Geld geven aan Nigeria is weggegooid geld

Premier Balkenende had vorige week samen met zijn partijgenoot mevrouw Van Ardenne een gesprek met de president van Nigeria, de heer Obesanjo, over de kwijtschelding van 60 procent van de Nigeriaanse schuld (NRC Handelsblad, 3 oktober). Dat kost Nederland zo'n half miljard euro. Balkenende had Obesanjo gesuggereerd het hierdoor vrijkomende geld te besteden aan armoedebestrijding of aan de bestrijding van aids. Obasanjo was hier niet op ingegaan, want hij had zelf nog wat projecten die zijn land vooruit zouden helpen.

Ik heb de afgelopen vijf jaar in Nigeria gewoond en heb nog nooit een project gezien dat door Abuja werd geïnitieerd en waar de bevolking mee vooruitgeholpen werd. De Nigeriaanse olieproductie van rond de 1,5 miljoen vaten per dag levert een slordige 75 miljoen dollar per dag op. Trek daar de gemaakte kosten van af en je houdt toch wel 50 miljoen per dag over. Per dag! Waar dat geld blijft is volstrekt duidelijk. In de zakken van Obasanjo en de zijnen. Niets wordt uitgegeven aan infrastructuur of armoedebestrijding. De politie klust met roadblocks wat bij, want salaris krijgen ze niet.

Het volk wacht al jaren op een president die uit de Delta- Bayelsa- of Rivers-State komt. Daar wordt de olie gevonden en daar moet de volgende president vandaan komen.

Ik help het de Nigerianen hopen, maar die half miljard is weggegooid geld. Misschien vinden we dat geld wel terug in Genève bij de Banque BNP Parisbas, of bij de Citi Bank, verstandig belegd door een Nederlandse vermogensbeheerder.