We gaan de engelen halen

Van West-Europese landen wordt Frankrijk het meest gekweld door kunstroof. Vooral kerken en kastelen zijn het doelwit van vooral Nederlandse en Vlaamse kunstdieven. ,,Als het om heling gaat, staan Nederlanders boven aan de lijst.''

Die ochtend, 25 mei 2000, komt de pastoor van het Noord-Franse plaatsje Maroilles de kerk binnen via de sacristie aan de zijkant. Meteen grijpt hij naar de sleutel van de tweede sacristie. Die hangt, zoals altijd, naast het bolwangige eikenhouten engelenhoofd, een modern kunstwerk van een beeldhouwer uit Maroilles. Dan ziet hij dat de engel is verdwenen. Hij kijkt om zich heen. De wandkast staat open. De glazen plaat die hem afsloot is verwijderd en veel spullen ontbreken, zoals een zilveren wierookhouder en drie vergulde kroontjes met pareltjes.

De diefstal moet een dag eerder hebben plaatsgevonden. Op 24 mei geeft de Maastrichtse antiekhandelaar Simon V. 's avonds een verjaardagsfeestje in café Chique, een bekende uitgaansgelegenheid in zijn woonplaats. ,,Er heerste een vrolijke sfeer'', verklaart een getuige later. Een ander meldt enthousiast: ,,Ik heb heerlijk kreeft gegeten. Met een goed glas wijn erbij.''

In de Franse havenstad Le Havre is Simon V. in maart dit jaar veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf jaar voor diefstal van kunstvoorwerpen uit kerken in Frankrijk. Volgens de rechtbank gaf de handelaar opdracht tot de diefstallen en was hij zelf aanwezig bij de kerkroof in Maroilles. In de winkel van V. in Maastricht zijn ook spullen uit Maroilles teruggevonden: twee vergulde kroontjes met pareltjes, het eikenhouten engelenhoofd en een zeventiende-eeuwse Maria-beeldje. Zijn plaatsgenoot Albertus `Bart' K. werd in dezelfde zaak al op 17 april 2004 veroordeeld tot vijf jaar cel. ,,Simon V. stond aan het hoofd van de bende en K., was zijn rechterhand'', zegt onderzoeksrechter Christian Balayn, die het justitieel onderzoek heeft geleid.

Simon V. en Bart K. behoren tot de vele Nederlanders die kunst en antiek roven in Frankrijk. Zo werd dit voorjaar in Clermont-Ferrand de Nederlander Franciscus T. opgepakt. In zijn opslagplaatsen vond de gendarmerie honderd kubieke meter aan meubels, sieraden, bronzen beelden en schilderijen, plus zes auto's van het merk BMW, Audi en Mercedes. T. zou de leider zijn van een bende die vanaf 2003 in zo'n zestig kastelen en landhuizen heeft ingebroken.

`Colonel' Roger Lembert, chef van de gespecialiseerde Franse kunstpolitie, de OCBC in Parijs (zie ook interview), geeft het met zichtbare gêne toe: ,,Het is waar dat er veel dossiers zijn met Nederlanders. Als het om heling van in Frankrijk gestolen kunst gaat, staan Nederlanders zelfs bovenaan de lijst. Overigens delen zij die plek met de Vlaamse Belgen.'' De verklaring van Lembert is kort: ,,Nederland is een handelsland.'' En na een pauze: ,,Bovendien heeft Nederland veel antiekhandelaren.''

Dat Nederlanders het feitelijke roven meestal overlaten aan zigeuners of woonwagenkampbewoners, blijkt uit strafdossiers en gesprekken met betrokkenen. Zelf formuleren de Nederlanders gedetailleerde opdrachten en houden zich bezig met de verkoop van de gestolen waar. Hun klanten wonen in landen als de Verenigde Staten en Duitsland, maar ook in Nederland. Zo blijkt Simon V. zaken te hebben gedaan met gerenommeerde ondernemingen in de Nederlandse kunst- en antiekwereld. Lembert: ,,Een collega heeft zijn werkkamer volgehangen met foto's uit Amsterdam. Raad maar eens waarom...''

