`Ik heb niets te verliezen'

Is Cynthia B. geobsedeerd? Of heeft de vrouw die Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen Lubbers aanklaagde wegens seksuele intimidatie, een punt? Voor het eerst laat Cynthia zich nu zelf uit over de affaire-Lubbers. Haar leven is er bij de UNHRC na het gedwongen vertrek van Lubbers niet gemakkelijker op geworden. ,,Er is niets mis met mij.''

Tot nog toe heette de vrouw die Ruud Lubbers aanklaagde nog enigszins discreet `Cynthia B.' Vanaf nu kan haar achternaam voluit geschreven worden, omdat ze zelf in de openbaarheid treedt. Het is Brzak.

Vanaf 27 april 2004, de dag dat zij Lubbers – toen nog Hoge Commissaris voor de Vluchtelingen in Genève – aanklaagde wegens seksuele intimidatie, heeft ze geen interviews gegeven. Iedere medewerker van de Verenigde Naties tekent immers een `code of conduct', een belofte om collega's en de VN in het algemeen niet publiekelijk door het slijk te halen. Maar eerder deze maand heeft de Amerikaanse Brzak UNHCR laten weten dat ze haar handtekening onder dit document intrekt. Vorige week stuurde haar advocaat een brief naar de Amerikaanse president, George Bush, met het verzoek om de diplomatieke immuniteit van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, Ruud Lubbers en enkele hoge functionarissen bij UNHCR op te heffen. Brzak is van plan om hen allen voor een Amerikaanse rechtbank te dagen. Mocht Bush haar verzoek afwijzen, dan wil ze de grondwettelijkheid van de immuniteit van de VN en VN-medewerkers aanvechten voor een Amerikaanse rechtbank. Volgens de brief aan Bush zet zij deze stap omdat ,,de heer Lubbers en anderen die centraal betrokken zijn bij de VN'', ook na Lubbers' aftreden in februari van dit jaar, ,,zijn doorgegaan met wraak nemen''. Die vergelding ,,duurt tot de dag van vandaag voort''.

Wie is Cynthia Brzak? Vraag het aan tien mensen bij UNHCR, en je krijgt tien verschillende antwoorden. Sommigen vinden dat ze geobsedeerd is, rancuneus zelfs. Anderen denken dat er een verband is tussen de kritiek die de Amerikaanse regering op de VN uitoefent – onder meer in het Olie-voor-voedsel-schandaal – en Brzaks optreden: ze is tenslotte Amerikaanse. Weer anderen zeggen dat de 53-jarige personeelsfunctionaris en vertegenwoordigster van de personeelsraad al bijna anderhalf jaar lang als oud vuil wordt behandeld bij UNHCR, en dat ze wel degelijk een punt heeft. Voor hen is zij een van de weinige klokkenluiders die de moed heeft om het interne justitiesysteem binnen de VN, dat ook internationaal rechtsgeleerden als gebrekkig beschouwen, aan de kaak te stellen. Eén ding is duidelijk: de tweespalt die de affaire-Lubbers binnen UNHCR heeft gezaaid, is niet voorbij.

Brzak draagt een wijd linnen overhemd en een spijkerboek. Ze lacht veel, al komen er ook cynische woorden uit haar mond. Anders dan sommige andere VN'ers die in interne procedureslagen met hun bazen of collega's zijn verwikkeld, vertoont ze geen nerveuze tics of de neiging om een vraag met een ellenlange lezing vol onbegrijpelijk jargon te beantwoorden. Ze woont in Gland, tussen Genève en Lausanne, in een betonnen gebouw dat in drie woonhuizen is opgedeeld. De tuin is lommerrijk en staat vol bloemen. Haar huis is licht en kleurrijk. Overal staan lampjes, kaarsen en snuisterijen. En foto's van haar twee dochters. De één zit op kamers in Lausanne. De andere, die nog thuis woont, komt tijdens het gesprek de trap af om een praatje te maken: een jonge twintiger met halflang donker haar en een open, vriendelijk gezicht. Brzaks tegenstanders hebben vaak op de moeizame relatie tussen moeder en dochter gewezen om aan te tonen dat Brzak ,,instabiel'' was, toen ze haar klacht tegen Lubbers indiende. Vandaag is van enige animositeit tussen de twee vrouwen niets te merken. Brzak leeft al jaren gescheiden van haar echtgenoot. Ze gaat aan de blankhouten eettafel zitten en beantwoordt kalm, voor het eerst sinds het begin van de affaire, alle vragen.

