Gezocht: vrije geesten

Maartje Duin bestrijdt de eenzaamheid in Los Angeles met een gedurfde oproep op internet - en organiseert een samenkomst

Een tijdje terug had ik weer eens moed verzameld om een impuls te geven aan mijn sociale leven. De truc in Los Angeles is om je eigen groep te vinden. Je subcultuur, je getto. Tot dusver is mij dat nooit gelukt. De leesclub leest onverteerbare boeken, de fietsclub is alleen voor homo's, de gaarkeuken geeft me een gevoel van maatschappelijk nut maar verder niets, en wat deel ik met Nederlanders behalve een taal?

Op internet zette ik een oproep. Gezocht: onafhankelijke geesten. ,,Ik woon nu bijna drie jaar in dit land. Ik heb Democraten, Republikeinen, kabbalisten, Mormonen, communisten, born agains, Ayn Rand-aanhangers en boeddhisten ontmoet'', schreef ik. ,,Ik vind dat allemaal aardige mensen. Maar waar zijn de onafhankelijke geesten? Graag zou ik me aansluiten bij een groep.''

Aan het eind van de dag had ik vijf reacties. Van een soortgelijke groep had niemand gehoord, maar, opperde een van hen: ,,Waarom richten we er zelf niet een op?'' Ze was Amerikaanse met Duitse ouders en noemde zich existentialist. ,,Ja, waarom niet?'' schreef een Kroatische, ,,Die christenen pakken dat veel slimmer aan dan wij.'' ,,Dan kunnen we meteen de vraag behandelen waarom sommige mensen liever zelf een groep oprichten dan zich aansluiten bij een bestaande,'' schreef een Iraniër vanuit het andere eind van de stad. Ook een Mexicaanse promovendus en een Koreaanse Amerikaan waren enthousiast.

Ik zag een gezelschap van wereldburgers voor me. Lege wijnflessen, vuisten op tafel, bulderend gelach tot diep in de nacht. ,,Laten we elkaar zondag treffen'', stelde ik voor. ,,Dan zit toch niemand van ons in de kerk.''

Dat bleek lastig. De Iraniër had verplichtingen elders, de existentialiste een verjaarsfeestje. De Kroatische haakte bij nader inzien af en ook de promovendus liet niets meer van zich horen. Alleen de Koreaanse Amerikaan was elk moment beschikbaar. Hij was net in LA komen wonen en kende hier niemand.

Pas drie weken later vond de eerste bijeenkomst plaats in een restaurant bij mij om de hoek. Drie kwartier rijden voor de Iraniër en de Koreaanse Amerikaan, maar de volgende keer zouden de existentialiste en ik carpoolen naar hun gedeelte van de stad.

De existentialiste bleek eind dertig en getatoëerd; de Koreaanse Amerikaan droeg een gouden kettinkje. De Iraniër liep met een wandelstok. Hij was natuurkundige, werkloos want arbeidsongeschikt. Ik was de jongste.

Uit mijn tas viste ik een uitgeprinte versie van de Universele Verklaring van de Rechten voor de Mens. ,,Ik dacht, als we nou elke week één artikel doornemen, weten we aan het eind hoe de ideale maatschappij eruit ziet.'' Een geweldig idee, vond de existentialiste. ,,Zo komen we ergens.'' De Iraniër had zijn bedenkingen. Als het aan hem lag, bespraken we de ene week de Big Bang en de andere week Intelligent Design. Persoonlijke dilemma's mochten ook aan bod komen. ,,Zolang we alles maar kunnen onderbouwen met wetenschappelijk toetsbare feiten.'' Liever sprak hij ook af in een Starbucks coffeeshop dan op dit soort rumoerige terrasjes. ,,Je weet hoe Starbucks opereert in ontwikkelingslanden?'', vroeg de existentialiste. ,,Ik vraag het maar even.'' De Koreaanse Amerikaan zweeg.

De volgende dag stuurde ik iedereen notulen. ,,In ons groepje was sprake van een tweedeling. Sommigen wilden structuur, anderen neigden naar anarchie. We zullen moeten zoeken naar een compromis.''

Ik kreeg een mail terug van de existentialiste. ,,Even tussen jou en mij'', schreef ze, ,,maar ik weet niet of we dit wel democratisch moeten aanpakken. Heb jij zin om helemaal naar de andere kant van de stad te rijden voor mensen die iets anders willen dan jij? Als jij de moeite neemt om een groep te beginnen, mag je toch zelf de agenda bepalen?''

Daar zat wel iets in. Ik stuurde er een bericht achteraan. ,,Mensen, ik geloof dat mijn ideale maatschappij een milde dictatuur is. Kortom: we volgen mijn aanpak en we spreken af in mijn buurt. You're either with me or against me'', voegde ik er schertsend aan toe.

Even bleef het stil. Toen kreeg ik antwoord van de Iraniër. ,,En dat wil discussiëren over een ideale maatschappij? Jouw maatschappij bestaat maar uit EEN iemand: jezelf - ja, en degenen die het met je eens zijn! Dit individualisme, dat opkwam in het naoorlogse westen, is precies waarom de wereld niet vooruit gaat. Zo lang je jezelf beschouwt als centrum van het universum, doe je alles om je eigen behoeften te bevredigen. Maar iederéén beschouwt zichzelf als het centrum van het universum! Wat het verschil is tussen jou en New Agers die de wereld denken te veranderen door in hun eentje te zitten mediteren, is mij een raadsel. Vaarwel. I wish you good perception.''

Van de Koreaanse Amerikaan heb ik niets meer vernomen, maar met de existentialiste heb ik nu een paar keer afgesproken. Eerst namen we Sartre door, daarna Camus. De ideale maatschappij bestaat niet, zeggen die, en de mens is tot zichzelf veroordeeld.