Pensioenwereld pakt winst

De grote Nederlandse pensioenfondsen hebben in het derde kwartaal dankzij extra winsten op beleggingen in grondstoffen en aandelen een onverwacht hoog rendement behaald. Ook de resultaten in de eerste zes maanden waren al boven verwachting. De meeste fondsen verwachten niet dat deze hoge rendementen zullen aanhouden, zo blijkt uit hun berichten over het derde kwartaal.

Ondanks de groeiende beleggingswinsten is de financiële positie van de pensioenfondsen, die invloed heeft op de pensioenpremies die zij volgend jaar gaan heffen, niet veel verbeterd ten opzichte van eind 2004. De pensioenwereld stelt in de loop van het najaar de premies voor volgend jaar vast.

ABP, pensioenfonds voor leraren en ambtenaren, boekte in het derde kwartaal 4,6 procent rendement, het Spoorwegpensioenfonds verdiende 5 procent, zorgpensioenfonds PGGM en het Bedrijfstakpensioenfonds voor de Metalektro (van scheepswerven tot halfgeleiderproducenten) haalden elk 6 procent rendement en het Pensioenfonds Metaal en Techniek (`kleinmetaal') won 6,4 procent.

Het zijn vooral de beleggingen in grondstoffen, waarin de olieprijs een cruciale rol speelt, die een explosief rendement geven. Het Metaal en Techniek pensioenfonds noteert bijvoorbeeld in de eerste negen maanden een rendement in deze categorie van meer dan 50 procent, PGGM komt op 47 procent, Metalektro op 43 procent en ABP op bijna 41 procent.

De beleggingswinsten drijven het financiële vermogen op, maar de waarde van de pensioenverplichtingen ligt ook nog steeds op een historisch hoog niveau doordat de marktrente laag is.

De verhouding tussen het vermogen en de pensioenverplichtingen, de zogeheten dekkingsgraad, becijferd tegen marktwaarde, was bij het Spoorwegpensioenfonds eind september 161 procent, tegenover 150 procent eind 2004.

Bij Metalektro was de dekkingsgraad 120,5 procent (eind 2004: 119 procent), bij Metaal en Techniek 120 procent (eind 2004: 120,2 procent), bij ABP 119,7 procent (eind 2004: 121,3 procent) en bij PGGM 117 procent (eind 2004: 117 procent). De norm voor de dekkingsgraad is doorgaans 130 à 135 procent.