U wilde nooit interviews geven. Waarom bent u van gedachten veranderd?

,,Toen ik de klacht indiende, dacht ik dat ik de meeste kans op gerechtigheid had als ik de regels volgde en me dus stil hield. En ik was bang om mijn baan te verliezen. Maar nu constateer ik dat ik geen gerechtigheid zal krijgen, en dat ik mijn baan sowieso kwijt kan raken. Ik heb niets meer te verliezen.''

Geen gerechtigheid? Lubbers moest ontslag nemen, niet u.

,,Zeker. Maar in plaats van te erkennen dat de hele episode ook moeilijk was voor mij, neemt de organisatie wraak op mij, wegens mijn klacht tegen hem. In mei dit jaar kreeg ik een e-mail van het hoofd personeelszaken, die net was aangetreden, dat mijn baan geschrapt zou worden. Het ging kennelijk om een structurele herziening van een aantal posten, waarvan de mijne er één was. Maar ik was bij mijn weten de enige die zo'n e-mail kreeg. Ook heb ik al sinds 2003 geen functioneringsgesprek gehad, waardoor ik intern niet kan solliciteren op ander werk of aan bepaalde werkgroepen kan deelnemen. Zo'n gesprek heb je elk jaar. Maar ik heb dat van 2004 nog steeds niet gehad. Ik heb mijn baas er meermalen om gevraagd. `Er wordt aan gewerkt', zegt ze dan. Maar er gebeurt niets. En ze schuiven me zonder overleg een hoeveelheid werk toe die geen mens kan doen, ook ik niet. Als ik weiger, is het niet goed. Als ik het aanneem, struikel ik erover en is het ook niet goed. Ik zit in de hoek.''

U denkt dat dit wraak is?

,,Ja.''

Kunt u dat bewijzen?

,,Ik heb alles gedocumenteerd: e-mails, brieven, telefoongesprekken. Dat wil ik aan de Amerikaanse rechtbank voorleggen, om te bewijzen dat het wraak is.''

Maar u heeft uw baan nog steeds.

,,Dat komt, denk ik, doordat ik eind mei een kopie van de e-mail van het hoofd personeelszaken naar de kabinetschef van Kofi Annan heb gefaxt, Mark Malloch Brown. Collega's hebben me verteld dat Malloch Brown daarna het hoofd personeelszaken heeft gebeld en heeft gezegd: `Je moet hier meteen iets aan doen!' Of woorden van gelijke strekking.''

Die zag de krantenkoppen al voor zich?

,,Dat weet ik niet, ik heb hem niet gesproken. Maar snel daarna stuurde Wendy Chamberlin [de Amerikaanse vice-Hoge Commissaris, die Lubbers na diens aftreden verving totdat diens opvolger, de Portugees António Guterres, half juni aantrad, red.] me een e-mail waarin stond dat ze mijn baan toch niet zouden schrappen. Wat voor grondig, weloverwogen `administratief proces' was dat? Schrappen, niet schrappen – ik kan morgen wakker worden en toch weer geen baan hebben.''

Terug in de tijd. Wat gebeurde er op de middag van 18 december 2003?

,,Het nieuwe hoofd van de personeelsraad, Joe Hegenauer, had een vergadering met de Hoge Commissaris en het toenmalige hoofd personeelszaken, Werner Blatter. Het ging om een onderwerp waarover personeel en management het niet eens waren. Omdat Joe nieuw was, vroeg hij mij en twee andere personeelsraadsleden om mee te gaan. We zaten aan de rechthoekige tafel in Lubbers' kamer. De bespreking verliep goed voor ons. Aan het eind stelde de Hoge Commissaris voor om een paar dagen later opnieuw bijeen te komen. Hij zat aan de lange kant van de tafel. Ik zat links naast hem, bij het raam, zijn kabinetschef zat rechts van hem, aan de kant van de deur. Blatter zat recht tegenover mij. De vergadering is afgelopen. Iedereen staat op, behalve Blatter. Mijn collega's lopen naar de deur. Ik moet langs de Hoge Commissaris en de kabinetschef naar de deur. Zij stappen naar achteren om me erdoor te laten. Als ik langs Lubbers loop, legt hij zijn handen van achteren op mijn middel. Hij trekt me naar zich toe en duwt zijn kruis tegen mijn billen. Zo houdt hij me, zwijgend, ongeveer vijf seconden vast. Dan laat hij los. Ik loop gauw naar de deur, de anderen achterna.''