Kroonjuweel

De jonge maïsvelden kleuren de heuvels diepgroen en een lichte nevel geeft de omgeving de wat sombere sfeer van het Noord-Franse platteland. Dan duikt Maroilles op, een charmant dorp. Een oude watermolen in het groen, vervallen gebouwen van de voormalige Benedictijnse abdij en de barokkerk uit 1735. Kroonjuweel van de kerk is het orgel van Gobert (1725), genoemd naar de maker. Op het orgel boven de kerkdeuren houdt een houten engel een trompet voor zijn ogen.

Links en rechts van de engel stonden niet zo lang geleden nog twee engelen van bijna een meter hoog, met een harp in hun handen. Die ochtend in mei 2000 belde de pastoor geschrokken Roland Hautecoeur, die al meer dan dertig jaar in de kerk werkt als vrijwilliger. Hautecoeur: ,,Toen ik de kerk binnenliep, zag ik het onmiddellijk: de engelen waren weg. Een harp lag op de grond, de andere was meegenomen.'' Hautecoeur is nog altijd aangeslagen: ,,Dat is de grootste pijn, dat het orgel dat ik al mijn hele leven ken twee engelen moet missen. Dat zorgt voor een leegte in de kerk. Schokkend.''

Van alle West-Europese landen wordt Frankrijk het meest gekweld door kunstroof, op de voet gevolgd door Italië. In 2003 bijvoorbeeld vonden ruim 6.700 kunstroven plaats, waarvan het leeuwendeel in huizen (5.859), kastelen (467) en kerken (228).

Het is een kwestie van aanbod: Frankrijk heeft heel veel kunst en antiek. Vroeger was dit bezit voorbehouden aan de Franse adel. Schilderijen (vaak portretten van voorouders), meubels, spiegels, klokken, wandkleden, vazen: het hoorde bij het huisraad van een adellijke familie. Na de Franse Revolutie, waarbij tal van kloosters, kerken en kastelen werden geplunderd, kwamen veel kunstvoorwerpen en antiquiteiten terecht in burgerhuizen, kerken en kleinere kastelen. Frankrijk is hierdoor één grote schatkamer geworden.

Met de opkomst van de nieuwe rijken is de vraag naar kunst en antiek de laatste vijftien jaar explosief gestegen. In West-Europa, het Verre Oosten, maar volgens kenners toch vooral in de Verenigde Staten, worden riante huizen gevuld met spullen uit Zuid-Europa. Vooral achttiende-eeuws antiek uit Frankrijk is erg gewild. Transportland Nederland is daarbij een draaischijf – zoals het land dat begin jaren negentig was bij de exodus van iconen uit Oost-Europa. Regelmatig vertrekken uit havens als Rotterdam, Antwerpen en Le Havre containers vol spiegels, beelden, meubels, schilderijen en klokken voor een tocht overzee. Een deel is gestolen, maar dat weten de aanstaande eigenaren meestal niet.

In Frankrijk valt kunst en antiek relatief makkelijk te stelen. Veel kerken zijn volgens goed Zuid-Europees gebruik de hele dag open en onbewaakt. Kastelen worden tegenwoordig vaak tegen betaling opengesteld voor het publiek om zo het onderhoud te kunnen bekostigen. Een ideale gelegenheid voor kwaadwillenden om te zien of er wat te halen valt.

Beruchte bende

Kasteelroof was dé specialiteit van de Nederlander Cornelius M., de allergrootste kunstrover die de Franse politie ooit ving. M., bijgenaamd `Kit', stond aan het hoofd van een beruchte bende die in Frankrijk bekend staat als `le gang des châteaux'. Deze zestienkoppige bende pleegde tussen 1998 en 2000 zo'n zeshonderd diefstallen waarbij in geld omgerekend voor ongeveer dertig miljoen euro buit werd gemaakt.

Beroemdste slachtoffer: de Franse oud-president Valéry Giscard d'Estaing. Uit zijn Château de la Varvasse in Chanonat (Puy-de-Dôme) werd in 1998 onder meer een Charles X-pendule ontvreemd. Meest spectaculaire roof: het ruiterstandbeeld van Lodewijk XIV (1699) uit de tuin van Château Vaux-le-Vicomte, het paleis bij Melun dat model stond voor dat van Versailles. Het standbeeld werd teruggevonden onder het zand in België, vlakbij de grens met Nederland.

