Hollands dagboek: Paul Mijksenaar

Wie Paul Mijksenaar (61), hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft en oprichter van Bureau Mijksenaar. Mijksenaar is getrouwd met Ellen en heeft twee zoons.

Waarom Paul Mijksenaar maakt samen met collega Piet Westendorp de opening mee deze week van de tentoonstelling `SAFE: Design Takes on Risk' in het Museum of Modern Art in New York (MoMA).

Schrijft `Ook hier tonen de Amerikanen zich van hun beste zijde: open, hartelijk, enthousiast en dankbaar voor je bijdrage aan een mogelijke oplossing voor hun problemen.'

Zaterdag 8 oktober

Omdat ik na mijn bezoek aan het MoMA doorvlieg voor een bespreking op Washington Dulles International Airport waar onze Amerikaanse vestiging `Mijksenaar Arup Wayfinding' onlangs de opdracht in de wacht sleepte om de bewegwijzering te herzien (onze grootste opdracht-in-een-keer ooit), wordt de middag besteed aan het uitzoeken van alle stukken die mee moeten. Niet te veel, want dat levert onhandelbare zware koffers op, al is de KLM altijd heel tolerant (in ieder geval voor goede klanten). Maar ik schaam me altijd een beetje voor al die arme luchthavenmedewerkers die er mee moeten sjouwen. Verder natuurlijk de gebruikelijke zaterdagklussen zoals boodschappen doen en voor de laatste maal dit jaar, het gras maaien. Samen met de buren die op hetzelfde idee gekomen zijn. Het is dus een geweldig gegons van maaimachines die het gebulder van de op Schiphol aanvliegende vliegtuigen ruimschoots overtreffen.

Van het MoMA goedkeuring per email gekregen voor een foto-sessie ten behoeve van dit dagboek, samen met Paola Antonelli, de conservator Architecture and Design die de tentoonstelling SAFE samenstelde. Dat ik Paola goed ken (wij ontwierpen vorig jaar de belettering voor de winkel van het vernieuwde MoMA; zie foto) heeft ongetwijfeld geholpen want men is met alles wat de pers betreft heel strikt en wil alles in eigen hand houden.

Zondag

Inpakdag. Morgen vlieg ik voor de zoveelste maal naar het verrukkelijke New York, de enige stad naast Amsterdam waar ik soms heimwee naar heb. Hoe vaak ik ook reis, de spanning is er altijd. De theorie over het ontstaan van stress leert dat men terugvalt in routinematig gedrag. Verander dus nooit iets spontaan aan de verdeling van alle reisbenodigdheden over de verschillende koffers, tassen en kledingstukken, zodat alles direct voor het grijpen is.

Royaal op tijd komen helpt ook en Schiphol is geen slechte plek om te wachten, al wordt mijn zwak voor nieuwe gadgets altijd zeer op de proef gesteld. Gelukkig is er in New York straks de verleidelijke Apple Store in Soho waar men nu al maand in maand uit dagelijks in de rij staat voor de aanschaf van de nieuwste iPod; een verkoper vertelde me dat menigeen van elke versie er één bezit (en verdomd, ik heb er ook inmiddels twee!). Voor echte freaks is er Tekserve (119 W 23rd Street), een soort kliniek voor zieke computers, waar men met zijn sukkelende Apple computer liefdevol wordt opgevangen door begrijpende computernerds. Er hoeft alleen te worden betaald als er daadwerkelijk ook gerepareerd wordt, niks geen `onderzoekskosten'! Tussendoor enkele dringende emails geschreven, het is verbazingwekkend hoeveel er diezelfde zondag nog beantwoord worden; het lijkt wel of iedereen ononderbroken `online' is, zelfs in het weekeinde. Ook samen met Delftse collega en onderzoeker Piet Westendorp nog een persbericht gemaakt en verspreid, met name gericht op de interne communicatie binnen de Technische Universiteit Delft. Mijn vader – in leven persvoorlichter van de Gemeente Amsterdam – leerde me dat je een persbericht zó moet schrijven dat men bij het betreffende nieuwsmedium alleen nog de begin- en slotzin hoeft aan te passen maar de rest van het bericht ongemoeid laat; volgens mijn vader uit luiheid. Maar daar heb ik nu even de tijd en het geduld niet voor (mijn luiheid inderdaad); ik vertrouw op mijn collega's van de universiteit.

Maandag

De vroege KLM-vlucht naar New York genomen. Na het inchecken om zeven uur nog een foto-sessie met het Japanse lifestyle tijdschrift PEN, natuurlijk onder onze mooie gele borden! Ik vraag me wel eens af of Schiphol zich wel realiseert dat hun wereldwijd bewonderde bebording hun grootste branding identity vormt, meer nog dan logo of huisstijl.

Gelukkig (voor mij) is het vliegtuig niet vol en heb ik de luxe van een lege stoel naast me. In plaats van het vreselijk dure business class vliegen, vroeg ik me af of ik in het vervolg beter twee zitplaatsen kan kopen, zo duur is het niet naar New York. In het vliegtuig gepiekerd over de rondleiding door de tentoonstelling die Piet en ik volgende week maandag zullen verzorgen. We hadden gerekend op een voordracht, geïllustreerd met afbeeldingen en geleerde schema's waarbij ons beperkte Engels niet zo opvalt. Maar het MoMA geeft de voorkeur aan een rondwandeling. We hebben besloten om zondag een en ander vooraf in ogenschouw te nemen wat de rest van de expositie ons aan aanknopingspunten biedt en van daaruit te improviseren.