U zegt niets?

,,Nee. Ik wring me ook niet los. Ik ben met stomheid geslagen. Verlamd. Ik kijk Blatter recht in zijn gezicht, aan de andere kant van de tafel. Die kijkt me totaal verbijsterd aan. Zijn mond zakt open. Vijf seconden. Dan loop ik naar de deur, de gang op, naar de lift, waar mijn collega's staan. Blatter komt achter me aan. We nemen de lift naar beneden. Daar zegt Blatter: `Ik zag wat de Hoge Commissaris deed.' Hij grijpt me, en doet het nog eens over. Ik spring weg. De anderen staan erbij en zien het. Maar niemand zegt iets. Ik ook niet.''

Waarom niet? Was u beschaamd?

,,Nee. Ik ben niet iemand die overal meteen het goede antwoord op heeft. Ik ben niet snel. Ik filter dingen, alles moet bezinken voor er een reactie komt. Zo ben ik. Een paar dagen later staan de drie personeelsraadsleden en ik beneden bij de lift voor de tweede vergadering met de Hoge Commissaris. Blatter komt aanlopen. Tot mijn verbazing komt hij recht op me af en probeert me wéér te grijpen. Ik spring weg achter Joe, die zo groot is als een basketballer. Ik gebruik hem als schild. Blatter probeert het linksom, rechtsom. Joe denkt misschien dat het een spelletje is, ik weet het niet. Blatter geeft het op. Dan zegt hij: `Ik doe alleen maar wat de Hoge Commissaris heeft gedaan'. Ik zeg: `Maar Werner, waarom kwam je niet voor me op, daarboven? Waarom zei je niets? Jij bent directeur personeelszaken.' Hij antwoordt: `So?' En stapt in de lift en gaat in zijn eentje naar boven.''

Wat zeiden uw collega's?

,,Niets. Ik ook niet. Ik heb er twee maanden geen woord over gezegd. Zelfs niet tegen mijn beste vriendin of mijn moeder. Ik verkeerde in een staat van totale ontkenning. Ergens wist ik misschien dat er problemen zouden komen als ik het wèl liet bestaan. Het ging om de baas van UNHCR. Een oud-premier.''

Het duurde vier maanden voordat u uw klacht indiende. Velen vonden dat niet geloofwaardig.

,,Dat kan ik me wel voorstellen. Mensen zeiden ook: `52 jaar, seksuele intimidatie? Kom op, zeg!' Ik dacht ook dat het alleen mooie jonge vrouwen overkwam. Maar ik denk niet dat mensen te hard moeten oordelen over de manier waarop anderen reageren als ze worden aangevallen. Want het was een aanval, op mijn waardigheid. Het gebeurde niet in een café, maar tijdens een professionele vergadering.''

Hoe kwam het dan toch tot een klacht?

,,In februari 2004 was ik in New Mexico. Daar, middenin de natuur, kwam het boven. Wat als ik weer een vergadering heb met die mannen? Blatter was mijn baas. Wat als hij naar mijn verdieping komt, om half zeven 's avonds? Springt hij dan weer op me? Het was drie keer gebeurd. Ik wist niet of ze het hierbij zouden laten. Terug in Genève heb ik advies gevraagd van collega's. Ik wilde geen klacht indienen, ik wilde excuses. Velen zeiden: `excuses krijg je niet.' Een ex-collega die zich bij ons met gelijke kansen had beziggehouden en nu bij de Wereldbank werkt, zei dat ze genoeg van dit soort situaties had meegemaakt en dat je dit niet informeel kon afhandelen. De keus was volgens haar: laten vallen, of de formele weg bewandelen. Dat overtuigde me.''

