Als de buurtschool zwart is

Vier jaar geleden besloot een groep ouders hun kinderen naar de zwarte school in de buurt te sturen, die daarmee gemengd werd. School blij, ouders blij – hoe ging het en hoe is het nu?

Vanuit zijn woonkamer kijkt binnenhuisarchitect Henry Nankman zo naar binnen bij de Vierambachtschool. Het gezin Nankman woont sinds 1998 in een ruim bovenhuis aan de Mathenesserlaan, een brede laan die uit het centrum van Rotterdam naar het westen loopt. De Vierambacht is de buurtschool, de buurt is het Nieuwe Westen en het Nieuwe Westen is, zoals dat heet, zwart. Waar moest Lisa Nankman, toen ze eenmaal vier werd, naar school?

,,Het idee ontstond hier aan de keukentafel'', vertelt Nankman: ,,Het was niet zo dat we per se wilden dat onze kinderen naar een gemengde school gingen. We zochten een school in de buurt. Op de Montessorischool en de Dalton [witte scholen] werden we uitgeloot. We merkten dat het niet waar is dat ouders een vrije schoolkeuze hebben. De school kiest jou. Dat irriteerde mij mateloos.''

Henry Nankman zocht contact met een moeder in de buurt, Isabel de Pater, en na een eerste gesprek met de directie van de Vierambacht gingen ze aan de slag. Ze schreven een wervende tekst en hingen die op verschillende plekken waar ouders komen, zoals de crèche en de supermarkt. In korte tijd reageerden vijf ouderparen: ook zij wilden hun kind in de buurt op school en ook zij wilden hun kind niet als enige in een `zwarte' klas. Na de zomervakantie van 2001 begonnen de eerste vijf Nederlandse kinderen op de Vierambacht, twee maanden later kwamen er vier bij. De kleuterklas van de Vierambacht was niet langer zwart maar gemengd.

Website

De nieuwe `stuurgroep' opende vervolgens een website en verspreidde nieuwsbrieven in de wijk met de laatste ontwikkelingen. Het percentage autochtone kinderen dat werd aangemeld, is inmiddels gegroeid van vijf naar 26 procent, komend schooljaar. Vorig jaar kwamen de eerste jongere broertjes en zusjes van de eerste lichting er al bij.

De Vierambacht ontstond in 1995 na een fusie tussen de scholen Heemraad aan de C.P. Tielestraat en De Evenaar aan de Jagerstraat. De school had al jaren te kampen met leegloop. De twee vestigingen, op tien minuten lopen van elkaar, bestaan nog steeds. De C.P. Tielestraat waar de familie Nankman op uitkijkt, kampte met de meeste problemen. Binnen in het gebouw zit adjunct-directeur Janny van der Giessen. Beide locaties waren honderd procent `zwart', zegt ze. Het laatste blanke kind dat van school ging was het kind van een leerkracht. Van der Giessen: ,,De norm om een school open te houden lag bij 180 leerlingen. In 1995 hadden we er nog maar 150.'' De school stond ook niet goed bekend bij de onderwijsinspectie. Een flink deel van de leerlingen doorliep de schooltijd met een jaar en sommige kinderen zelfs met twee jaar vertraging.

Dus toen de familie Nankman zich samen met acht andere hoogopgeleide autochtone ouders bij de school meldde, ontving de directie de ouders ,,laaiend enthousiast''. Van der Giessen: ,,Het waren negen blanke kinderen. Het jaar daarop wéér een massale aanmelding. Het begon te lopen. Er ontstond mond-tot-mond-reclame. De klassen in de onderbouw van de C.P. Tielestraat zijn nu bijna voor de helft gemengd. De school is gered.''

