Mannen met een gsm schiet je dus neer

Morgen stemt Irak over een nieuwe democratische grondwet. Twee egodocumenten van Amerikaanse soldaten tonen de strijd met de Irakezen én de strijd tussen de seksen.

Vreemde oorlog, in Irak. John Crawford, gestationeerd in Bagdad, heeft net onder vuur gelegen van zijn eigen eenheid die hem per ongeluk aanzag voor een Iraakse terrorist. Hij heeft het overleefd, slikt valiumtabletten om tot rust te komen, en wil zijn avonturen met iemand delen. Mijn vrouw in Florida, denkt hij. `Hey honey, how was your day?' `O, niets bijzonders, doodschieten, sterven. That sort of shit. En jij, leuke dag gehad?' Het is een dagdroom. Zijn echtgenote neemt de telefoon steeds minder vaak op. Een slecht teken, vreest hij. Collega's in zijn eenheid praten vaak over vriendinnen en echtgenotes die vreemd gaan of willen scheiden. Zou zijn vrouw ook een ander hebben?

In Vietnam, de vorige langdurige oorlog waar Amerikaanse soldaten bij betrokken waren, schreven soldaten nog brieven waarin ze van hun avonturen in de rijstvelden en de jungle vertelden. Nu, dertig jaar later, zijn de lijnen korter. Ze sturen 's avonds een e-mail of ze bellen even. Zo wordt het thuisfront op de hoogte gehouden van hun wederwaardigheden. Zijn hun militaire voertuigen, de Humvees, niet goed beschermd tegen bermbommen? Meld het in een telefoontje naar huis, zodat familieleden nog diezelfde dag bij het Pentagon in Washington kunnen klagen. Deugen de kogelvrije vesten niet? Schrijf erover in een e-mail, die door bezorgde echtgenotes meteen wordt doorgestuurd naar de legerleiding.

Niet alleen het contact tussen het oorlogstheater en het thuisfront is sneller en directer dan in voorgaande oorlogen. Sinds de zomer is in Amerika een televisieserie (`Over There') over de strijd in Irak te zien. De eerste egodocumenten zijn ook verschenen. De memoires van Crawford zijn geschreven in de traditie van Philip Caputo's A Rumor of War (1977) over de oorlog in Vietnam: de rauwe werkelijkheid vanuit het oogpunt van een soldaat. (Caputo was een marinier, Crawford is een infanterist). Alleen soldaten als Crawford, zelfverklaarde sex-crazed killers, weten hoe het er in Irak aan toegaat. `De sceptici, de verslaggevers, de demonstranten voor en tegen de oorlog, ze hebben het allemaal bij het verkeerde eind. Volgens het nieuws is de oorlog afgelopen. Daar hadden wij geen problemen mee. Niemand anders had er wat te zoeken. Dit was onze oorlog, dit was mijn oorlog, de enige oorlog die ik had. Ik had er zo mijn twijfels over maar klampte me er toch aan vast.'

Kayla Williams heeft zichzelf een andere opdracht gesteld. In het eerste hoofdstuk van Love My Rifle More Than You stelt ze de lezer gerust: ze is geen Jessica Lynch of Lynndie England. Ze is niet beroemd, zoals Lynch, vanwege haar krijgsgevangenschap en dramatische bevrijding in het begin van de oorlog in Irak. Evenmin hoeft ze zich te schamen, zoals England, voor haar rol bij de mishandeling van Iraakse gevangenen in Abu Ghraib. Lynch en England zijn weliswaar de bekendste Amerikaanse soldaten die deze oorlog heeft opgeleverd, maar roem, schande én hun karakters verhinderden dat ze een zinnig antwoord konden geven op de vragen die Williams in Love My Rifle More Than You stelt: hoe het is om als vrouw te dienen in het Amerikaanse leger en hoe is het om als vrouwelijke soldaat een jaar in oorlogsgebied door te brengen?

Integratie

Interessante vragen, omdat de integratie van vrouwen vijftien procent van het totale aantal soldaten – in het leger een betrekkelijk jong fenomeen is. In Vietnam waren vrouwen alleen achter de frontlinies actief. Vrouwen mogen nu weliswaar officieel nog steeds niet aan het front dienen, maar de oorlog in Irak kenmerkt zich juist door een gebrek aan frontlinies. De meeste slachtoffers vallen niet tijdens gevechten maar gedurende patrouilles en de verplaatsing van materieel, waaraan vrouwen nadrukkelijk wél meedoen. Ze lopen dus evenveel gevaar als hun mannelijke collega's.

