Snuisterijen van Dylan

Met Martin Scorseses briljante muziekdocumentaire No Direction Home, onlangs vertoond op de BBC en verkrijgbaar als dvd, lijkt de gestage rehabilitatie van Bob Dylan zijn hoogtepunt te hebben bereikt. Na jaren van verguizing en dienst als kop van jut voor jaren-zestig-bashers, is Dylan eindelijk weer door zijn oude publiek omarmd als een van de belangrijkste muzikanten van de twintigste eeuw. Vergeten, zo niet vergeven, zijn opeens de jaren dat het `fossiel' Dylan geen goed kon doen bij cohorten van zijn eigen generatie die natuurlijk wél hoog opgaven van de blijvende spierballenvitaliteit van de Stones, of gezellig wegknisperden bij de haardvuurklanken van Eric Clapton.

Maar de aanhouder wint. En wie de Scorsese-documentaire heeft gezien, begrijpt waarom de late herwaardering van Dylan volkomen terecht is. Ook al hield hij de politieke dwangbuis die de protestgeneratie hem wilde aantrekken verre van zich, het brutaal-arrogante, experimentele, en burleske karakter van die jaren is in geen enkele muziek zozeer te vinden als in het werk dat hij van 1961 tot 1966 in een koortsachtig tempo produceerde. Na zijn retraite uit de benauwende kermis van de sixties, heeft Dylan zijn muziek verdiept tot een van de meest indringende en eigenzinnige collecties Amerikaanse `volksmuziek'.

In het kielzog van de Scorsese-documentaire stoomt dezer dagen een vloot aan Dylan-uitgaves en festiviteiten op, waaronder de paperbackeditie van zijn dwarse memoires Chronicles (een literaire sensatie van 2004), een filmfestival en een foto-expositie in Londen. Te midden van die verering is The Bob Dylan Scrapbook, 1956-1966 een welkome, luchtige afleiding. Het `boek', eerder een gestileerd plakboek, biedt een overzicht van Dylans vroege jaren aan de hand van een grote verzameling memorabilia, snuisterijen en hebbedingetjes, zoals gereproduceerde concertkaartjes, programmaboekjes, foto's en handgeschreven songteksten, weggestoken in vakjes, hoeken en gaten. Samensteller Robert Santelli (curator van een reizende Dylan-expositie) schreef ook een degelijke inleiding over Dylans loopbaan.

Het boek is een onderhoudend, maar serieus getoonzet extraatje bij de film van Scorsese, waaruit ook een cd met interviewfragmenten van Dylan is bijgevoegd (in weer een apart vakje). Instructief voor wie alleen lijvige biografieën van Dylan kent, zijn vooral de reproducties uit het jaarboek van zijn middelbare school, een advertentie van de winkel van zijn vader, en foto's van het stadje Hibbing, waar hij opgroeide. Het oog van de liefhebber blijft verder lang hangen op de handgeschreven songteksten, veelal op briefpapier van hotels en vol met afwijkende regels, krabbeltjes en noodkreten. Iets doorgedraaids heeft dit gereconstrueerde plakboek wel, maar dat hoort bij het fan-dom. Ook bij dat van gereconstrueerde Dylan-liefhebbers op leeftijd.

Robert Santelli: The Bob Dylan Scrapbook. 1956-1966. Simon and Schuster, 64 blz. €43,49