Vader Nankman blikt aan tafel tevreden terug op zijn initiatief. Het lukte de ouders wat gemeenten maar niet voor elkaar krijgen: zwarte scholen weer gemengd maken. Gouda bijvoorbeeld, een middelgrote stad, heeft zestien jaar lang actief geprobeerd om scholen te mengen. Van 1981 tot 1997 vervoerde de gemeente allochtone leerlingen per bus naar witte scholen die buiten hun wijk lagen. Alle christelijke en katholieke basisscholen – die niet zoals openbare scholen de verplichting hebben alle leerlingen aan te nemen – beloofden allochtone kinderen aan te nemen totdat 15 procent van hun populatie allochtoon zou zijn. De nagestreefde bovengrens voor openbare scholen was 25 procent. Maar het aantal allochtone kinderen bleef groeien. Uiteindelijk weigerden de confessionele schoolbesturen hoger uit te komen dan die vijftien procent, waardoor veel openbare scholen alsnog zwart werden.

Spreidingsbeleid

Na 1997 werd er in Gouda niet meer over het spreidingsbeleid gesproken. De gemeente accepteerde het bestaan van zwarte scholen. Tot dit jaar. Segregatie leidt uiteindelijk tot ondergang, zo blijkt uit een onderzoeksrapport van het onderwijsbureau Sardes. Als openbare scholen geheel zwart worden lopen ouders weg, autochtoon én allochtoon. In de wijk Bloemendaal, zo staat in een onderzoeksrapport van het onderwijsbureau Sardes, stonden ooit vijf openbare scholen. Nu is dat er nog maar één. De lege gebouwen werden overgenomen door het bijzonder onderwijs. En bij bijzondere schoolbesturen (christelijk, protestants, islamitisch) staat spreidingsbeleid niet meer op de agenda.

Rotterdam heeft geprobeerd allochtone kinderen te `spreiden' door een systeem van gescheiden wachtlijsten, maar is teruggefloten: een aparte wachtlijst voor allochtonen of autochtonen is discriminatie. De gemeente kijkt nu naar `taalachterstand'.

Intussen verliep de menging van de Vierambacht niet zonder problemen. De eerste twee jaar na de ingrijpende verandering was de sfeer nog opgewonden geweest, optimistisch. Maar in het voorjaar van 2003 werd het voor veel ouders menens: de kleutertijd was voorbij, de kinderen zouden na de zomervakantie overgaan naar groep 3. En daar moest het echte werk beginnen: lezen, schrijven en rekenen. De ouders van het eerste uur nodigden de schooldirectie en een aantal leraren uit voor een brainstormsessie. Niet op school, maar bij één van de ouders thuis. Nu hun kinderen naar groep drie gingen, wilden zij graag wat meer weten over de onderwijskwaliteit van de Vierambacht. ,,Hoe weten wij of jullie goed zijn?'', vroegen de ouders. ,,Kunnen wij de garantie krijgen dat als een kind geschikt is voor het vwo, de school dat er ook uithaalt?''

Vader Henry Nankman: ,,We wilden dat een onafhankelijke organisatie de kwaliteit van het onderwijs ging monitoren. De directie zegde dat meteen toe. Dat vonden wij hartstikke goed. Het schiep vertrouwen.'' Ouders, zegt hij, willen nu eenmaal kwaliteit. Ze willen dat een school eruit haalt wat erin zit. Hij vindt dat niet raar. ,,We zijn toch klanten? Binnen het bedrijfsleven is dat heel normaal.''

Onderwijsteam

De directie willigde de eisen voor zover mogelijk in. Het monitoren van leerkrachten op pedagogische, didactische en organisatorische kwaliteiten diende volgens de directie zowel het belang van ouders, als dat van de school in het streven naar kwaliteit. De veranderingen hadden wel gevolgen voor de samenstelling van het onderwijsteam. Een aantal leerkrachten had moeite met de meer kritische benadering van hoogopgeleide ouders en stapte op, niet in één keer, maar toch. Het ging om docenten die al jaren lesgaven op de zwarte basisschool. Adjunct-directeur Van der Giessen: ,,Het waren de veranderingen waar ze spaak op liepen. Ze voelden zich op de vingers gekeken door de hoogopgeleide ouders die eisen stellen aan het onderwijs.'' De ouders van het eerste uur treuren er niet om. Nankman: ,,Ik denk dat het gezond is als personeelsleden die al dertig jaar op dezelfde plek zitten, eens verder gaan kijken.''