Williams diende een klein jaar in Irak, van het begin van de oorlog tot en met februari 2004. Ze was geen gewone infanterist. Omdat ze Arabisch spreekt, werd ze aangesteld bij een inlichtingen-eenheid. Het grootste deel van haar diensttijd bracht ze door in het grensgebied met Syrië, bij de stad Tal Afar. De afgelopen maanden is daar veel gevochten, maar in 2003 was het er relatief rustig. Rust en verveling veroorzaakten echter andere problemen: tussen mannelijke en vrouwelijke soldaten.

Volgens Williams worden vrouwen in het leger ingedeeld in twee categorieën: `sletten' en bitches. Je bent een slet als je (de reputatie hebt dat je) het met veel mannen doet. Je bent een bitch als je (de reputatie hebt dat je) veel mannen seks weigert. Williams, die zelf de rol van `bitch' zegt te verkiezen, schrijft dat de meeste vrouwen in het leger ambivalent staan tegenover hun rol als seksobject. Of beter: ze winden zich erover op, tot zich een nieuwe vrouwelijke soldaat aandient waarop de mannen hun aandacht en energie richten. De woede (jegens de mannen) slaat dan om in jaloezie (jegens de nieuwe vrouw).

Dat klinkt relatief onschuldig, maar de relatie tussen mannen en vrouwen in het leger veroorzaakt veel problemen. Williams maakt gewag van een eenheid waar vijftig vrouwen in verwachting raakten, sommigen van getrouwde mannen. In dergelijke situaties veranderen de voordelen van de moderne communicatiemogelijkheden in nadelen: het thuisfront krijgt lucht van de situatie en raakt in paniek, huwelijken worden verwoest en het moreel van de betrokken eenheid wordt ondermijnd.

Williams signaleert ook andere problemen. Ze wordt in Irak geconfronteerd met seksuele intimidatie. Een formele klacht indienen wil ze niet, omdat ze dan haar identiteit bekend moet maken. De collega's van de soldaat zouden haar het leven op de basis dan ongetwijfeld onmogelijk hebben gemaakt. Uiteindelijk lukt het haar om de betrokken soldaat na informeel klagen van de basis verwijderd te krijgen.

Williams is zeer openhartig over haar verblijf in Irak. Zo is ze eind 2003 in de Noord-Iraakse stad Mosul betrokken bij de verbale vernedering van een van terrorisme verdachte Iraakse gevangene. Dat gebeurt tegen haar zin ze gelooft in de onschuld van de man , maar ze werkt wel mee. Ze is er getuige van hoe hij vervolgens wordt geslagen en met brandende sigarettenpeuken wordt bewerkt, het bewijs dat `Abu Ghraib geen eenmalige gebeurtenis' was.

Patrouille

Het is niet de eerste keer dat ze zich realiseert dat de Amerikanen in Irak meer kwaad doen dan goed. Zo worden in de herfst van 2003 de Rules of Engagement de instructieorders gewijzigd voor soldaten op patrouille. Als ze een man tegenkomen met een mobiele telefoon aan zijn oor, is het toegestaan het geweer op hem te richten. Als hij doorgaat met bellen, mogen ze hem neerschieten. De achterliggende gedachte is dat de man mogelijk terroristen tipt. Williams schrijft: `Het is waanzinnig. Er wordt een grens overschreden als we iemand mogen neerschieten omdat hij toevallig telefoneert.'

Zo is Williams er getuige van hoe Amerikaanse soldaten zich meer bekommeren om hun eigen veiligheid dan om de opbouw van Irak tot een bloeiende democratie. Wat dat laatste betreft leven er bij enkele collega's gevoelens van een andere aard: just nuke it. Zeker twintig mensen in het leger hoort ze dit zeggen. `Gooi een kernbom op Irak. Gooi een kernbom op het Midden Oosten. Ze slachten elkaar hier al duizenden jaren af. Laten we ze allemaal doden.' Williams praat het niet goed, maar ze heeft er wel begrip voor. Ook zij haat de Irakezen bijna, op het eind van haar diensttijd.

Kayla Williams & Michael Staub: Love My Rifle More Than You. Young and Female in the U.S. Army. Norton, 292 blz. €25,99

John Crawford: The Last True Story I'll Ever Tell. An Accidental Soldier's Account of the War in Iraq Riverhead Books, 219 blz. €24,95