De kust is veilig

Er is nog hoop voor de groene zeeschildpad. Na vijftig jaar onderzoek, gevolgd door intensieve nestbescherming op de legstranden van Costa Rica nemen de aantallen van deze traag levende reptielen langzaam maar zeker weer toe.

JARENLANG LEEK de Atlantische groene zeeschildpad gedoemd om uit te sterven. Maar de kansen van Chelonia mydas zijn gekeerd. De afgelopen vijf jaar zijn bij Tortuguero, in het noordoosten van Costa Rica, gemiddeld 104.000 nesten met eieren gelegd. ``Begin jaren zeventig waren dat er minder dan 20.000, een dieptepunt'', zegt onderzoeker Sebastian Troëng. De lange, magere, hoogblonde Zweed werkte wereldwijd aan schildpadonderzoek en leidt sinds 1997 het onderzoeksproject van de Caribbean Conservation Corporation bij Tortuguero. ``Ons programma draait al 50 jaar onafgebroken, het langstlopende onderzoeksprogramma aan een wilde diersoort ter wereld'', aldus Troëng.

In 1963 is de commerciële schildpadvangst bij Tortuguero verboden. Sinds 1999 is de soort hier volledig beschermd, waarbij ook het toezicht is aangescherpt. Dat beleid begint nu door te werken, zo blijkt uit de cijfers, die Troëng en collega's recent publiceerden in het wetenschappelijk tijdschrift Biological Conservation. Wereldwijd is de groene zeeschildpad de afgelopen eeuw fors achteruit gegaan, maar bij Tortuguero – het grootste overgebleven legstrand op het westelijk halfrond – is de trend bemoedigend. Troëng: ``Sinds 1954 worden schildpadden op de legstranden gemerkt en sinds 1971 telt men hun nesten. Sinds tien jaar zien we een duidelijk stijgende lijn. Dat is fantastisch nieuws.''

Zeeschildpadden zwemmen al 150 miljoen jaar door de wereldzeeën. Volwassen schildpadden hebben geen natuurlijke vijanden. Pas in de laatste eeuw zijn ze door overbejaging hard achteruit gegaan. De meeste zeeschildpadden leven in arme, warme landen. Ze worden steeds intensiever bejaagd om hun vlees, hun eieren en hun schild, om de olie en het leer en om hun botten. Bovendien sterven tegenwoordig veel dieren op zee. Ze raken verstrikt in drijfnetten of happen in de talloze haken van de lange-lijnvisserij. Ze worden getroffen door olievervuiling en afvallozingen op zee. Hun legstranden worden volgebouwd met huizen en hotels. En door al die nachtelijke verlichting kunnen de jonge schildpadden zich op het strand niet meer oriënteren en bereiken de branding niet.

kanjer

De groene zeeschildpad is een kanjer. Het mannetje kan wel 150 kilo wegen. Pas na een jaar of vijfentwintig zijn de dieren volwassen. Juist voor zo'n langlevende, traag rijpende diersoort is bescherming van de volwassen exemplaren een must. ``Het was een koud kunstje om de dieren op het legstrand op te wachten en ze op hun rug te leggen, in afwachting van het bootje van de handelaar uit de stad'', zo vertelt natuurgids Eloy Castro Rojas. ``Voor de cosmetica-industrie sneden ze soms alleen de oliehoudende klieren uit de buik. Daarna lieten ze de verminkte dieren, met hun ingewanden uit hun lijf puilend, terugstrompelen naar een zee vol haaien. Dan had je tenminste geen troep op het strand.''

Tortuguero betekent `land van de schildpad'. Al duizenden jaren komt de groene zeeschildpad hier op stille zomernachten aan land om met haar flippers een flinke kuil te graven in het warme, zwarte, vulkanische zand. Daarin zet ze een massa eieren af, die ze met zacht zand toedekt als camouflage en vervolgens schuifelt ze zonder omkijken terug naar zee. Ze laat een diep sleepspoor na, maar op een drukbezocht legstrand lopen zoveel sleepsporen door elkaar dat eierrovers daar geen wijs uit worden. Haar kroost weet instinctief wat het te doen staat.

kamikaze

Zodra de jonkies uit het ei komen, rennen ze allemaal tegelijk, middenin de nacht, in een soort kamikazeactie naar het water, onderweg belaagd door meeuwen, pelikanen, honden enzovoorts. De kleintjes oriënteren zich op het licht – boven zee is de hemel 's nachts wat lichter door het schijnsel van de maan. Eenmaal in het water zwemmen de overlevende babyschildpadjes tussen roofvissen en haaien door de open zee op. Ze zetten koers naar de ondiepe, voedselrijke zeegrasvelden voor de kust van Nicaragua, de Mosquito Kust, enkele honderden kilometers verder naar het noorden. Daar leven ze van zeegras.