Cornelius M. werd in maart 2003 in Lyon in hoger beroep veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertien jaar, de hoogste straf die in Frankrijk ooit is opgelegd voor kunstroof. ,,Hij is extra streng gestraft omdat er tijdens de inbraken veel geweld werd gebruikt en M. daarvan op de hoogte was'', zegt Lembert van de OCBC. Na de arrestatie van M. – op 18 november 2000 – daalde het aantal kasteelroven in Frankrijk drastisch: van 760 in 1999 naar 382 in 2002. Lembert: ,,Dat zegt wel iets over de verderfelijke invloed van zijn bende.''

De kasteelbende is nooit op heterdaad betrapt. Volgens procureur Gilbert Emery, die M. veroordeeld wist te krijgen, opereerde `le gang' voornamelijk in afgelegen gebieden. ,,In een dunbevolkte regio als het Centraal Massief kunnen dieven ongemerkt hun gang gaan. Ze kozen vaak tweede huizen waar niemand aanwezig was. Of huizen die zó groot waren dat de eigenaar het niet eens hoorde'', zegt Emery. Dit laatste gebeurde bijvoorbeeld op 12 juli 1998, bij Josselin de Rohan, destijds voorzitter van de gaullistische RPR in de Franse senaat. Terwijl de senator in een feeststemming op de televisie volgde hoe Frankrijk wereldkampioen voetbal werd, haalde M.'s bende zijn kasteel leeg.

Als de dieven van Cornelius M. al werden achtervolgd, dan stond de gendarmerie machteloos. Emery: ,,De bende beschikte over zeer snelle, vaak gestolen, auto's – type BMW. Als ze flink op het gaspedaal trapten waren de gendarmes hen zo uit het oog verloren.''

Cornelius M. was volgens Emery `ongewoon slim en doortrapt' waardoor het lang duurde voor hij werd gepakt. Zo zorgde hij er bijvoorbeeld voor dat hij nooit in de buurt was van gestolen goederen. Hij beschikte over tientallen `correspondenten' in heel Frankrijk die, net als hijzelf, bijnamen hadden als `Nègre', `Petit Joseph' of `Grand Joseph'. De vele, door de politie afgeluisterde, telefoongesprekken die M. uit Franse telefooncellen voerde, waren moeilijk te analyseren want de bendeleden gebruikten een speciale codetaal. `Toi mauvais voleur' of `Moi pas content des bronzes.' Of alleen maar: `600 grammes.'

Een Italiaanse chauffeur vervoerde de buit – volgens Emery iedere twee weken een vrachtwagen vol – telkens naar het Nederlandse Valkenswaard. Hier werd de vrachtwagen uitgeladen op een geheime plek. De politie hield de chauffeur, Mario C., op 16 november 2000 aan in de buurt van Lyon. Zijn vrachtwagen zat vol achttiende-eeuws antiek, de buit van zo'n zestien inbraken. Mario C. wees Cornelius M. aan als zijn opdrachtgever. Daarna kon de `gang des châteaux' worden opgerold.

De Italiaanse chauffeur was de enige die tijdens het proces schuld heeft bekend. De enige ook die überhaupt verklaringen heeft afgelegd. De overige leden, M. voorop, hebben alles stelselmatig ontkend. Emery: ,,Lieten we belastende foto's zien, dan zeiden ze bijvoorbeeld glashard: `Dat was ik niet, die foto's zijn bewerkt door de gendarmerie'. Eigenlijk hebben wij M. tijdens het proces helemaal niet leren kennen.'' Belangrijke vragen bleven hierdoor onbeantwoord: wie waren M.'s klanten? Hoe ronselde hij zijn medeplichtigen?

Hoewel veel minder omvangrijk, is de zaak-Simon V. interessant omdat zowel tijdens het onderzoek als bij het proces wel veel verklaringen zijn afgelegd. Hierdoor is meer bekend geworden over de werkwijze van de Nederlandse dieven en helers. Simon V. was bovendien geen dubieuze handelaar als Cornelius M. en Franciscus T., maar een gerespecteerde antiquair met een grote winkel bij het centrum van Maastricht en klanten van onbesproken reputatie.

Een nette meneer

In het Franse strafdossier wordt Simon V. beschreven als bovengemiddeld intelligent. Een burgemeester die bij zijn proces aanwezig was beschrijft Simon V. als `een nette meneer' om te zien: ,,Wij zeggen: `On lui donne le bon Dieu sans confession'.'' Simon V. is een joviale man, zeggen Nederlandse betrokkenen bij het onderzoek: ,,Maar wel een harde zakenman, die anderen voor zijn karretje weet te spannen.''