Bij aankomst op vliegveld Newark bij wijze van uitzondering geen lange rij voor de paspoortcontrole (plus het maken van vingerafdrukken en een foto) en dus in een wip naar buiten in de taxi naar Soho waar ons kantoor aangenaam gesitueerd is en collega Elise de Jong de scepter zwaait. Eerst de hand-outs afmaken die ik morgen bij de persconferentie wil uitreiken. De rest van de middag met Elise de planning en inhoud voorbereid voor de presentatie die we op 7 november moeten geven voor de staf van Dulles Airport. Interessant aan deze opdracht is dat de opvallende luchthaven in 1962 ontworpen is door Eero Saarinen en tegenwoordig als historisch landmark bescherming geniet. Dat wil zeggen met talloze restricties voor eventuele wijzigingen en uitbreidingen. Aan ons de uitdaging er met behoud van het eigen historische karakter toch een effectieve bewegwijzering voor te ontwerpen.

's Avonds op tijd naar bed want voor mij is het inmiddels eigenlijk al diep in de nacht.

Dinsdag

De dag van de opening. Om 1 uur begint de voorbezichtiging door de pers waar we als bruikleengever ook voor zijn uitgenodigd. Maar eerst naar kantoor om de hand-outs te printen en een begin te maken met het draaiboek voor Dulles na een meeting met onze Amerikaanse projectleider Jonathan Drescher. Dan fluks de taxi in naar het MoMA, al ben je er in Manhattan lopend meestal sneller.

De opkomst van de pers is overweldigend, ook voor New Yorkse begrippen. Tientallen cameraploegen achtervolgen conservator Paola Antonelli, aangevuld met tientallen vertegenwoordigers van de schrijvende pers. Zoals ik al dacht, valt onze bescheiden inzending in het niet tussen alle opzienbarende objecten zoals tenten, beschermende kleding, sportkleding voor moslima en zelfs een surveillance vliegtuigje en een veilige auto.

Opvallend veel Nederlandse inzendingen van Dre Wapenaar (tent), Twan Verdonck, John Mulder en Rob de Boer (Mojo dranghek), Carolien Vlieger en Hein Van Dam, Cindy van den Bremen en de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde.

Probleem van elke design-tentoonstelling is dat niks voor zichzelf spreekt of, als het al heel bekend is, voor kennisgeving wordt aangenomen. Alles wordt uitgebreid uitgelegd in lange bijschriften en ik schat in dat alleen het lezen ervan een uurtje of twee in beslag neemt. In de fraaie catalogus komt onze bijdrage beter voor het voetlicht en die beklijft ten slotte, ook als de expositie allang ter ziele is.

Tussen de persconferentie en de openingsceremonie die om 6 uur 's avonds begint, even de MoMA-winkel in die we vorig jaar beletterd hebben. Een bescheiden klus met enkele even bescheiden maar effectieve oplossingen waarmee ik soms net zo tevreden ben als het ontwerp van de bewegwijzering voor een heel vliegveld.

Omstreeks zes uur vormt de toestroom van vele honderden (!) genodigden al een rij tot aan de hoek van de volgende avenue en worden dranghekken geplaatst en dat alles voor een design-tentoonstelling! Een van de aardige eigenschappen van de USA is het gemak waarmee netwerken kunnen worden gebouwd en uitgebreid. Ik kom dan ook veel bekenden tegen, al is de drukte en het lawaai zo overweldigend dat ik na een uur of twee bekaf ben. Na een laat souper bekaf het bed in.

Woensdag

De hele dag op ons kantoor wat niet slecht uitkomt want buiten is het opnieuw hondenweer, terwijl echtgenote Ellen mij dagelijks monter aan het prachtige nazomerweer in Holland herinnert. Voorbereiding op onze ontmoeting morgen met de staf van het Museum of Arts & Design – het vroegere American Crafts Museum (schuin tegenover het MoMA) – waar we op uitnodiging van conservator Dorothy Globus die ik nog ken van het Cooper-Hewitt Museum, iets zullen vertellen over onze aanpak van bewegwijzering. Men gaat een nieuw en groter museum bouwen op Columbus Circle (niet ver van het Lincoln Center waarvoor we samen met ontwerpbureau 2x4 de bewegwijzering ontwerpen als onderdeel van een grootscheepse `revitalization' door het architectenduo Diller + Scofilio). Wie weet komt er werk uit voort, ongetwijfeld met een bescheiden budget, dat we nooit vanuit Amsterdam zouden kunnen uitvoeren, maar als je toch al in New York zit, een interessante aanvulling is op de grote en langdurige klussen waar we op mikken, zoals vliegvelden, subway stations en dergelijke. We merken in Amerika op dat werken voor bijvoorbeeld het MoMA en het Lincoln Centre, veel prestige oplevert en je op die manier weer verder helpt.

Donderdag 13 oktober

De laatste dag alweer van dit dagboek, al is mijn bezoek aan New York nog lang niet voorbij.

Emails achtervolgen je overal ter wereld en zelfs de meest summiere reacties vergen ook nu weer de eerste anderhalf uur. Ondertussen wordt de door Elise ingestelde Hollandse `droppot' geplunderd door onze collega's van Arup. Zo maak je nog eens vrienden! Tegen lunchtijd vertrekken we voor onze presentatie voor het Museum of Art & Design. Ook hier tonen de Amerikanen zich van hun beste zijde: open, hartelijk, enthousiast en dankbaar voor je bijdrage aan een mogelijke oplossing voor hun problemen. Dat wil niet zeggen dat je vanzelf tot zaken komt, maar er is niets tegen aangename en beschaafde omgangsvormen.

Dan terug naar kantoor, deze laatste regels ingetypt en met een druk op `send' is het weg naar de redactie van deze krant.