De veranderde blik op Duitsland

Een van de dankbaarste onderwerpen voor Nederlandse tekenaars over politiek is Duitsland. Het Grote Duitsland. Reeds direct na de totstandkoming van het Duitse rijk in 1871 verschijnen in de pers, bijvoorbeeld in het ,,humoristisch - satiriek'' weekblad Uilenspiegel, prenten waarop Duitsland als een ernstige bedreiging wordt voorgesteld. Otto von Bismarck is vanaf nu de man die vaststelt hoe de zaken in Europa geregeld dienen te worden – en die man moet in de gaten worden gehouden. Keizer Wilhelm II komt er niet beter vanaf. Voor Albert Hahn, de grootmeester van de Nederlandse politieke karikatuur, is de keizer een man bij wie zijn mond het grootste lichaamsdeel is.

In de jaren van de `grote oorlog', 1914-1918, is Nederland officieel neutraal. Het dagblad De Telegraaf stoort zich daar echter niet aan. In artikelen en vooral op de tekeningen van Louis Raemaekers wordt Duitsland permanent aangevallen als een land van barbaren dat het kleine België onder de voet heeft gelopen en verwoest. De tekeningen van Raemaekers leiden tot diplomatieke verwikkelingen. De Duitse ambassadeur beklaagt zich verschillende keren bij de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken over deze brutale schendingen van de neutraliteit. De minister beroept zich op de persvrijheid, maar zegt toe met de tekenaar persoonlijk contact te zullen opnemen om hem tot kalmte te manen.

In de eerste jaren na de oorlog, als Duitsland geconfronteerd wordt met gigantische herstelbetalingen, omschreven in het Verdrag van Versailles, is in de pers een zekere ongerustheid te bespeuren. Als het land leeggeplunderd wordt, kan dat nieuw onheil oproepen. En dat begint zich dan ook af te tekenen. In München wordt een putsch gepleegd, de aanstichter ervan, Adolf Hitler, wordt opgepakt en tot een Festunghaft veroordeeld. In die tijd schrijft hij zijn standaardwerk Mein Kampf. Het proces wordt in de liberale Nederlandse pers al kritisch beoordeeld: de justitie raakt in de macht van het politieke straatrumoer.

Met het sterker worden van de nationaal-socialistische beweging wordt met name in de liberale en sociaal-democratische pers de toon tegen het buurland scherper. Duitsland stuurt aan op een oorlog. In periodieken als De Telegraaf en de Haagsche Post gaat het aanzienlijk gematigder toe. Het bolsjewisme en het Front Populaire in Frankrijk zijn zeker zo bedreigend. De Telegraaf respecteert deze keer de neutraliteit. Het dagblad van de SDAP, Het Volk, krijgt te maken met een proces wegens opzettelijke belediging van een bevriend staatshoofd. Na een veroordeling in eerste instantie wordt de krant uiteindelijk vrijgesproken.

Dat in Volk en Vaderland, het weekblad van de NSB, Duitsland wordt aangemoedigd en in de illegale pers het land in de bitterste tonen wordt aangevallen, ligt voor de hand.

Na de oorlog zijn de politieke gebeurtenissen in het buurland op de voet gevolgd, in het begin bijna elke keer in verband gebracht met het Hitler-regime. Op talrijke prenten zijn hakenkruisen, Hitlersnorretjes en SS-tekens te zien, ook als dat verband niet voor de hand ligt. Soms krijgt de krantenlezer de indruk met een automatische piloot van doen te hebben.

De verwijzing naar de Hitlertijd wordt ook gebruikt om onrecht elders ter wereld aan de kaak te stellen, zoals de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika, het regime van Pinochet in Chili of dat van de generaals in Argentinie. Maar ook in Nederland. Op een tekening van Wim van Wieringen zien we Goebbels en Himmler marcheren, samen met generaal Spoor en minister Beel. De Duitsers weten niets van door hen gepleegde misdrijven en de Nederlanders niets van die in ,,ons Indië''.

De productie van Nederlandse tekenaars levert een bontgekleurd beeld op van de manier waarop het buurland gezien wordt. De kopstukken van BRD en DDR en naderhand in het herenigde Duitsland komen allemaal aan bod, van Adenauer en Ulbricht, via Brandt en Honecker, tot Schröder. De bijna vanzelfsprekende praktijk om de Hitlertijd in het geding te brengen, is veel minder geworden. In 1995, vijftig jaar na de oorlog, ontstond in Nederland een discussie over de vraag of de Duitse president Roman Herzog op 4 en 5 mei zou moeten worden uitgenodigd (is niet gebeurd). In deze krant kwam Frits Müller met een tekening waarop een gelaarsde Duitser en een Nederlander op klompen samen een krans leggen bij de geschiedenis. Een tekening die het begin van een normale verhouding aangeeft.

Nederlandse tekenaars krijgen nu met een nieuwe situatie te maken. Machotypes als Kohl en Schröder zijn van het politieke toneel verdwenen en hebben plaatsgemaakt voor `Angie'.

Hoe komt zij erop te staan? Een van de bekendste Duitse karikaturisten, Horst Haitzinger, zei in een gesprek met de Frankfurter Rundschau dat Schröder hem de laatste tijd de keel uitkwam. Wat Angela Merkel betreft wacht hij het af. En dat zal met het Nederlandse tekenaarsgilde ook wel het geval zijn.

Oud-hoogleraar criminologie, oprichter van het Criminologisch Instituut Bonger van de Universiteit van Amsterdam. Hij schreef een aantal boeken over Nederlandse politieke cartoonisten.