Meeschuiven in de taal

Zone is de vierde Nederlandstalige dichtbundel van Albertina Soepboer, en haar veertiende boekpublicatie sinds 1995. De andere boeken uit die reeks behelzen, naast vijf Friese dichtbundels, een kinderboek, een kerstverhaal, toneelteksten en een vertelling over Sint Anthonius. Dit weekeinde presenteert Rieks Swarte bovendien in Leeuwarden de laatste voorstellingen van De Groote Storm / De Grutte Stoarm, Soepboers toneelstuk over de Sint Lucia-stormvloed die in 1287 Friesland en Holland uiteensloeg.

Een veelzijdig oeuvre dus, en de veelkantigheid beperkt zich allerminst tot Soepboers genre- en onderwerpbreedte. In haar poëzie is de syntaxis allengs losser geworden, waardoor de tekst meer betekenislagen heeft gekregen. Die hang naar ambiguïteit was al zichtbaar in De dieptering (2001) en ook in Het nachtland / De knotwilg (2003), maar in Zone maakt de taal zich principieel los van de boodschap. Hier spreekt de dichter, zoals ze het zelf noemt `een taal waar geen zijkanten in te vinden zijn'.

Dit geldt vooral voor de cyclus `Scheuren in rotsen is het zand je onbekend', waaruit het beeld van de taal zonder zijkanten ook afkomstig is. In deze reeks ontbreken de hoofdletters en punten die syntactisch houvast hadden kunnen bieden. In telkens twee kwatrijnen meandert een verhaal dat zich niet laat samenvatten over negen pagina's. Het gaat over liefde en over de afstand tussen de `ik' en `jou'. In korte berichten doet de ik verslag:

de melk is romig vandaag, het tafelblad voor

alleen mij en de kok is hoofdschuddend jong

geworden, beleefd, zijn je handen al warm en

hoe is het met je kat en ben je nu windwijzer

mijn haren schudden de kaarten voor hem en

ik trek de vingers tot ons lot, verzegeld, breek

hem open, ben je heter vandaag en wij laten

de westenwind het woord doen, dit is de sleutel

Die `sleutel' breekt de tekst voor de lezer niet open. De boodschap is daarvoor te veel `onder ons' en te fragmentarisch, zoals de korte berichten op een prentbriefkaart of in e-mail. Waarschijnlijk heeft Soepboer hier ook letterlijk vakantiegroeten geschreven. Zone ontstond immers al reizend. Van het Romeinse Zuiden tot het hoge Noorden, met daartussen de Berlijnse muur. `Zo Zuid', `Om Noord' en `Middenmuur' heten de drie afdelingen en elk daarvan wordt ingeleid door een `Zone'.

Zo'n heldere indeling suggereert een heldere inhoud, maar op dit punt zet de dichter haar lezers met harde hand aan het werk. Ze beschrijft een keizer die niet slapen kan, en een Etruskische weduwe die snakt naar meer dan `gescheurde beloftes' van diezelfde keizer. Tegelijkertijd is er het heden, met onweer, zwarte chocolade en terloopse verwijzingen naar popmuziek en de film Le Fabuleux Destin d'Amélie Poulain. Dit alles lijkt in Rome en de omgeving daarvan gesitueerd, maar de samenhang ligt op zo'n associatief niveau dat de lezer tot herlezen gedwongen wordt en daarbij de geest vol op de tocht moet zetten. In het Noordse fjordengebied van de tweede afdeling wordt het nog lastiger, vooral ook omdat hier de intimiteit tussen geliefden centraal staat. En ook in de slotafdeling over Berlijn biedt Albertina Soepboer puzzel na puzzel.

Maakt dat de poëzie in Zone onbereikbaar? Integendeel. Soepboer daagt haar lezers uit om van regel naar regel mee te schuiven in het perspectief en de taal, en in haar doorlopende aardverschuiving biedt ze onverwachte beelden. Een man baadt in het blauwe licht van wolven en `Iemand sprak de liefde aan, als hoe eikenblad / tevoorschijn komt in april, koortsachtig en toch / in wrede stilte'. En dan is er ten slotte, na zo veel losse verhaalstof, het open, maar glasheldere einde:

Het was een ruime ochtend, er zat wel grijs in

maar de boom had klein blad en een vrouw

had witte rozen over de brug getild, argeloos

toen de zon scheen, en het was een ruime

ochtend toen de mensen aan boord gingen

en een beetje zachte regen op de straat viel

ze dronken koffie en spraken van water en

hoe man bijna naar de bodem was gedaald

het was een ruime ochtend, en de touwen

werden klaargelegd, ze zouden gaan nu en

het regende zacht, het was een ruime ochtend.

De poëzie van Albertina Soepboer is wel eens vergeleken met die van Ida Gerhardt en Christine D'Haen, maar bij lezing van Zone rees bij mij vaker de naam van Gertrude Starink. De driedelige cyclus `Het hart bezit twee kamers' ligt zelfs heel dicht bij Starinks lyriek in De weg naar Egypte. Ook daarin wordt een verhaal niet verteld, maar in mystieke beelden veeleer beloofd. Starink zou het echter niet in haar hoofd hebben gehaald om, zoals Soepboer in haar `Zones', songteksten van Coldplay, U2 en A Girl Called Eddy te citeren. Ergo: Soepboer lijkt vooral op zichzelf – zoals de foto in Zone haar toont. Als deel van het landschap, de blik niet naar buiten gericht, maar inwaarts wegkijkend.

Albertina Soepboer: Zone. Contact, 46 blz. €14,50