Dat de Grondwet dood is, wil niemand weten

Wetenschappers verklaarden de Europese Grondwet deze week in Brussel dood. ,,Hoe meer secties je op een lijk toepast, hoe minder ervan over blijft.''

Wordt het nog wat met die Europese Grondwet? De Europese Commissie, het dagelijks bestuur van de Unie, is begonnen met Plan D. Democratie, Dialoog en Debat, langs die lijnen zal Europa de komende tijd op diverse manieren gepresenteerd worden. Het woord grondwet zal zo veel mogelijk worden vermeden.

Hoe anders is de stemming onder europarlementariërs. ,,U doet mij erg denken aan de hoofdpersoon in de film Good Bye Lenin die niet wilde weten dat de DDR niet meer bestond. De grondwetdeskundigen in het Europees Parlement willen ook maar niet zien dat de Europese Grondwet dood is.''

Het was de Belgische hoogleraar Paul Magnette die gistermorgen zijn gastheren in het Europees Parlement hardhandig wakker schudde. Twee dagen lang discussieerden wetenschappers uit diverse Europese landen op uitnodiging van de constitutionele commissie van het Europees Parlement over de vraag hoe het nu verder moet met de Europese Grondwet nadat deze dit voorjaar in Frankrijk en Nederland werd afgewezen.

Redden wat er te redden valt, is nog altijd het overheersende gevoel bij veel europarlementariers. Dat geldt zeker voor degenen die direct betrokken waren bij de totstandkoming van de Grondwet die ooit bedoeld was om de besluitvorming in het uitdijende Europa doorzichtiger en doelmatiger te laten verlopen. Maar de deskundigen van buiten betoogden dat men toch beter naar iets geheel nieuws kon uitkijken. In de woorden van de Nederlandse professor Rood: ,,Als u denkt dat u met een paar wijzigingen in de tekst de Grondwet wel aangenomen kan krijgen, dan garandeer ik u dat dit in Nederland niet zal lukken.''

Direct na het `nee' uit Frankrijk en Nederland werd de vraag al gesteld of de Grondwet nu al dan niet dood was. De Europese regels zeggen immers dat een Verdrag - en dat is de Grondwet - alleen is aangenomen als alle 25 lidstaten van de Unie ermee hebben ingestemd. Europa heeft zichzelf tijd verschaft om deze vraag niet direct te hoeven beantwoorden door een `reflectieperiode' af te kondigen. Volgend jaar juni zullen de Europese regeringsleiders een eerste balans opmaken.

Maar wat moet er nu precies in deze reflectieperiode gebeuren? In Nederland zou aanvankelijk een brede maatschappelijke discussie over Europa worden gestart. Daar is inmiddels van afgezien. In Frankrijk, het andere dwarsliggende land, is het vooral stil geworden rond het onderwerp Grondwet. ,,In Frankrijk zal men geen antwoord vinden op het Franse nee. Dat antwoord zal in Europa moeten worden gevonden. En dat is nu juist het probleem, want er zit geen Europese dimensie aan het debat'', aldus de Franse europarlementariër Hélène Flautre tijdens de conferentie met de wetenschappers.

De centrale vraag waarvoor de Europese politici staan, is of zij de Europese Grondwet, die het resultaat was van ruim twee jaar overleg, op onderdelen moeten aanpassen of dat zij met iets geheel nieuws moeten komen.

De `prullenbakoptie' is voor parlementariërs als de Duitser Jo Leinen of de Brit Andrew Duff die een standpunt van het Europees Parlement voorbereiden, nog maar moeilijk voorstelbaar. ,,Waarom toch'', zo hield hun Cyprische collega Marios Matsakis hen voor. ,,Geef toch gewoon toe dat het ons niet gelukt is en probeer iets geheel nieuws. Ik waarschuw u: hoe meer secties je op een lijk toepast, hoe minder ervan over blijft.''

Met een soortgelijke boodschap kwam Kalypso Nicolaïdis van de Universiteit van Oxford. Volgens haar gaan de europrofessionals er nog altijd veel te veel vanuit dat de tegenstemmen in Frankrijk en Nederland te maken hadden met de concrete tekst van de Grondwet en dat ,,enkele verfraaiingen'' dus voldoende zijn om de critici alsnog te overtuigen. ,,De nee-stemmers hebben aangetoond dat de ja-stemmers het verhaal over Europa niet hebben kunnen vertellen'', aldus Nicolaïdis. Op dat verhaal zullen de Europese politici zich volgens haar dan nu ook allereerst moeten concentreren. ,,Creëer het Woodstock van de Europese politiek'', zei ze.

De aanbeveling werd beleefd genoteerd door de organiserende parlementariërs. Maar ze herhaalden gretig de opmerking die eerder was gemaakt over de uitleg die in Zwitserland vaak aan de negatieve uitslag van een referendum wordt gegeven. ,,Een nee betekent niet nee, maar betekent nog geen ja.''