Dat ervaart ook Erwin de V., een muzikant die met een bandje Top 40-nummers speelt op feestjes. Na een optreden in 1997 raakt hij met Simon V. aan de praat in een Maastrichts café. ,,Ik vond hem een toffe vent,'' vertelt de muzikant later aan de politie. De antiekhandelaar stelt voor dat hij met een busje spullen gaat halen uit Frankrijk, voor honderdvijftig gulden per rit, plus onkosten. De V. stemt in. Hij heeft geld nodig.

De muzikant speelt niet alleen voor chauffeur, hij maakt ook foto's van kunstvoorwerpen in kerken in Noord-Frankrijk. Simon V. heeft op een Franse wegenkaart de plaatsjes omcirkeld waar de foto's gemaakt moeten worden. Met behulp van deze foto's geeft Simon V. instructies aan zijn helpers over de te roven goederen. Vervolgens gaan enkele mannen op pad, steeds in een in België gehuurde auto.

De belangrijkste van deze mannen is `Bart' K., afkomstig uit een roemruchte Maastrichtse familie van `kampers'. Bart K. is `schroothandelaar' en woont in een Maastrichtse wijk vol jaren-zestigflats, vlakbij de opslagplaats van de antiekhandel van Simon V. Op een ochtend ziet hij Simon V. wat spullen uitladen, zo heeft hij later verklaard. Bart K. zegt dat hij wel eens wat antieke spulletjes op de kop tikt en vraagt of Simon V. daarvoor belangstelling heeft. De antiekhandelaar zegt van wel. Bart K. komt sindsdien af en toe langs en neemt dan ook Jozef S. mee. Jozef S. heeft een paardenstaart en opvallende tatoeages en wordt `Hennie' genoemd. Het is het begin van hun samenwerking.

Hoewel Simon V. altijd heeft volgehouden dat Bart K. hem alleen maar wat spullen heeft verkocht, komt Bart K. uit het dossier naar voren als de `chef buitendienst' van de bende. In totaal zijn meer dan tien mensen op pad gegaan, in wisselend samengestelde groepjes van een man of vier. De muzikant De V. is chauffeur, `Hennie' doet het sjouwwerk en Bart K. leidt de operaties: hij zoekt de kerken uit met behulp van de wegenkaart en reisfolders, en hij belt geregeld met Simon V.

In Normandië komen ze op een dag bij een kerk in Veules-les-Roses. ,,De kerk was op slot. De volgende dag reden we terug; toen was de kerk open. Maar er waren te veel bezoekers om iets ongemerkt te kunnen meenemen'', vertelt Hennie later. De mannen besluiten terug te rijden naar Maastricht. ,,Bart nam nooit de snelweg, omdat je dan niet langs kerken kwam. Altijd als hij een kerk zag, kreeg Bart een soort klik in zijn hoofd – dan moest hij naar binnen.'' Ze vinden geen bruikbare kerken meer. Tijdens de rit bekijkt K. de buit. Hennie: ,,Een beeldje heeft hij in de berm gegooid; dat was niets waard, zei hij.''

De inbraakmethode is haast altijd hetzelfde. De auto wordt telkens zo dicht mogelijk bij de ingang van de kerk geparkeerd. ,,We hadden de achterbank naar voren geklapt en de achterklep open gezet. Bart kwam naar buiten met een groot beeld onder een laken'', verklaart Hennie later, zonder zich de plek te kunnen herinneren. De werkwijze is hardhandig. Beelden worden eraf gerukt, deuren geforceerd, ramen ingetikt. Eén keer rijden de mannen met de auto een muurtje omver om bij de een deur te kunnen komen.

De bende wordt steeds driester. Op 18 augustus 2000 dringen de mannen op klaarlichte dag de kerk van Ypreville-Biville binnen en stelen een zeldzaam zestiende-eeuws stenen beeldje van Sainte-Clothilde, de beschermheilige van de kerkenbouwers. ,,Het was een uur of vier 's middags, terwijl er mensen in de kerk aanwezig waren om een huwelijk voor te bereiden'', zegt burgemeester Philippe Monville van het dorpje in Normandië. ,,Op de kerkbanken en op het wijwatervat vonden we verse voetafdrukken, daar waren ze op gaan staan om bij het beeldje te kunnen.''