De Vierambacht bestaat nu eigenlijk uit twee stromen: twee gebouwen op de C.P. Tielestraat die langzaam `verwitten' – de groepen een tot en met vijf zijn gemengd. En een locatie op tien minuten loopafstand in de Jagerstraat, die nog geheel zwart is. De pioniers wilden namelijk dat hun kinderen bij elkaar in de klas kwamen omdat ze anders wel heel eenzaam zouden zijn. De directie wijst erop dat op de Jagerstraat dit jaar voor het eerst ook een gemengde kleuterklas begint.

En dan is er de inhoud van de lessen. Die is veranderd. Er is een nieuwe directeur aangesteld die het klassieke onderwijs – rekenen, taal etc. – heeft aangevuld met vormingsvakken. De kinderen krijgen voortaan ook sociale vorming, dans, dramatische expressie en sport. Heerlijk, vinden de nieuwe Nederlandse ouders. Vreemd, vinden de traditionele, allochtone ouders: scholen zijn er toch om kinderen te leren lezen en rekenen? Maar het gebeurt en het went. De nieuwe ouders hebben het afgelopen schooljaar voor het eerst ook het jaarlijkse kinderfeest georganiseerd, samen met de ouderraad, die gemengd is. Van eind februari tot april stond de school in het teken van het thema sprookjes. De leerlingen kregen in april twee weken lang 's middags aangepaste lessen. Ze werkten twee weken elke middag aan toneel, zang, dans en decor. Veel ouders, ook allochtoon, hielpen de leerkrachten in de klassen. Er kwamen toneelvoorstellingen en dansoptredens en de oudste kinderen maakten zelfs een audiovisuele productie. Een vader, professioneel filmmaker, monteerde de filmpjes aan elkaar.

Kringgesprek

Niet alle kinderen gaan wel eens naar een museum, zegt juffrouw Iris. Ze zit tussen de middag aan een lange tafel haar brood te eten. Ze weet dat omdat allochtone kinderen na het weekeinde stil vallen in het kringgesprek. Autochtone kinderen zijn in een museum geweest, in een speeltuin of in een theater. Allochtonen niet. Ze ondernemen minder in het weekend. Juf Iris heeft 23 kinderen in de groepen 1 en 2. Veertig procent is autochtoon. Toen zij in 2002 werd aangenomen was de `verwitting' op de C.P. Tielestraat net aan de gang. ,,Je moet allochtone kinderen vooral veel laten zíen. Bijvoorbeeld als je het over het strand hebt. Wat zijn golven? Als je daar nog nooit bent geweest, kun je je dat niet voor de geest halen.''

Ook de ouders zijn anders. Autochtone ouders zijn mondiger, heeft Iris gemerkt. Ze willen meedenken over hoe het onderwijs ingericht moet worden. Het liefst willen zij elke dag activiteiten buiten de school. Met de klas naar de speeltuin gaan of naar de kinderboerderij. Het kost soms moeite ze duidelijk te maken dat dat niet altijd in het belang is van het kind, zegt juf Iris. ,,Kinderen hebben baat bij regelmaat, bij een veilig klimaat. Die kweek je niet als het voor kinderen elke dag een verrassing is waar ze nu weer heen zullen gaan. Ook vergeten de ouders dat allochtone gezinnen niet het geld hebben om elke dag ergens naar toe te gaan.''

