Buitenpromovendi 3

Marita Mathijsen schrijft dat ze niet begrijpt waar buitenpromovendi hun motivatie vandaan halen (W&O 17 sept). Haar gissingen bevestigen dat ze dat inderdaad niet begrijpt. Zelf ben ik ook buitenpromovendus (vier jaar jonger dan Mathijsen) en mijn motivatie is om op een (hopelijk) intelligente manier bezig te zijn met een ingewikkeld (maatschappelijk) wetenschappelijk vraagstuk. Dat zou ik ook als (gewone) vrijwilliger kunnen doen. Maar het is wel zo prettig om naar een concreet doel toe te werken.

Het aardige van mijn wetenschappelijke werk is ook dat ik mij door te publiceren in tijdschriften inmiddels enige bekendheid heb verworven op het onderhavige gebied en ook word uitgenodigd voor congressen her en der, en zelfs om politici advies te geven. Ik vind dat fantastisch! Vooral na een baan bij een werkgever die mij al lang geleden te oud vond om nog veel nieuws te leren.

Terwijl veel van mijn leeftijdgenoten langzamerhand toch op een moderne manier achter de geraniums gaan zitten, ben ik zeven jaar geleden van nul af aan opnieuw begonnen, eerst met een nieuwe studie, en nu dus met een promotie. Nee, geen jeugddroom. Ik had al veel eerder een studie op een geheel ander gebied met succes afgerond.

Wat mij een beetje tegenstaat aan uw verhaal is dat u een duidelijk belanghebbende bent. Universiteiten krijgen voor elke voltooide promotie een aanzienlijke soms gelds, óók voor buitenpromovendi. Dat het ministerie daarvoor betaalt is consequent, want universiteiten hebben naast het geven van onderwijs ook de taak om wetenschap te beoefenen. Het is echter een goedbewaard geheim, en universiteiten doen het graag voorkomen of promoveren een gunst is, en vragen daar soms zelfs geld voor. Business is business. Intussen is de vergoeding, zeker voor alfa- en gammawetenschappen, zonder meer winstgevend. Een boekhouder aan uw universiteit vertelde mij dat de rechtenfaculteit haar dure behuizing in de binnenstad daar mede van bekostigt.

Terwijl de gesubsidieerde promovendi uitgebreid in de watten worden gelegd, niet alleen met een betaald dienstverband maar ook met cursussen en intensieve begeleiding door de promotor(es) en een `promovendi-decaan', zijn buitenpromovendi bijkans geheel rechteloos en mogen zij het allemaal zelf uitzoeken. Mijn eerste beoogde promotor, verbonden aan uw universiteit wilde mij het eerste (belangrijke) jaar helemaal niet zien, en hij snauwde me toe dat `de promotor' niet beschikbaar is om zomaar over het onderzoek van gedachten te wisselen. Gelukkig kon ik zonder veel problemen bij een andere universiteit terecht, ook al werd ik daar al snel geconfronteerd met een `manager' die alsmaar riep dat ik de universiteit geen geld zou mogen kosten. Een andere `manager' vertelde mij daar zelfs dat wie echt graag wil, er vaak ook wel voor wil betalen. Moderne `ondernemende' universiteiten worden blijkbaar zo door de regering afgeknepen dat ze zich tot dit soort afpersingsmethoden geroepen voelen.

Ik denk dat de universiteiten dolblij zouden moeten zijn met buitenpromovendi die welbeschouwd als vrijwilliger wetenschappelijk onderzoek willen doen, zeker nu de budgetten onder druk staan. En zij zouden de buitenpromovendi soortgelijke faciliteiten moeten aanbieden, met name cursussen en voortgangsplanning. Maar wat dat betreft is niets geregeld.