Maar de rovers overspelen hier hun hand.

Kale akkers

De regio ten noordwesten van Rouen is echt Normandië, met overal leistenen daken die glinsteren boven kale akkers. De leegte van het land is gekropen in de dorpen die kampen met ontvolking. Ypreville-Biville telt 450 inwoners. De kerk wordt alléén nog gebruikt voor bruiloften en begrafenissen. Verder komen er vooral nieuwsgierige passanten. Er wonen in het dorp niet genoeg kinderen meer en daarom is van de voormalige school het gemeentehuis gemaakt. Burgemeester Philippe Monville, een ontspannen gepensioneerde boer: ,,In ditzelfde lokaal heb ik als kind leren lezen.'' Twee attributen maken van het voormalige klaslokaal een werkkamer van een Franse burgemeester: een portret van een indringend kijkende president Chirac achter een vlekkerige glasplaat zonder lijst en een houten buste van een trotse Marianne. Als hij achter zijn bureau zit, kijkt Monville uit op de kerk en het aangrenzende kerkhof.

Dankzij een paar oplettende tieners in het dorp van Monville zou de roversbende uiteindelijk worden gearresteerd. Monville: ,,Ze zagen iemand de kerk uitkomen met een in een doek gewikkeld voorwerp en dachten: er is vast iets gestolen. De jongeren hebben het kenteken opgeschreven en mij gewaarschuwd. Ze waren verbijsterd door de snelheid en schaamteloosheid waarmee de dieven te werk gingen.''

De rovers rijden meteen door naar het naburige dorp Daubeuf-Serville, waar ze het kunstje herhalen: de auto bij de ingang van de kerk parkeren en inladen maar. Ditmaal stelen ze een schilderij, een gift aan de kerk van een zekere Marquis de Pommereux. Dit schilderij gaat een interessant lot tegemoet.

De door de tieners in Ypreville-Biville gesignaleerde Fiat Ducato blijkt in België te zijn gehuurd op naam van Bart K., vanaf dat moment een internationaal gezochte persoon. Op 3 maart 2001 wordt Bart K. op heterdaad betrapt bij een poging tot inbraak in een onbewoond Belgisch kasteel. In de kofferbak van de auto vindt de politie onder andere gestolen goederen, gereedschap en een grote stapel toeristische folders van kerken in de Franse Ardennen. In de folders zijn sommige plaatsnamen rood omcirkeld terwijl andere zijn doorgestreept. Gegevens worden gekoppeld en al snel wordt duidelijk dat Bart K. ook de man is van de inbraken in de kerken van Ypreville-Biville en Daubeuf-Serville.

De andere Maastrichtenaar, Simon V., komt de politie op het spoor dankzij de wonderlijke geschiedenis van het schilderij. Op 16 september 2000 loopt de kleindochter van de Marquis de Pommereux over de internationale kunstmarkt in het Parijse Louvre, La Biennale des Antiquaires. Bij de stand van een bekende Luikse antiekhandelaar trekt een spiegel haar aandacht. Stomverbaasd ziet zij dat de lijst van de spiegel als twee druppels water lijkt op die van het gestolen schilderij van haar grootvader. Om tijd te winnen neemt de kleindochter een optie op de spiegel en waarschuwt de politie.

De kunsthandelaar verklaart tegenover de politie dat hij de spiegel op 28 augustus 2000 (tien dagen na de roof) voor 330.000 Franse francs (50.000 euro) heeft gekocht van een zekere Simon V. Hij zegt dat hij niet wist dat de lijst was gestolen en laat een factuur zien van de kunsthandelaar te Maastricht.

De opsporingsambtenaren in Le Havre roepen na de verhoren van Bart. K. en de Luikse kunsthandelaar de hulp in van hun collega's in Maastricht, die Simon V. oppakken en huiszoeking doen. In zijn antiekwinkel vinden politieagenten veel gestolen spullen, waaronder ook het inmiddels behoorlijke aangetaste schilderij van de Marquis de Pommereux. Simon V. blijft volhouden alle spullen `te goeder trouw' te hebben gekocht van Bart K.

