Uitslag van de Schildergedichtenquiz

`De jury had het moeilijk' luidt het cliché bij prijsuitreikingen. Maar in het geval van De Grote Schildergedichtenquiz kunnen we zeggen dat vooral de deelnemers het moeilijk hadden. Niet omdat sommige vragen nogal wat denkwerk vereisten, want dat hoort bij een quiz. Maar vooral omdat er bij het afdrukken van de illustraties het een en ander misging. Zo was in de krant van 26 augustus een liggend naakt van Picasso (vraag 13) ondersteboven geplaatst. Drie weken later, bij de herhaalde oproep, was dat keurig gecorrigeerd; maar toen was een ander schilderij bij de verkeerde vraag terechtgekomen en waren bovendien door een storing in de drukkerij de plaatjes bij twee andere vragen verdwenen. De website waarop de quiz per computer kon worden ingevuld, bood ook geen soelaas, want daarop ontbraken bij sommige vragen de essentiële kunstwerken. De wet van Murphy zorgde ervoor dat zelfs in een correctie op een correctie een fout kwam te staan.

In dit licht is het een wonder dat er nog zoveel inzendingen binnenkwamen (122 via het web, 37 op papier), en vooral dat de helft van de deelnemers twaalf of meer punten scoorde. De grootste struikelblokken waren vraag 7 (`Van welke dubbelkunstenaar is deze combinatie van beeld en poëzie?' – dat was Hugo Claus en niet Leo Vroman) en vraag 13, waarin werd gevraagd om vier kunstwerken van Picasso te verbinden met toepasselijke verzen van moderne dichters. Bij deze vraag kreeg je voor ieder goed antwoord een punt; bij alle andere vragen was één punt te behalen, zodat er in totaal 17 punten konden worden verzameld. Vier inzenders hadden alles goed: R.O. Aalbersberg (Voorschoten), C.C.A. Duin (Alkmaar), C. Fontein (Voorschoten) en H. van Viegen (Utrecht). Zij zijn de winnaars van de Schildergedichtenquiz en krijgen twee kaartjes voor de opening van de tentoonstelling All the Rembrandts in het Rijksmuseum (woensdagavond 25 januari 2006), waarvoor twintig Nederlandstalige dichters poëzie hebben gemaakt bij de schilderijen van de bijna vierhonderd jaar oude meester. De troostprijzen, vijf exemplaren van het bij de tentoonstelling behorende boek met schilderijen en gedichten worden eind januari verstuurd naar C. Breukink (Bronkhorst), J.G. Buijsse (Leiden), G. Elshout (Amsterdam), E.J.M. van Geene (Helmond) en H. Wagnaar (Monnickendam).

De antwoorden:

1 d) S. Vestdijk schreef in 1956 een gedicht over Het joodse bruidje.

2 c) Het moderne embleem van de dichter en zijn muze was van Charlotte Mutsaers.

3 b) De tentoonstelling Kijken en bekeken worden was samengesteld door Gerrit Komrij.

4 c) Drs. P noemde in zijn gedicht Vermeer (`Ja, alles goed en wel, maar hoor eens even / Je moet Vermeer zijn, om dat weer te geven').

5 d) Lennaert Nijgh dichtte in `Het land van Maas en Waal' over Jeroen Bosch, David Bowie schreef een nummer met de titel `Andy Warhol', Neil Diamond zong `The Last Picasso' en Don McLean vereeuwigde Van Gogh in `Vincent' (`Starry, starry night').

6 d) Gerard Reve woonde op de Jozef Israelskade in Amsterdam (en noemde de straat in De avonden de Schilderskade).

7 d) Hugo Claus; zie hiernaast.

8 b) Het gedicht van K. Michel heet `De meeuw van Treytel', naar de keeper van Feyenoord die ooit met een uittrap een meeuw uit de lucht schoot.

9 b) De dichter F. Schmidt-Degener heeft in de tuin van het Rijksmuseum gewoond; hij was van 1921-1941 zelfs directeur van het museum.

10 a) Breughels De val van Icarus is zonder twijfel het schilderij dat de meeste dichters heeft geïnspireerd.

11 c) `Hoort. Hoort. Floris Jespers heeft een Singernaaimasjien gekocht' dichtte Paul van Ostaijen in zijn `Huldegedicht aan Singer'.

12 a) Martinus Nijhoff maakte een gedicht op De schiettent van Pyke Koch.

13 a) 4 Singer-songwriter Jonathan Richman becommentarieerde een zelfportret van Picasso.

13 b) 2 Harry Mulisch verwees naar de Minotaurus-schilderijen en -tekeningen.

13 c) 3 Wallace Stevens wijdde een gedichtencyclus aan The Blue Guitar.

13 d) 1 e.e. cummings dichtte over een van Picasso's voluptueuze vrouwenfiguren – dit plaatje stond bij de eerste publicatie van de quiz op zijn kop.

14 c) Jordi Cruijff, de zoon van Johan, was het eigenlijke onderwerp van Henk Spaans gedicht `Waarom schilderde Rembrandt Titus?'