Volgens Lubbers ging het om `een vriendschappelijk gebaar', meer niet.

,,Onzin. Het is nogal beledigend om te denken dat vrouwen het verschil niet weten tussen een vriendschappelijk gebaar en seksuele intimidatie.''

U klaagde niet alleen Lubbers aan, maar ook Blatter.

,,Ja. Wat Blatter deed, was net zo onvergeeflijk als wat Lubbers deed.''

Beiden ontkenden het, al zei Blatter wel tegen OIOS, de onderzoeksdienst van de VN die de zaak in mei 2004 kwam uitspitten, dat Lubbers `al te familiair' was geweest.

,,Ja. Maar volgens het OIOS-rapport, dat in juni af was, was mijn verhaal geloofwaardig. Het rapport beschuldigde Lubbers bovendien van pogingen om het onderzoek te beïnvloeden door met getuigen te praten, ofwel van machtsmisbruik. De conclusie van het rapport was dat hij de integriteit miste om UNHCR te runnen. Ook moesten er garanties komen dat er geen wraak werd genomen.''

Is het waar dat u dat rapport niet heeft mogen lezen?

,,Dat klopt. Het is me in september 2004 per post gestuurd. Anoniem. Het blijft een raadsel dat Annan zo'n vernietigend rapport naast zich heeft gelegd.''

Dat was op 15 juli 2004. Lubbers kreeg een reprimande, maar mocht aanblijven. Ook Blatter ging vrijuit. Volgens Annan was er niet genoeg bewijs. Hoe reageerde u daarop?

,,Het was een nare tijd. De hele organisatie keerde zich tegen mij. Het was meteen: kill the messenger. Al tijdens het onderzoek had Lubbers zijn versie van de gebeurtenissen onder het personeel verspreid, en in de pers. Ik moest mijn mond houden. Collega's keken de andere kant op als ik eraan kwam of maakten rotopmerkingen. Niemand vroeg wat mijn kant van het verhaal was. Wendy Chamberlin zong tijdens een vergadering van het hogere management: `Stand By Your Man, Tell The World You Love Him'. Op 15 juli kwam onder-secretaris-generaal Catherine Bertini, naar Genève. Zij vroeg Lubbers, waar de hele UNHCR-top bij zat, uit naam van Kofi Annan of hij wilde beloven om geen wraak te nemen tegen mij of de mensen die mij geholpen hadden. Hij stond op en zei tegen Bertini: `Mevrouw, ik ben slecht behandeld. Ik kan niets beloven,' en liep de deur uit. Niemand sprak hem daar kennelijk op aan. Dit voorjaar vroeg ik Kamel Morjane, tot voor kort de nummer drie bij UNHCR [nu Tunesisch minister van Defensie]: `Waarom deden jullie niets? Waarom waren jullie zo partijdig?' Zijn antwoord was: `Cynthia, we waren bang. Je hebt geen idee hoe moeilijk het voor ons was, daarboven.' Volgens hem ging Lubbers behoorlijk tekeer.''

`Daarboven' is de zevende verdieping, waar de UNHCR-top zit?

,,Ja.''

U diende die zomer nog twee klachten in, onder meer wegens Lubbers' uitspraken over u in de pers. U ging ook in beroep tegen de beslissing van Annan. Toen, in november 2004, trok u alles in. Waarom?

,,Omdat ik merkte dat het VN-systeem me geen gerechtigheid bood. Ik dacht, waarom ga ik hiermee door? Doorvechten binnen dit systeem zou een jaar of vijf kosten. Dat zouden zware jaren worden. Zou de secretaris-generaal, wie het ook zou zijn, aan het eind van de rit wéér zo'n soort beslissing vellen, omdat dat [de organisatie] beter uit zou komen? Ik zag het nut er niet meer van in.''

Klopt het dat UNHCR u in die periode probeerde over te plaatsen naar Jordanië?

,,Er was van alles tegelijk aan de gang. Twee collega's probeerden een verzoeningsbijeenkomst tussen Lubbers en mij te regelen. Het plan was: ik zou mijn klachten intrekken, hij zou excuses maken. Ze hebben drie dagen heen en weer gepraat. Maar hij weigerde.''