Zo'n vijfentwintig jaar later keren ze terug naar de zwarte stranden van Tortuguero, waar de vrouwtjes op een mooie julinacht aan land gaan. Het legseizoen is ook het paarseizoen. Een dag of twaalf na het eerste legsel volgt een tweede, vaak nog een derde en misschien nog wel een zesde. Daarna slaan de dames een jaartje over, soms blijven ze wel drie jaar weg.

Dat laatste blijkt uit het monitoringprogramma van Tortuguero. Sinds 1954 hebben talloze vrouwtjesschildpadden een merkje aan hun voorpoot gekregen. Net als de ringen van trekvogels worden die merkjes van heinde en verre teruggestuurd. Zo is de levensloop van de dieren stap voor stap ontrafeld. Daaruit bleek dat je deze dieren beslist niet onbeperkt kunt `oogsten', integendeel. Ze zijn niet na vijf jaar volwassen, zoals men dacht, maar pas veel later.

Verder werd aangetoond dat de vrouwtjes niet elk jaar aan land komen om te nestelen, maar om de twee tot vier jaar. Het individuele vrouwtje past bovendien haar nestelcyclus aan te passen aan veranderende milieuomstandigheden, en dat maakt het moeilijk om het totale aantal schildpadden te schatten aan de hand van het aantal dieren dat aan land komt. Troëng: ``In de oceaan heb je klimaatcycli, onder invloed van het El Niño-effect. Die hebben hun weerslag op het hele ecosysteem in de oceaan. Als er meer voedsel in de oceaan is, zullen de vrouwtjes frequenter aan land komen om te nestelen, maar dat betekent dan niet noodzakelijkerwijs dat het aantal vrouwtjes in de populatie toeneemt. Dat maakt het nog ingewikkelder om een lange termijntrend te overzien.''

pootmerkjes

Uit het onderzoek naar de pootmerkjes blijkt verder in welke hoek de klappen vallen voor de groene zeeschildpad. Volgens Troëng komen de teruggestuurde merkjes voor 92 procent uit Costa Rica zelf, of uit de buurlanden Nicaragua en Panama. ``Vooral de vangsten in Nicaragua zijn een grote bedreiging. Het land is straatarm en overbevolkt. Er zijn aanwijzingen dat er bij Nicaragua vooral veel jongvolwassen dieren worden weggevangen. Op den duur zullen wij dat effect bij Tortuguero ongetwijfeld gaan voelen.''

In de jaren zeventig ving Nicaragua jaarlijks zo'n 10.000 volwassen groene zeeschildpadden. Tijdens de Nicaraguaanse burgeroorlog (1980-1988) raakten delen van de Mosquito ontvolkt en verminderde de jachtdruk, maar nu zijn de vangsten weer hoger dan ooit. Ook in Panama zijn de zeeschildpadden nog lang niet veilig. Costa Rica volgt een andere koers dan haar buurlanden door nadrukkelijk in te zetten op ecotoerisme. Een kwart van het land is aangewezen als nationaal park of geniet een andere vorm van bescherming. Het schildpadstrand bij Tortuguero en het achterliggende regenwoud zijn sinds 1970 een Nationaal Park.

Tegenwoordig is het zeeschildpaddenreservaat een van de grootste trekpleisters voor de snel groeiende stroom ecotoeristen. Voor het dorp Tortuguero is het schildpaddentoerisme de belangrijkste bron van inkomsten. Het afgelegen dorp beschikt nu over elektriciteit, kinderen gaan er naar school, steeds meer bewoners hebben een stenen in plaats van een houten huis, er zijn sportvelden en medische voorzieningen.

De 25 lodges bieden werkgelegenheid aan koks en kamermeisjes uit het dorp en er werken zo'n 250 natuurgidsen. Veel stropers die betrapt werden en de hoge boete niet konden betalen kozen eieren voor hun geld. Ze lieten zich omscholen tot natuurgids en kregen een spoedcursus Engels-voor-toeristen. Levend zijn de schildpadden voor Tortuguero nu meer waard dan dood.