BP wil overal een vinger in de pap

De Great Game – de historische strijd tussen Groot-Brittannië en Rusland om de controle over Centraal-Azië – neemt een Grote Sprong Voorwaarts. De Britse oliemaatschappij BP heeft een raffinage-overeenkomst ter waarde van 3 miljard dollar in India getekend. Intrigerender nog is dat het concern naar verluidt ook een partnerschap nastreeft met Sinopec, een van de drie Chinese staatsbedrijven in de oliesector.

China's honger naar energie is alom bekend, Dat is de reden dat het staatsbedrijf CNOOC dit jaar probeerde de Amerikaanse oliemaatschappij Unocal over te nemen, en dat China's tweede olieconcern CNPC momenteel probeert PetroKazakhstan te kopen. Sinopec is tot nu toe achtergebleven bij zijn Chinese concurrenten en tracht nu een inhaalslag te maken. Maar of zijn streven naar buitenlandse expansie door samen te werken met BP succesvoller zal zijn dan de tot dusver gedwarsboomde pogingen van zijn twee Chinese concurrenten is helemaal niet zeker.

Het eindpunt van deze ronde van de Great Game is duidelijk genoeg. BP wil de grote Chinese markt voor zijn productie veiligstellen. Een grote overeenkomst kan ook de entree op de Chinese markt van andere buitenlandse oliemaatschappijen bemoeilijken, net zoals BP met zijn Russische transactie uit 2003 de rest buiten de deur heeft weten te houden. Sinopec wil op zijn beurt een gegarandeerde olietoevoerlijn in het leven roepen om de toekomstige energievoorziening van China te verzekeren. Maar hoe beide concerns zich in de praktijk een overeenkomst voorstellen is onduidelijk.

Om te beginnen staan de Chinese energieprijzen onder staatscontrole, en dat zal – ondanks de voorwaarden voor toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie – nog wel even zo blijven. De bijna twee miljard Chinese klanten zijn vanzelfsprekend aantrekkelijk voor BP, maar niet als het concern benzine moet verkopen onder de marktprijs. In de tweede plaats mag Sinopec dan wel graag een gegarandeerde toevoerlijn zien, maar kan BP die ook leveren? De aandeelhouders van het concern zouden bezwaar maken als het zijn energie onder de marktprijs zou verkopen. Maar Sinopec hoeft uiteraard geen overeenkomst met BP te sluiten als het elders tegen dezelfde voorwaarden olie kan betrekken.

Een ding is duidelijk: een grote Chinese transactie zal, als die al plaatsvindt, geen herhalingsoefening zijn van de overname voor 14 miljard dollar door BP van het Russische olieconcern TNK twee jaar geleden. Rusland had destijds behoefte aan een grote buitenlandse investeerder in zijn olie-industrie om zijn internationale reputatie op te poetsen na de roebelcrisis. En het kon het geld van BP ook goed gebruiken. China heeft geen van beide zaken nodig en is nog gevoeliger voor buitenlandse bemoeienis met zijn oliesector dan Rusland.

De verlegenheid waarin Peking is gebracht door het vroege uitlekken van een voorgenomen transactie maakt het idee dat het BP zal worden toegestaan een groot belang in Sinopec te verwerven zelfs nog onwaarschijnlijker. Dat kanhelpen verklaren waarom China naar verluidt het bod van BP voorlopig heeft afgewezen.