Wat weigerde hij, om u te ontmoeten of om excuses te maken?

,,Beide. En in die week bood één van de bemiddelaars, de voormalige kabinetschef van Lubbers, mij een missie naar Amman aan voor drie tot zes maanden.''

Dat weigerde u.

,,Ja. Ik liet me niet wegjagen. Daarbij waren er in december verkiezingen voor de personeelsraad. Ik wilde herkozen worden. Dat is ook gebeurd.''

Was de VN-top betrokken bij uw beslissing om uw klachten in te trekken?

,,Niet dat ik weet.''

In het OIOS-rapport worden vier andere vrouwen genoemd, die anoniem zeiden dat ze ook door Lubbers waren lastiggevallen. Kent u hen?

,,Nee. Men heeft me nooit gezegd wie het waren. Ik ben er ook niet achteraan gegaan. Ik wilde niet het verwijt krijgen dat ik aan het stoken was.''

Was u tevreden, toen Lubbers in februari aftrad?

,,Ja en nee. Ergens luchtte het op. Maar er werd expliciet bijgezegd dat hij níet vertrok om wat hij met mij had gedaan, in december 2003. Nee, het was alleen omdat hij de zaak niet kon laten rusten, en zo voor controverse bleef zorgen. Kijk, het was niet mijn doel om hem weg te krijgen. Mijn doel was: erkenning krijgen voor wat er met mij gebeurd was. De VN hebben een politiek van nul-tolerantie voor intern wangedrag. Dat moet ook, als je de rest van de wereld spiegels voorhoudt over mensenrechten en dergelijke. Ik wil dat die regels worden uitgevoerd, of het nu gaat om peacekeepers die kinderen verkrachten, humanitaire werkers die seks vragen in ruil voor een voedselpakket of hoge managers die tijdens vergaderingen vrouwen lastig vallen. Maar dat gebeurt niet. Zo blijft de boodschap: je bent wel gek als je een klacht indient, als je tenminste je baan wilt houden.''

Dus Lubbers' vertrek loste niets op, en Blatters pensionering even later ook niet?

,,Nee, het gedonder ging door. Met mijn baan die ze wilden schrappen, met het functioneringsgesprek dat maar niet kwam, met de werkdruk die alsmaar wordt opgevoerd. Na Lubbers' vertrek, in maart, kwam het nieuwe hoofd van de personeelsraad naar me toe: Lubbers' zuster wilde me ontmoeten. Hij zakte op zijn knieën en smeekte me om erop in te gaan. Ik heb dat niet gedaan. Maar het stoorde me dat een collega zich ermee bemoeide. Wat heeft hij ermee te maken? Waarom zet hij me onder druk? Een week later ontdekte men dat Lubbers voor zijn aftreden vertrouwelijke medische informatie over mij en mijn dochter had gebruikt in een brief aan de VN-top in New York. Er kwam een intern onderzoek, om uit te vinden of de bedrijfsarts hem die informatie had gegeven. Dat sleepte maanden aan [en werd in juni afgesloten wegens gebrek aan bewijs, red.]. Dit soort dingen hindert mij, kunt u zich daar iets bij voorstellen?''

Raakt u niet geobsedeerd, zo langzamerhand?

,,De organisatie is geobsedeerd, niet ik. De mensen om mij heen blijven ermee bezig. Ik heb geprobeerd om de zaak achter me te laten. Ik heb mijn klachten ingetrokken. Ik heb die verzoeningsbijeenkomst met Lubbers niet geweigerd.''

Maar u kunt lastig zijn. Toen Annan in april bij UNHCR was, stelde u hem een bittere vraag over zijn beslissing in juli, waar al het personeel bij was.

,,Dat had hij gemakkelijk kunnen vermijden. Ik heb hem meermalen om een ontmoeting gevraagd, en die is me steeds geweigerd. Ik was trouwens niet de enige die Annan scherpe vragen stelde. Eén van de problemen van het VN-leiderschap is dat ze nooit eens gaan zitten om dingen uit te praten. Ze verstoppen zich. Ook de nieuwe Hoge Commissaris wil mij niet ontmoeten.''

Ze willen het boek dicht doen. Dat is toch begrijpelijk?

