Als in een oude Bond-film: per trein door Oekraïne

Sinds deze zomer staan de grenzen met Oekraïne open voor EU-burgers. Jaus Müller (19) liet zich in de trein door de grenshonden besnuffelen

Voor mijn vertrek dacht ik bij Oekraïne aan wodkadrinkende mannen, bleke oude vrouwtjes, kille Sovjetwijken. Of aan arme mensen die mij op sluwe wijze proberen te beroven. En aan corruptie en tergend trage bureaucratie niet te vergeten. Tijdens een rondreis per trein besluit ik te kijken wat er van mijn vooroordelen klopt. Vanuit Polen neem ik de trein naar Lviv, een Oekraïense stad tachtig kilometer van de grens met buurland Polen. Met Kiev als tussenstop reis ik verder naar Sevastopol in de Krim, Odessa en dan weer terug naar West-Europa.

De reis naar Lviv duurt uren. Het uitzicht beperkt zich tot eindeloze steppes en ik ben dan ook blij als de trein tot stilstand komt. ,,Ik ben er!'', denk ik bij het zien van enkele cyrillische letters op een gebouw dat lijkt op een stationshal. Ik wil net mijn bagage pakken als er een enorme herdershond op me af komt. Grenscontrole. De coupé loopt snel vol met douaneofficieren en hun kwijlende kompanen. Ik moet mijn propvolle rugzak helemaal omkeren zodat een hijgerige herdershond eens lekker aan mijn spulletjes kan ruiken.

BONDGIRL

Als de hondenbrigade de trein heeft verlaten, neemt er een charmante vrouw tegenover me plaats. Met een vlekkeloos wit douane-uniform en dito Sovjethoedje lijkt ze sprekend op een Bondgirl. Strak kijkt ze me aan en klapt een minilaptopje open. In perfect Engels, maar met een Russisch accent, begint ze aan een verhoorsessie. Ik voel me of ik in een oude James Bond-film speel. ,,Waar ga je naartoe? Wat doe je hier? Hoe lang blijf je in dit land?'' Razend snel vliegen haar handen over de laptoptoetsen. Dan klapt de Bondgirl haar computer weer dicht en beent op hoge naaldhakken de coupé weer uit.

Hoewel de grenzen sinds deze zomer openstaan voor EU-burgers, vergen de grenscontroles nog steeds het geduld van een vlooientemmer. Ik ben dan ook blij als ik eindelijk het schitterende station van Lviv binnenrijd. Deze stad staat bekend om haar gevarieerde oude architectuur. Reden genoeg om hier een paar dagen te blijven.

Als ik weer naar het station loop om een kaartje Lviv-Kiev te kopen, wordt mijn vooroordeel over wodkadrinkende mannen bevestigd. Het is maandag, één uur 's middags, en ik zie al diverse mannen wankelend door de straten zwalken. Geen zwervers, maar goedgeklede mensen. Een man in pak struikelt over een stoepje en valt languit in het gras, waar hij vreedzaam in slaap valt, een brandende sigaret nog in de mond.

Bij het station word ik bovendien met mijn neus op de bureaucratische feiten gedrukt. Voor mij staan meterslange rijen voor allemaal verschillende loketten. Een rij voor militairen, net als voor bejaarden en veteranen. Andere loketten zijn voor reizigers die binnen drie dagen met de trein vertrekken, zes dagen en langer, of voor last minutes. Helaas geen rij voor Nederlanders die geen Oekraïens spreken. Het feit dat alles in het cyrillisch staat aangegeven, vergemakkelijkt het vinden van de juiste rij niet bepaald. Dan maar vragen. In dit land spreken nog maar weinig mensen goed Engels, maar een studentikoze jongen aanklampen helpt. Hij studeert toevallig Engels, en loodst me probleemloos de juiste rij in.

En dan is het wachten. Er zit niets anders op dan achteraan aansluiten in de meterslange rij. Na vijf uur ben ik bijna aan de beurt. De temperatuur in de stationshal is opgelopen tot ver boven de dertig graden. Het liefst zou ik de loketbeambte onder het glas vandaan willen trekken, maar ik weet me met moeite in te houden. Een Oekraïener voor me in de rij waarschuwt me. ,,Als jij chagrijnig wordt, merkt ze dat en geeft ze je een plekje naast het toilet in de trein. Dan doe je geen oog dicht door de stank en de herrie.''

Met mijn beste toneelglimlach koop ik een ticket. Dat vereist het invullen van een indrukwekkende hoeveelheid formulieren waar de loketmevrouw rustig alle tijd voor neemt. Om de vijftig minuten sluit ze onaangekondigd het loket om ruim tien minuten lang de formulieren nog eens goed te ordenen. Ondertussen is er geen vervanging en groeit de rij gestaag door.

TREINMAMMA

Maar in de trein naar Kiev vervagen mijn andere vooroordelen. De service in de trein staat in schril contrast met die in het station. Ik word ontvangen door een vriendelijk knikkende conductrice die mij een slaapbank in de trein aanwijst. Gedurende de hele reis is ze mijn treinmamma. De conductrice (het zijn bijna altijd vrouwen) is mijn steun en toeverlaat. Ze let op mijn spullen als ik naar het toilet moet, brengt me thee, en waarschuwt me als ik midden in de nacht moet uitstappen. Ik voel me direct thuis. Mamma maakt me wel op tijd wakker.

En ook als ik niet slaap, is het gezellig. Ik moet een tweede-klascouchette delen met drie wildvreemden. Reizen duren soms meer dan twintig uur, en de enige remedie tegen verveling zijn de conversaties. Vaak zijn er geen Engelssprekende reisgenoten voorhanden, maar dan wil een geïmproviseerde gebarentaal ook nog wel lukken. Eten wordt gedeeld en de leukste gesprekken komen op gang. We moeten ook wel; naar buiten kijken is geen pretje. Het uitzicht is oersaai, bijna alleen maar bomen. Daardoor lijkt het alsof de trein door een tunnel van groen rijdt. Dat komt doordat communisten langs weerskanten van het spoor een groenstrook van tien meter hebben aangelegd zodat het oog van de treinreiziger wordt onttrokken aan politiek gevoelige onderwerpen (lees: om de armoede van het platteland te maskeren).

In mijn laatste trein van Odessa naar de grens met Hongarije neem ik afscheid van dit land. Veel vooroordelen zijn bevestigd, maar ik ben in elk geval niet beroofd. En bureaucratie went snel.