Als Simon V. op borgtocht wordt vrijgelaten, vlucht hij in november 2002 via Marokko naar Senegal. Pas begin mei 2004 keert V. terug naar Nederland. Hij wordt meteen uitgeleverd aan Frankrijk. De Maastrichtenaar zit sinds 5 mei 2004 vast in een Franse cel. Simon V. wacht op dit moment op zijn repatriëring, want in principe mag hij zijn straf (verkort) uitzitten in Nederland.

Speurtocht

Maastricht. De antiekhal van Simon V. aan de Statensingel in Maastricht is weg. Op deze plek vonden Limburgse politierechercheurs en hun Franse collega's in de zomer van 2001 niet alleen gestolen goederen, maar ook rekeningen op naam van enkele klanten van Simon V. De facturen zetten de politie op het spoor van goederen die V. heeft doorverkocht in Nederland.

In het centrum van Maastricht vonden de agenten in een snuisterijen- en juwelenwinkel een zilveren misbeker en een prachtig gedecoreerde hostiekelk. De – inmiddels overleden – juwelier deed onmiddellijk afstand van de spullen, nadat de agenten hem hadden verteld dat de spullen gestolen waren. Hij verklaarde de spullen `te goeder trouw' te hebben gekocht. Inderdaad had hij de spullen netjes geregistreerd op naam van Simon V.

Dat bleek een patroon te zijn bij de speurtocht van de agenten, die leidde naar twee ondernemingen met een grote naam. Bij kunst- en antiekhandel A.J.M. de Bruijn in Hilvarenbeek vond de politie een marmeren consoletafeltje. Bij Piet Jonker Historische Bouwmaterialen in Baambrugge enkele in België gestolen goederen. Beide bedrijven hadden de aankoop netjes geboekt, zeiden niet te weten dat de spullen waren gestolen en gaven alles meteen terug.

,,Simon V. is een stuk schorem dat me dit gewoon heeft geflikt,'' zegt Piet Jonker desgevraagd, ,,Eerst heeft hij me wat dingen verkocht die dik in orde waren en plotseling zat daar rotzooi tussen.'' Jonker zegt zijn uiterste best te doen om gestolen goed buiten de deur te houden: ,,Wij doen alles op factuur. Alles. Maar er gaan hier jaarlijks tienduizenden spullen naar binnen en dan zitten er dus gestolen spullen tussen. Dat is een drama, maar het is ook inherent aan de business.'' Een woordvoerder van A.J.M. de Bruijn heeft een nagenoeg gelijkluidende verklaring.

Voor de Nederlandse opsporingsautoriteiten zijn de bevindingen in de zaak-Simon V. geen reden om de doorverkoop van de goederen nader te onderzoeken. Officier van justitie L. Geuns in Maastricht, die in Nederland het onderzoek leidde, wil niet meer kwijt dan: ,,Het onderzoek is gedaan door de Fransen, wij hebben alleen gehoor gegeven aan het Franse rechtshulpverzoek.'' Van de afnemers van Simon V. neemt justitie aan dat ze te goeder trouw waren. Heling heeft in het algemeen geen prioriteit bij de opsporing, zo valt bij justitie te beluisteren. De speciale Nederlandse politie-eenheid die zich uitsluitend bezighield met de opsporing van gestolen kunst is in 2002 opgeheven.

,,In onze branche is zeker wat aan de hand'', vindt Piet Jonker niettemin: ,,Gestolen spullen duiken ook op bij antiquairs.'' En bij veilinghuizen, bevestigt Patrick van Maris, managing director van Sotheby's in Amsterdam: ,,Eén tot vijf keer per jaar. Dan belt er iemand en zegt: dat is van mij, dat is gestolen. Of we het ontdekken het zelf. Een paar keer per jaar, dat betekent dat bijna alles brandschoon is.'' Of dat toch wat meer gestolen goederen niet getraceerd worden. ,,Dat kan ook natuurlijk.'' Dan zegt Van Maris: ,,Ons systeem is transparant. Alles staat bij ons op internet, alles is bij ons na te gaan. Kunstroof komt zo aan het licht bij de veilinghuizen.''