,,Zeker. Maar dat wil ik ook. Ik wil dit achter me laten. Doorgaan met mijn werk. Maar dat kan ik alleen maar als de organisatie toegeeft dat er een probleem is, en ervoor zorgt dat het eens ophoudt. Die verzekering krijg ik niet.''

Bent u een agent van de Amerikaanse regering, zoals sommige mensen zeggen?

,,Ik heb twee keer contact gehad met Amerikaanse overheidsfunctionarissen. De eerste keer was 25 jaar geleden, toen ik een vast contract kreeg bij UNHCR. Ik wilde weten of ze Amerikanen bij de VN hielpen met loopbaanbegeleiding. Het antwoord was nee. De tweede keer was vorig jaar, om hulp te vragen bij mijn zaak. Dat wilden ze niet. Ik dacht: thanks a lot, guys.''

En dat was alles?

(lacht),,Ik kan u vertellen dat ze meer onder de indruk waren van het feit dat Lubbers zijn salaris terugstortte in de VN-kas, dan van mijn verhaal.''

Lubbers heeft gesuggereerd dat u onder psychiatrische behandeling stond wegens problemen met uw dochter. Dat zou uw beoordelingsvermogen hebben aangetast.

,,Ik ben onder behandeling geweest omdat mijn dochter ernstig ziek was. Ik was de enige niet, in de familie. Ze ging bijna dood.''

Was dit vlak voor de bewuste middag in december?

,,Ze werd begin 2003 ziek. Eind 2003 was ze weer op de been.''

Wat was er met haar? Liep u in december nog bij de psychiater?

,,Ik ga er niet verder op in. Lubbers wilde het relevant maken, maar daarmee wás het nog niet relevant. Eind 2003 waren mijn dochter en ik in goede gezondheid.''

Kunt u niet wat meer zeggen. Als u denkt dat Lubbers' aantijgingen onjuist waren.

,,Ze waren onjuist! Er was niets mis met mij. Dat heeft OIOS vastgesteld, dat hebben collega's vastgesteld die door OIOS zijn ondervraagd. Ik heb in 2003 een prima werkbeoordeling gehad. Die kan ik u laten zien, als u wilt. Verder weiger ik af te zakken tot het niveau van mensen die vrouwen die seksueel worden belaagd, automatisch `instabiel' of `geobsedeerd' noemen.''

Denkt u heus dat de George Bush de immuniteit van topfunctionarissen van de VN opheft? Dat heeft geen enkele Amerikaanse president ooit gedaan.

,,U bedoelt: besef ik dat ik een precedent schep? Ja, dat besef ik. Bush heeft de macht om dat te doen. Diplomatieke immuniteit voor de VN is in de jaren veertig ingesteld. Als VN'ers in een land bezig zijn met mensenrechten, nucleaire inspecties of humanitair werk, dan kan het niet zo zijn dat de regering dat niet leuk vindt en hen zomaar voor het gerecht sleept. Immuniteit is dus nodig om de VN te laten functioneren. Maar ze dient niet om misdrijven van VN'ers onderling of tegen derden onbestraft te laten.''

De VN hebben hun eigen, interne justitiesysteem om daarmee af te rekenen.

,,Exact. En dat functioneert niet. Ik ben niet de enige die dat heeft ondervonden. Daarom vraag ik Bush: er is een wet in uw land die het u mogelijk maakt om de VN-immuniteit op te heffen, wilt u die gebruiken? Zo ja, dan kan ik naar een Amerikaans hof met mijn zaak.''

En als hij weigert?

,,Dan zou hij accepteren dat VN'ers per definitie boven de wet staan. Ik weet niet wat hij zal doen. We hebben nog niets gehoord.''

Een kopie van de brief aan Bush is naar Annan gestuurd. Heeft hij gereageerd?

,,Nee.''

Bent u bitter geworden over de VN?

,,Nee. De VN brengen licht op duistere plekken, overal ter wereld. De meeste personeelsleden doen hun werk met hart en ziel. Ik ben wel teleurgesteld in het leiderschap van de VN. Zij moeten het goede voorbeeld geven. En dat doen ze niet altijd.''

`De organisatie neemt wraak vanwege mijn klacht tegen Lubbers'