`In Zuid-Afrika valt niets te verdienen'

Slechts een week was de film `Tsotsi' te zien in de bioscoopzaal van Rosebank in Johannesburg. En dat alleen maar om in aanmerking te komen voor een Oscar. Waarom negeren Zuid-Afrikaanse filmmaatschappijen hun eigen publiek?

De bioscoopzaal onder het winkelcentrum Rosebank in Johannesburg was uitverkocht, avond na avond. Het publiek vrat Tsotsi, een film van eigen bodem over boeven en schoffies. Want dat betekent het woord in plat Zuid-Afrikaans. De bloggers op het internet waren door het dolle heen. ,,Verfrissend om eindelijk eens een film te zien zonder blanken'', vond X. ,,De film heeft mijn hart gebroken'', reageerde Hanabi. ,,Ik zag mijn eigen leven: de bedelaars, de buppies (black yuppies), de smerissen, de travestieten aan de bar.''

Leuk, die hartelijke reacties van het Zuid-Afrikaanse publiek, maar niet relevant. Dat vond de distributeur althans, die Tsotsi na zeven dagen van het scherm haalde. ,,De vertoning was niet meer dan een formaliteit'', legt co-producent Paul Raleigh uit op zijn kantoor in Johannesburg. ,,Om te kunnen kwalificeren voor een Oscar, categorie buitenlandse films, moet de film tenminste een week te zien zijn in eigen land. Aan die regel hebben we ons gehouden.''

Minachten Zuid-Afrikaanse filmmakers hun eigen publiek? Tsotsi reist nu de wereld over, won het filmfestival in Edinburgh en de publieksprijs in Toronto en zal binnenkort wel te zien zijn in de Verenigde Staten waar Miramax de film gaat distribueren. ,,We moeten realistisch zijn'', licht producent Raleigh toe. ,,De Zuid-Afrikaanse markt vertegenwoordigt minder dan een halve procent van de wereldmarkt. Hier gaan we het grote geld niet verdienen.''

Dat principe irriteert menig filmliefhebber in Zuid-Afrika. De film Drum, over het roemruchte antiapartheidstijdschrift uit de jaren vijftig, won in maart dit jaar Afrika's grootste filmfestival Fespaco in Ouagadougou, maar het duurde ruim vijf maanden voor Zuid-Afrikanen met eigen ogen konden zien of die prijs terecht was.

,,Ik geloof dat de filmmakers bang zijn voor de reacties in eigen land'', zegt John Matshikiza, columnist en zoon van een van de oprichters van het tijdschrift. Ondanks de juichende reacties in het buitenland, werd Drum in eigen land kil ontvangen. Matshikiza kreeg hoog oplopende ruzie met de regisseur van Drum, Zola Maseko, nadat de regisseur de adviezen van de familie had genegeerd.

De hoofdfiguur in de film, de journalist Henri Nxumalo die door het apartheidsregime werd vermoord, werd gespeeld door de gespierde Amerikaan Taye Diggs, die hoorbaar moeite had om een Zuid-Afrikaans accent te imiteren. Het resultaat dreef Matshikiza tot een column onder de kop: `Hun zwarten zijn beter dan de onze', waarin hij woest constateert dat de Zuid-Afrikaanse geschiedenis op het filmdoek kennelijk alleen door buitenlanders verteld kan worden: Denzel Washington als Steve Biko in Cry Freedom, Samuel L. Jackson en Juliete Binoche in Country of My Skull (naar het boek over de waarheidscommissie van Antjie Krog), Sydney Poitier als Mandela in Long Walk to Freedom (moet nog verschijnen).

Zo maken Amerikaanse acteurs een ,,parodie'' van Zuid-Afrika's geschiedenis, vindt Matshikiza. Maar veel filmmakers zeggen geen andere keus hebben. De gulden regel voor Zuid-Afrikaanse regisseurs die het internationaal willen maken, was de afgelopen jaren: tenminste één buitenlandse ster, en geen ondertiteling. Wie zich daar niet aan houdt, kan rekenen op een flop.

Alleen de mening van het buitenlandse publiek telt, en dat is te begrijpen vindt filmcommentator Barry Ronge. ,,Het Zuid-Afrikaanse publiek weigert naar producten van eigen bodem te kijken.''

Zelfs Yesterday, de aidsfilm die dit jaar werd genomineerd voor een Oscar, kreeg in Zuid-Afrika de zalen niet vol. De enige Zuid-Afrikaanse filmmaker die dankzij publiek in eigen land uit de rode cijfers wist te komen was Leon Schuster, een soort Zuid-Afrikaanse André van Duin op safari.

Toch lijkt de angst voor het maken van een oorspronkelijk Zuid-Afrikaans product langzaam te verdwijnen. UCarmen eKhayelitsha, won de Gouden Beer in Berlijn, ook al werd de verfilmde opera uitsluitend in Xhosa gezongen. In de film Tsotsi spelen alleen Zuid-Afrikaanse acteurs, die feilloos de tsotsi-taal spreken, de taal der dieven, een mengeling van Afrikaans, Zulu en Sotho. Zuid-Afrika krijgt de film eind februari pas weer te zien, als bekend is of de film inderdaad genomineerd is voor de Oscars die in maart worden uitgereikt.