Zijn de gemengde klassen in ieders belang? Uit onderzoek blijkt dat de leerprestaties van allochtone kinderen nauwelijks omhoog gaan als zij op een gemengde basisschool zitten, zegt onderwijskundige Guuske Ledoux van de Universiteit van Amsterdam. Ledoux is verbonden aan het SCO-Kohnstamm Instituut dat wetenschappelijk onderzoek doet naar ontwikkelingen en verschijnselen in het onderwijs. Zij is gespecialiseerd in zwarte scholen. ,,De huidige discussie over het het spreiden van allochtone kinderen richt zich niet op het verbeteren van de leerprestaties van allochtonen, maar op de ongewenste sociale aspecten. Dat bevolkingsgroepen gescheiden van elkaar opgroeien en leven is niet goed voor de samenleving en de overheid wil daarom segregatie in het onderwijs tegen gaan.''

Het blijft voor onderzoekers tot nu toe gissen wat de onderwijskundige consequenties zijn van het gescheiden naar school gaan, zegt ze. ,,Kunnen allochtonen zich later bijvoorbeeld minder goed redden in de samenleving als zij op een zwarte school hebben gezeten? Dat soort aspecten, we weten het niet. Dat is de stand van zaken in de wetenschap.''

Het is voor het eerst dat scholen nu op zo'n `bewuste' manier gemengd raken, zegt zij. ,,Bij de meeste scholen gaat dat op de natuurlijke manier. Ouders kiezen een school in de wijk waar zij zich thuis voelen. De samenstelling kan snel veranderen omdat groepen ouders elkaar eruit duwen. Zowel autochtone als allochtone ouders doen dat. Leraren hebben altijd moeite gehad met scholen die van kleur veranderen. Sommigen zien dat met lede ogen aan en willen terug naar de oude situatie. Dat mechanisme lijkt weer terug te komen. Alleen komt het nu voor bij scholen die onnatuurlijk mengen, via ouderinitiatieven. Doordat het nu vooral om hoogopgeleide ouders gaat die naar zwarte scholen komen, is de culturele kloof tussen de groepen ouders extra groot. Dat stelt scholen voor nieuwe eisen.''

Over de mogelijkheden om scholen weer meer te gaan mengen zijn heel wat conferenties gehouden. Ledoux: ,,Er zijn directeuren van zwarte scholen die zeggen dat ze opzien tegen de nieuwe menging. Voor de scholen betekent het dat zij nog meer moeten differentiëren, terwijl zij net gespecialiseerd zijn geraakt in het onderwijzen van kinderen met een andere thuistaal.''

Idealisme

Het ministerie van Onderwijs, dat de ouderinitiatieven toejuicht, staat daar niet zo bij stil, zegt Ledoux. ,,Net als op de Vierambacht zullen meer groepen ouders opstaan die niet uit idealisme willen mengen, maar uit eigenbelang, ze willen een school in de buurt. Die nieuwe ouders zullen zich mogelijk ook eisend opstellen.''

Dat de autochtone ouders in Rotterdam wilden dat hun kinderen bij elkaar in één klas zouden komen, vindt Ledoux niet raar. ,,Dat is een reële eis. Waar het om gaat is dat de ouders contre coeur voor een school hebben gekozen. Zij hadden en houden kennelijk nog steeds het beeld dat een zwarte school een kwalitatief slechte school is.'' Dat een school vervolgens leraren laat monitoren, heeft Ledoux niet eerder meegemaakt. ,,Er is blijkbaar een grote angst om witte ouders te verliezen. Dat wordt ongezond.''

Kan zijn, maar de school wijst op de laatste `kwaliteitscijfers', zoals die zijn gepresenteerd op 3 oktober door de schoolbegeleidingsdienst. De CED-groep, zoals deze dienst voor `educatieve ondersteuning' in Rotterdam heet, deed een uitgebreide screening van de school. Resultaat: in het schooljaar 2004-2005 scoorde de school op een 5-schaal tussen de 4,3 en 4,8 (afhankelijk van het onderdeel). In het schooljaar 2003-2004 kwam het gemiddelde nog uit op 3,6. Ook bij het screenen van de CITO-prestaties is duidelijk waarneembaar dat over de breedte genomen alle leerlingen vooruit zijn gegaan.