Wees niet bang voor Chinese overnames

Overnames door Chinese bedrijven binden China sterker aan internationale afspraken, zegt Michael Heise.

Zowel Europeanen als Amerikanen vragen zich af hoe om te gaan met de economische uitdaging van China. Die loopt van de Chinese export van kleding en auto's tot investeringen van Chinese bedrijven in het buitenland. Chinese bedrijven hebben steeds vaker de financiële middelen voor fusies en overnames op de internationale markten. Maar beleidsmakers en burgers van de betrokken landen zijn daar niet altijd even enthousiast over.

In de VS bleek dat tijdens de mislukte overnamepoging door het Chinese staatsbedrijf CNOOC van het Amerikaanse olieconcern Unocal.

Maar ook in Europa bestaat veel scepsis. De Franse regering heeft bijvoorbeeld een lijst opgesteld met `strategische' niet over te nemen bedrijfstakken. In Duitsland woedt een verhit debat over buitenlandse hedge funds. Deze retoriek staat haaks op de een Europese gewoonte dit soort zaken af te handelen op basis van een multilaterale, aan regels gebonden aanpak. Deze benadering, die de nadruk legt op het wegnemen van de belemmeringen voor een vrij verkeer van goederen, diensten en economische hulpmiddelen, heeft het voordeel dat China steeds dieper integreert in de mondiale economie en in het internationale institutionele raamwerk.

Voordeel van zo'n strategie is dat de gevolgen ervan ook op de Chinese binnenlandse markt worden gevoeld. Het bevorderen van besluitvormingsprocessen binnen Chinese bedrijven die zijn gebaseerd op de marktwerking en niet zozeer op politieke overwegingen, heeft rechtstreekse gevolgen voor de manier waarop in China zaken wordt gedaan.

Neem de oliesector. De Chinese olieproducenten staan voor een klassiek dilemma. Omdat overheidssubsidies en prijslimieten de binnenlandse prijzen aan banden leggen, kunnen zij veel grotere rendementen boeken door hun olie op de wereldmarkt te verkopen. Zo overtroeft de politiek in China's binnenlandse economie nog steeds de markt.

Stel je daarentegen eens een versnelde integratie van Chinese olieconcerns inclusief staatsbedrijven in de wereldeconomie voor. Dat zou niet alleen de economische doelmatigheid bevorderen, maar ook de invloed versterken van de Chinese beleidsmakers die een meer marktgeoriënteerde aanpak voorstaan.

Uiteindelijk is alleen zo een vreedzame oplossing te vinden voor mogelijke olieschaarste in de toekomst. De kans dat de wereldwijde strijd om grondstoffen tussen China en andere landen wordt uitgevochten in de politieke of militaire arena, wordt kleiner naarmate het Chinese energiebeleid marktgerichter wordt.

Maar verdere expansie van het Chinese bedrijfsleven in de wereldeconomie heeft andere voordelen voor Europa en de VS.

Als de buitenlandse overnamepogingen van Chinese bedrijven met een open geest tegemoet getreden worden, zullen Europa's eigen directe buitenlandse investeringen in China - op grond van het principe van geven en nemen van de mondiale markten - eveneens veiliger worden. Daardoor zullen Europese bedrijven beter kunnen profiteren van de groeiende Chinese economie.

Bovendien: hoe meer China de internationale regels en het primaat van de markt boven de politiek aanvaardt, des te stabieler de wereldeconomie in haar geheel wordt.

Uiteindelijk zou deze evenwichtige en onbevooroordeelde aanpak indien zij van beide kanten komt ook de manoeuvreerruimte van het Chinese leiderschap vergroten ten aanzien van een ander heikel punt: de wisselkoers van de Chinese munt.

Hoe geïntegreerder de wereldeconomie zich ontwikkelt en hoe groter de belangen van Chinese bedrijven in het buitenland worden, des te soepeler de Chinese leiders zullen kunnen omgaan met wat velen in het Westen zien als een ondergewaardeerde Chinese munt.

Ten slotte moeten Europese beleidsmakers, als ze overwegen hoe ze moeten reageren op een mogelijke Chinese overname, in het algemeen de markt laten beslissen over de vraag of die poging goedkeuring verdient.

Zo'n houding betekent overigens niet dat geostrategische overpeinzingen of zorgen over militaire aangelegenheden volledig kunnen worden genegeerd als markten worden opengesteld. De toegang tot gevoelige technologieën met mogelijke militaire toepassingen moet met grote behoedzaamheid worden bekeken.

In de meeste andere gevallen zullen de argumenten echter zeer waarschijnlijk in het voordeel spreken van de openstelling van de Europese markt voor Chinese overnames.

Michael Heise is hoofdeconoom van de Dresdner Bank, onderdeel van de Allianz Group © The Globalist