De minister wordt de baas

De burgemeesters en de politietop zijn tegen, maar het kabinet zet toch door. Geen 25 `politie-eilandjes', maar één landelijk korps.

Méér blauw op straat. Minder bureaucratie en betere controle op het functioneren van de politie door zowel het lokale bestuur als de centrale overheid. Minister Remkes (Binnenlandse Zaken, VVD) somde gisteren bij de presentatie van de kabinetsplannen de voordelen op van één centraal politiekorps.

Zoals de 400 personeelsfunctionarissen die nu bij de 25 regiokorpsen van de politie verantwoordelijk zijn voor lokale arbeidsvoorwaarden. Dat zijn formatieplaatsen die zo dadelijk inzetbaar zijn op straat, aldus Remkes. Want die arbeidsvoorwaarden worden straks centraal geregeld.

De informatiehuishouding van de politie is volgens Remkes een ander voorbeeld van doorgeslagen autonomie van de regiokorpsen, waar binnenkort een einde aan komt. Computerbestanden bij het regiokorps in Maastricht die niet kunnen communiceren met die van Groningen. Zodat 'veelplegers' die opgepakt worden in de ene stad, de dans kunnen ontspringen omdat niet te achterhalen is dat ze ook voorkomen in de politieregisters van andere steden. ,,Elk regiokorps regelt de informatiehuishouding voor zichzelf, met alle consequenties voor de opsporing van dien'', aldus Remkes.

Voor Remkes is centralisatie van het politieapparaat vooral ook een instrument om de democratische controle over de politie te herstellen. In het politiebestel dat in 1993 werd ingevoerd, ontbrak die democratische controle geheel. Gemeenteraad, Provinciale Staten, noch Tweede Kamer hadden feitelijke zeggenschap over de politie. De politieministers van Binnenlandse Zaken en Justitie moesten zich na incidenten met regelmaat verantwoorden in de Tweede Kamer met de mededeling 'u gaat er niet over', terwijl de burgemeesters eenzelfde boodschap hadden richting hun gemeenteraden.

Voor minister Donner (Justitie, CDA) is centralisering van het politieapparaat vooral noodzakelijk om de toenemende nationale en internationale politiesamenwerking mogelijk te maken. Voor Justitie is het van belang dat de top van het openbaar ministerie, het college van procureurs-generaal, in dat nieuwe landelijke concernmodel voor de politie meer invloed krijgt in de meerjarenplanning van het politiebeleid.

Het lokale beleid is in de kabinetsplannen gegarandeerd door de vorming van regionale politiebesturen waarin de burgemeesters en de hoofdofficier van justitie zitting hebben, zo verzekeren Donner en Remkes. Het ministerie van Binnenlandse Zaken bepaalt hoe de financiën en de personeelssterkte over de regio's verdeeld worden, maar op lokaal niveau mogen die politiebesturen de lokale verdeelsleutel over geld en personeel bepalen. Dat laat onverlet dat de korpsbeheerder (de burgemeester) wat het kabinet betreft uit de politiewet geschrapt wordt. En dat het feitelijk beheer over de politie op `Haags niveau' geregeld gaat worden.

Maar het is de vraag of Remkes en Donner er in de resterende kabinetsperiode in slagen om die transformatie door te voeren. De korpsbeheerders, onder aanvoering van de burgemeesters van de drie grote steden, Deetman (CDA), Opstelten (VVD) en Cohen (PvdA), zijn tegen. Hetzelfde geldt voor de linkse oppositiepartijen PvdA, SP en GroenLinks, terwijl ook regeringspartijen als de VVD en CDA hun twijfels hebben.

Korpsbeheerders en linkse oppositiepartijen hopen op vertragingen in de wetgevingsprocedure zodat bij formatiebesprekingen in 2007 de huidige kabinetsvoorstellen alsnog kunnen worden terug gedraaid. Dat verklaart ook het recente gebrek aan oppositie van die kant tegen het kabinetsvoorstel.

Remkes gaf gisteren bij de presentatie van zijn voorstellen al aan dat hij niet kon garanderen dat de noodzakelijke wetgeving voor wijziging van het politiebestel voor de verkiezingen van 2007 zal zijn afgerond.

Voor Remkes gaat het ook niet alleen om de transformatie naar een landelijk politiebestel, maar ook om de financiële consequenties op lokaal niveau. De grote korpsen in de randstad, die de afgelopen jaren voor miljoenen aan financiële reserves hebben opgebouwd, raken dat in één keer kwijt als hun rechtspersoonlijkheid wordt opgeheven.

Remkes bevestigde via een woordvoerder gisteren dat die reserves naar de landelijke kas vloeien en niet behouden blijven voor de regiokorpsen die de afgelopen jaren hebben gewerkt aan de opbouw van die spaarpotten. Dat miljoenenpotje van die grote regiokorpsen is straks een meevaller voor de noodlijdende regiokorpsen buiten de randstad die daardoor makkelijker instemming zullen betuigen met de kabinetsplannen. Ondanks het verzet van de korpsbeheerders.