VS vormen juridisch niet langer `nette' partner

De rechter verbood deze week de uitlevering van de Nederlander Mohammed A. aan de VS. Hij wordt van fraude verdacht.

Hoe verstrekkend is deze uitspraak voor andere zaken?

Het zal niet goed gevallen zijn in Washington. Afgelopen woensdag bepaalde de Haagse rechtbank dat minister Donner (Justitie) Mohammed A., verdacht van een miljoenenfraude met telefoonkaarten, niet mag uitleveren aan de VS. Volgens de rechtbank bestaat er een reëel risico dat de Nederlander van Egyptische origine niet zal worden vervolgd voor fraude, maar voor zijn vermeende connecties met Al-Qaeda. Als dat gebeurt, zo meent de rechtbank, dan dreigen fundamentele grondrechten van A. te worden geschonden.

Vooral die laatste conclusie zal hebben gezorgd voor gefronste wenkbrauwen op de Amerikaanse ambassade aan het Lange Voorhout in Den Haag. Want in haar uitspraak geeft de Haagse rechtbank een niet mis te verstaan oordeel over de anti-terrorismewetgeving die de VS na de aanslagen van 11 september 2001 hebben ingevoerd. Neem bijvoorbeeld de de zogeheten `Military Order' die sinds november 2001 van kracht is. Daarmee kan op last van de Amerikaanse president elke niet-Amerikaanse staatsburger die door de VS wordt verdacht van terrorisme, zonder enige vorm van proces worden vastgehouden – bijvoorbeeld in Guantánamo Bay. Door de Military Order, zo stelde Haagse rechtbank in een tussenvonnis van 8 augustus, worden ,,bepaalde fundamentele rechtsborgen ten aanzien van verdachten (...) op zijn minst genomen onder druk gezet.'' Maar de rechtbank gaat nog verder. Uit rapporten van mensenrechtenorganistaties als Amnesty International blijkt dat ,,het interstatelijk vetrouwensbeginsel bij het handelen van de autoriteiten van de Verenigde Staten in de context van de strijd tegen het terrorisme momenteel geen vanzelfsprekendheid is.'' Als het gaat om terrorisme, zo concludeert de rechtbank, is de VS geen `nette' partner.

,,Zeer opmerkelijk'', zegt advocaat Victor Koppe. Enkele maanden geleden slaagde hij er via dezelfde juridische weg – een kort geding voor de rechtbank in Den Haag – in de Koerdische activiste Nüriye Kesbir uit handen van de Turkse autoriteiten te houden. Toch noemt hij de uitspraak van deze week ,,uitleveringsrechtelijk revolutionair''. Koppe: ,,Een paar jaar geleden was een dergelijk vonnis nog ondenkbaar geweest. Maar het vertrouwensbeginsel is geen heilig principe meer. Je ziet dat de Amerikanen de laatste jaren alles aan hun laars lappen wat betreft het internationaal recht.''

De uitspraak is ook van belang voor een andere cliënt van Koppe: Wesam al D., de dameskapper die eerder dit jaar in Amersfoort werd opgepakt op verdenking dat hij betrokken zou zijn geweest bij een aanslag in Falluja. Inmiddels hebben de VS verzocht om uitlevering. Wesam is bang dat hij zal eindigen op Cuba of zal worden gemarteld in de Iraakse Abu Ghraib-gevangenis.

,,Ik weet niet of het ministerie van Justitie blij is'', zegt Lars van Troost van Amnesty International Nederland, ,,maar wij zijn heel tevreden.'' De mensenrechtenorganisatie stuurde een brief over de zaak naar minster Donner. Veel van de formuleringen uit die brief, zegt Van Troost, komen terug in het vonnis van de Haagse rechtbank. Daarmee bevestigt de rechter volgens Troost wat Amnesty al enige jaren zegt: ,, Als er enige reden is om te denken dat er sprake is van terrorismeverdenking, dan moet er niet aan de VS worden uitgeleverd. Verdachten komen terecht in Guantánamo Bay, en de VS erkennen zelf dat ze lang niet iedereen zullen vervolgen. Men zet ze ook vast om informatie te vergaren.''

Onder juristen was er al langer consensus over, zegt hoogleraar internationaal publiekrecht André Nollkaemper: de Amerikaanse anti-terreurwetten hebben een ,,juridisch gat'' veroorzaakt ,,dat volstrekt niet voldoet aan onze normen''. Volgens het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens heeft Nederland de verplichting om niet uit te leveren als er mensenrechten – zoals het recht op een eerlijk proces – in het geding zijn. Bij uitlevering van terreurverdachten aan de VS kunnen die worden geschonden, zegt Nollkaemper, ,,en zou Nederland zich laten meeslepen in schendingen van het internationaal recht.''

Als er al Nederlandse `terreurverdachten' worden uitgeleverd, dan kan dat volgens Nollkaemper alleen onder heel specifieke voorwaarden: de VS moeten expliciete garanties geven over de juridische procedure waaraan de verdachte zal worden onderworpen. In het geval van Mohammed A. had de Haagse rechtbank daar ook om gevraagd, maar de Amerikanen wilden er niet aan. ,,Het is onder de aandacht gekomen van de Verenigde Staten'', zo schreef de Amerikaanse ambassade in een `diplomatieke nota', ,,dat een Haagse rechter'' heeft gevraagd om ,,bepaalde `garanties' voordat de uitlevering van meneer A. kan worden toegestaan. De VS beschouwen zo'n verzoek als ongegrond en onnodig.''

,,Als ik tegen de rechtbank zo'n toon zou aanslaan, zouden ze een klacht indienen bij de raad van discipline'', zegt de advocaat van Mohammed A., Bart Nooitgedagt. ,,Het is de arrogantie van een grootmacht. Ik denk dat ze even wilden laten zien wie de touwtjes in handen heeft.''