De vogelgriep is te laat bestreden

Met een paar miljoen euro extra had de vogelgriep twee jaar geleden beter bestreden kunnen worden. De kosten om de gevaarlijke epidemie van pluimvee in de groeiende kring van besmette landen in de hand te houden stijgen met de dag. Maar ze zijn nog steeds gering, vergeleken bij de jaarlijkse 43 en 14 miljard euro voor Europese en Amerikaanse landbouwsubsidies. Honderd miljoen dollar is weinig voor het welgestelde deel van de wereld. Het is een fractie van de kosten die gemoeid zijn met het uitbreken van een vogelgriepepidemie onder pluimvee in Europa en Amerika. En de kosten daarvan vallen in het niet bij de economische en medische wereldramp als het virus muteert in een variant waarmee mensen elkaar onderling besmetten.

Anderhalf jaar geleden deed de Vietnamese regering haar best om het pluimvee binnen een cirkel van vijf kilometer rond een besmettingshaard te doden. Omdat daar weinig vergoeding tegenover stond, verkochten de boeren besmette vogels op de markt. Noodgedwongen greep de Vietnamese overheid steeds minder in. Nu worden nog slechts de vogels gedood die een griepgolf hebben overleefd. Met een paar miljoen dollar hadden alle getroffen boeren tevreden kunnen worden gesteld. Het zelfde geldt voor Indonesische boeren. Deze week heeft de vogelgriep pluimveehouders in Turkije besmet.

De Wereldgezondheidsorganisatie en de Wereldvoedselorganisatie zijn als VN-lichamen het beste voor de bestrijding van epidemieën onder dier en mens uitgerust. De functionarissen genieten het internationale gezag om in getroffen landen toegang te krijgen voor het nemen van maatregelen. Maar zelfs de wereldvoedselorganisatie kreeg dit jaar het minimaal geachte bedrag van 100 miljoen dollar niet bij elkaar voor de bestrijding van de vogelgriep in Azië. Dat is een schandaal. Landen kwamen met slechts 30 miljoen euro over de brug.

De Wereldgezondheidsorganisatie moet in Azië nog een beter meldingssysteem ontwikkelen voor het geval het virus in een gevaarlijke variant muteert. Ook dat kost geld. Helaas werkt China, de belangrijkste besmettingshaard, weinig mee.

Regeringen geven wel veel geld aan de bestrijding van een mogelijke dodelijke grieppandemie onder mensen maar dat is een later stadium dat zich misschien wel nooit voordoet. Ook de Nederlandse regering heeft vijf miljoen doses griepremmers besteld om een epidemie in eigen land te bestrijden. Dat is verstandig. Toch zijn dergelijke griepremmers met beperkte werking niet eerst in Nederland nodig maar in gebieden waar het virus misschien het eerste van mens op mens overspringt, waarschijnlijk ergens in Azië. Als mensen in de omgeving van de besmettingshaard griepremmers krijgen, kan de epidemie in de hand worden gehouden. Ook als wetenschappers er op tijd in slagen een vaccin tegen de gevaarlijke griep te ontwikkelen, is eerste inzet rond besmettingshaarden geboden.

Het griepvirus verbindt de gezondheid van de rijken direct met het lot van de armen. Hulp aan arme landen vermindert het risico voor rijke landen. Effectief optreden door de Wereldgezondheidsorganisatie is van even groot belang als dat van stedelijke gezondheidsdiensten en de aanleg van riolering in de 19de eeuw. Iedereen wordt door maatregelen tegen griep beschermd, arm en rijk. Het is jammer dat de meeste regeringen pas laat het belang van internationale samenwerking inzien. Zo werd na maanden van anti-Europese retoriek de Europese Commissie verrast met verzoeken om maatregelen tegen de vogelgriep. Daar zijn de regeringen verantwoordelijk voor. Maar in het belang van de Europese landbouw en gezondheid moet de Europese Unie bijdragen aan de vogelgriepbestrijding door de voedsel- en gezondheidsorganisaties van de VN.