan niet wordt aangenomen is uiteindelijk niet van belang, omdat de grondwet – en het hele grondwetsproces – geen enkele rekening houdt met de realiteit van een land dat als coherent politiek lichaam niet meer bestaat.

Het probleem schuilt niet in de grondwet, maar in de algemene opvatting – bijna een idée fixe – dat Irak een levensvatbare moderne nationale staat is, waarvan de goede werking alleen maar afhangt van de juiste politieke instellingen. Maar dat is een misvatting, en de verantwoordelijke leiders zouden eens over alternatieven moeten gaan nadenken.

De staat Irak, gesticht in de jaren '20 door Britse imperialistische plannenmakers (onder leiding van Winston Churchill), is een vreemd samenraapsel van drie onvergelijkbare provincies uit het oude Osmaanse rijk: Mosul in het noorden met een Koerdische meerderheid, Bagdad in het midden met een soennitisch-Arabische meerderheid, en Basra in het zuiden met een sjiitisch-Arabische meerderheid.

Om hun eigen politieke redenen gaven de Britten de soennitische Arabieren – nooit meer dan 25 procent van de bevolking – de macht over het hele land en haalden ze zelfs een soennitisch-Arabische hasjemitische prins van buiten om over hun schepping te regeren.

Sindsdien kon het land alleen met ijzeren vuist bij elkaar worden gehouden: de Iraakse geschiedenis is vol sjiitische, Koerdische en zelfs christelijk-Assyrische opstanden, allemaal bloedig neergeslagen door de heersende soennitische minderheid. Het moderne Irak is al zijn hele geschiedenis lang de grootste onderdrukker van de Arabische landen. Het bewind van Saddam was hoogstens het meest barbaarse in een lange reeks soennitische regimes.

Het was deze soennitische hegemonie – en niet alleen die van het Ba'athistische bewind van Saddam – die door de Verenigde Staten omver is geworpen. Maar gelet op de Iraakse geschiedenis en bevolkingssamenstelling is de Amerikaanse poging om het land tot een functionerende democratie om te vormen op drie punten vastgelopen: de emancipatie van de sjiitische meerderheid, de weigering van de Koerden om hun zwaarbevochten feitelijke ministaat in het noorden op te geven, en de gewelddadige soennitische campagne om elk systeem te ondermijnen waarin zij niet de baas zijn.

De ontwerpgrondwet is een poging om de cirkel te kwadrateren. Het soennitische verzet – een terroristische guerrillaoorlog die in de laatste jaren van het bewind van Saddam goed is voorbereid – zal blijven proberen elke schijn van orde onder de huidige sjiitisch-Koerdische meerderheidscoalitie te ontwrichten. De soennieten zullen doorgaan met hun moordlustige aanslagen op sjiieten, Koerden en de militaire coalitie onder leiding van de VS. Ze zullen het referendum over de grondwet en alle verdere verkiezingen waarschijnlijk boycotten, zoals ze ook de vorige verkiezingen hebben geboycot.

En gezien de wrede logica van hun lange hegemonie in Irak: waarom zouden de soennieten ook willen instemmen met een proces waarin hun minderheidsstatus vooropstaat, vooral als hele delen van het land feitelijk in handen zijn van soennitische rebellen? En waarom zouden de sjiieten zich op hun beurt neerleggen bij een soennitische hegemonie en niet hun eigen politieke structuur opbouwen in het zuiden, gemodelleerd naar wat de Koerden al in het noorden hebben bereikt?

Laten we eerlijk zijn: Irak gaat de kant op van Joegoslavië zoals dat begin jaren '90 uiteenviel. Dit zou erkend en uiteindelijk ook aanvaard moeten worden, ondanks de geldende diplomatieke normen aangaande de onschendbaarheid van de territoriale integriteit van bestaande landen. Natuurlijk zijn zulke normen nuttig. Maar zodra een land uiteenvalt, zoals in Joegoslavië gebeurde, is het niet meer te reden door de opstelling van een grondwet. Grondwetten werken alleen als alle partijen er belang bij hebben om binnen het voorgestelde kader te opereren – en dit is duidelijk niet het geval in Irak. Er is niets heiligs aan het voortbestaan van multi-etnische en multireligieuze landen als de groeperingen waaruit ze bestaan niet willen samenleven.

Integendeel, er kunnen lessen getrokken worden uit het einde van de Sovjet-Unie, Joegoslavië, en zelfs – en misschien wel vooral – Tsjecho-Slowakije, dat zonder geweld wist op te breken. Het huidige Bosnië-Herzegovina daarentegen is een voorbeeld van nog zo'n mislukte poging om een afgetakeld multi-etnisch geheel in stand te houden: het werkt niet en het land wordt alleen bijeengehouden door de bijna dictatoriale macht van de Hoge Vertegenwoordiger van de internationale gemeenschap en de aanwezigheid van buitenlandse troepen.

Het wordt tijd om de werkelijkheid onder ogen te zien: het Koerdische gebied in het noorden functioneert redelijk en heeft zelfs de angst bij Turkije kunnen verminderen dat zijn bestaan het Koerdische probleem in dat land zal verergeren. Als de sjiieten hun eigen staat in het zuiden opbouwen, zouden de soennitische gebieden de kans moeten krijgen om ook hun eigen weg te gaan. Dit is misschien bevorderlijker voor de vrede dan een poging om hun een gehate bezetting of een even gehate sjiitische hegemonie op te leggen. De vorming van drie staten – of zeer autonome gebieden – in plaats van een verenigd Irak voltrekt zich hoe dan ook, grondwet of geen grondwet. Niemand lijkt Humpty-Dumpty Irak weer heel te kunnen maken. Maar er zal moed voor nodig zijn om te erkennen wat zich voor onze ogen afspeelt en niet de hersenschim te blijven najagen van een Iraakse eenheidsstaat. Maar wie de Iraakse realiteit erkent, erkent eigenlijk meteen dat er reden is tot hoop. Net als in het vroegere Joegoslavië hebben de afzonderlijke eenheden die nu ontstaan misschien meer kans om een soort representativiteit – en uiteindelijk een democratisch bestuur te ontwikkelen. Meer dan wanneer de strijdende bevolkingsgroepen in Irak worden gedwongen samen te leven in de gevangenis die het land voor het merendeel van zijn burgers altijd is geweest.

Politicoloog aan de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en oud-directeur-generaal van het Israëlische ministerie van Buitenlandse Zaken.

© Project Syndicate