Sotheby's heeft zaken gedaan met Simon V. Op 6 december 1999 hield Sotheby's bijvoorbeeld de veiling European Sculpture, Early Furniture & Works of Art, met in de catalogus tal van objecten van Simon V. zoals een vroeg zestiende-eeuws beeld van een Maria met kind in een kapel. De destijds onverkochte spullen van V. zijn volgens Van Maris ondergebracht in het zogeheten `zwarte museum' van Sotheby's. Maris: ,,Elke afdeling heeft zijn eigen kelder met kasten vol goederen. Daar liggen spullen waar wat mee aan de hand is: vervalst of gestolen. Op de goederen van V. heeft de politie beslag gelegd. We moeten eens vragen wat we daarmee moeten.''

Niets aan te doen, zegt Van Maris: ,,We kunnen niet van alle objecten nagaan waar ze precies vandaan komen, daarvoor zijn het er eenvoudigweg te veel. We doen wel onze uiterste best. Sotheby's heeft een intern blaadje waar gestolen goederen in staan, daar kijken we altijd in. Alles gaat op rekening. Iedereen moet een kopie van zijn paspoort inleveren en wij checken of het opgegeven adres klopt.''

Sotheby's is ook medeoprichter en gebruiker van het Art Loss register, een in Londen gevestigde databank: ,,Daarin staan vooral schilderijen, die vaak al geregistreerd waren. De herkomst van 3D-objecten zoals beelden is veel lastiger te achterhalen.''

Om méér te doen hebben veilinghuizen meer middelen nodig, zegt Van Maris: ,,We moeten de focus verschuiven naar de bron en de techniek zal ons daarbij helpen. Het zou mooi zijn als we in alle kunstvoorwerpen heel kleine chips zouden bevestigen, zodat we alles precies kunnen traceren.'' Maar het is toch ondoenlijk om overal ter wereld in alle voorwerpen chips aan te brengen? ,,Precies.'' Dus het is een onoplosbaar probleem? ,,Ja, tot op zekere hoogte wel.''

De Franse overheid denkt daar anders over en legt de nadruk juist op de plaats waar een gestolen kunstvoorwerp de legale bovenwereld in kan gaan, de antiek- en kunstwinkel. Zouden Nederlandse handelaren niet net als in Frankrijk verplicht moeten worden een politieregister bij te houden van alle transacties? ,,Dat heeft geen zin'', vindt Piet Jonker: ,,Wat, als je 10.000 stukken noteert en eentje niet? De handelaren moet zelf zeggen: ik wil dit niet. Dan droogt het vanzelf op. Er is vooral een mentaliteitsomslag nodig.'' Volgens Lembert van de Franse kunstpolitie is een verplicht register echter wel degelijk effectief: ,,Het verklaart waarom er zo weinig Franse helers zijn. De kans dat ze gepakt worden is dankzij het register gewoon te groot.''

Beveiligd

Mede als gevolg van de diefstallen gaan veel kerken in Frankrijk dicht, waarmee een Zuid-Europese traditie aan het verwateren is. De kerk in Ypreville-Biville blijft wel open. Burgemeester Monville: ,,Ondanks alles wat er is gebeurd vind ik het vervelend om de kerk te sluiten. Een kerk moet toegankelijk zijn.' Maar de topstukken zijn sinds kort wel beveiligd. Monville: ,,We hebben de boodschap begrepen. In twee, drie minuten een beeldje van de muur trekken, dat kan nu niet meer.'' Het beeldje van Sainte-Clothilde, dat op de Franse monumentenlijst staat, is nooit teruggevonden. Tijdens het proces beweerde één van de verdachten dat het is vernietigd.

Ook de kerk in Maroilles blijft open. ,,Weet u, zelfs uit goed beveiligde musea wordt kunst gestolen'', zegt Roland Hautecoeur. Maroilles heeft wel enkele spullen teruggekregen. Het bolwangige engelenhoofd staat weer op zijn sokkel. ,,Kijk, er zit een haak aan de achterkant die er eerst niet zat'', zegt Hautecoeur. ,,Daarmee hing hij aan de muur van een antiekwinkel in Maastricht.'' Een teruggevonden zeventiende-eeuws engelenhoofdje zit nog altijd in een plastic zakje van de gendarmerie. Blij is Hautecoeur niet: ,,Op een dag werden we gebeld door de gendarmerie met de mededeling dat er spullen waren teruggevonden. Samen met de pastoor reden we per bus naar Normandië waar ze opgehaald konden worden. Er heerste een feeststemming in de bus. We gaan de engelen halen, riepen we steeds. Maar toen we de spullen zagen brak ons hart: de engelen zaten er niet bij.''