Kunst als redmiddel

De voorstelling `Schildpad met roos en mes' gaat over een jongetje met een hazenlip en egoïstische ouders. In de Timmerclub, de werkplaats van het OT, vond een proefvoorstelling plaats – met een jong proefpubliek.

'Slet'', zegt een bijdehand jongetje uit het proefpubliek op de tribune. De rug van regisseur Mirjam Koen verstart. Op het toneel heeft actrice Romana Vrede net Fabian Jansen aan de tatoeage op haar borst laten voelen. De klas met tienjarigen uit het nabijgelegen Rotterdamse Delfshaven krijgt er rode oortjes van.

Na afloop van de openbare doorloop is regisseur Koen ontevreden. ,,Ik liet jullie eerder stoppen omdat ik niet wil dat zo'n jongetje met zijn opmerking de hele voorstelling beïnvloedt. Romana, als jij straks in je bh staat, gaat het dak er helemáál af. Misschien moeten we voor de schoolvoorstellingen een gekuiste versie maken, want zonder ouders zijn die kinderen veel wilder. Als we dat niet beteugelen wordt het verhaal door al die opwinding overschaduwd.''

Want eigenlijk gaat Schildpad met roos en mes van het Onafhankelijk Toneel (OT) over het leven van Luktor Nevel. Een jongetje met een hazenlip, een spraakgebrek en egoïstische ouders. Dankzij zijn vrienden en de kunst wordt hij behoed voor een potentieel miserabel leven.

Zo ziet artistiek leider Gerrit Timmers, die het decor en de bewerking voor zijn rekening nam, het althans graag. Timmers werd beroemd door zijn kindervoorstellingen Abels Eiland en Dominiek, voorstellingen over eenzame jonge helden die met veel inventiviteit de wereld het hoofd bieden. Voorstellingen ook, waarin de techniek een grote rol speelt.

Met zijn `Timmerclub' zoals de werkplaats van het Onafhankelijk Toneel al sinds zijn oprichting heet, bedacht Timmers ook voor het huidige stuk zowel beeldschermen die voor hoofden moesten hangen als de animaties om op die beeldschermen te projecteren. Hij droomde van interactieve achterdoeken en andere technische snufjes. Toen bleek dat het budget tekortschoot, beperkte hij zich tot het bouwen van een ingenieus decor in twee halve bogen en een hele serie kunstwerken. Want om aan te tonen dat kunst een kind kan redden, heb je uiteindelijk alleen kunst en kinderen nodig, zo redeneerde Timmers.

Telefoons

Blijmoedig ontdeed hij de decors in de opslag van bruikbare onderdelen en jatte oude telefoons uit het kantoor van het theater. Op die manier bouwde hij een imitatie van Tony Craggs' `afvalkunst'. Geduldig werkte hij vervolgens wekenlang aan de zwarte tent, de Igloo Nero, van Mario Merz en aan een werk van Frank Stella. Daardoor ontstond als vanzelf een parallel met de voorstelling, die is gebaseerd op het gelijknamige boek van Cornel Bierens. In het boek is het de vader van Luktor Nevel die kunst namaakt. Zo fanatiek zelfs, dat hij er bijna in verdwijnt en zijn zoon noch zijn vrouw langer aandacht geeft. De ironie wil dat Timmers bij het bouwen van het stuk weliswaar de rol van de vader speelt, maar geraakt werd door het verhaal van de zoon.

,,Toen ik dertien was overleed mijn vader'', zegt Timmers. ,,Van de ene op de andere dag was ik geen braaf jongetje meer. Ik ging steeds meer op straat hangen en kreeg foute vriendjes. Met die vrienden zag ik op een dag de film West Side Story. Van het verhaal begrepen we niets, maar van de sfeer des te meer. Nog diezelfde avond dwaalden wij met messen over straat op zoek naar een plek om in te breken.''

Het ging van kwaad tot erger. Vechten, stelen, brandstichting. En geen leukere plek om in te breken dan in hun eigen school, een houten noodgebouw dat makkelijk te kraken viel. ,,Op een nacht klommen we naar binnen. We wilden net de boel in de fik te steken toen er een bewaker aankwam. Mijn vriendjes probeerden door het raam te vluchten, ik verstopte me onder de vloer. Zij werden gepakt, ik niet. Ze hebben me nooit verraden, maar die hele zomer ben ik bang geweest.''

In die angstzomer logeerde hij bij zijn tante en zij nam hem mee naar het Van Abbemuseum. Daar zag hij voor het eerst een werk van de kunstenaar Moholy-Nagy. ,,Ik geloofde mijn ogen niet. Nu zouden zijn beelden misschien ouderwets overkomen, maar toen leefden we in de tijd van voor de vloeistofdia. Moholy-Nagy maakte constructies van ijzer en ander materiaal die de meest prachtige schaduwen wierpen. Schijnbare willekeurigheid bijeengebracht tot iets moois.''

Na de vakantie verhuisde de school naar een nieuw pand. ,,De scheikundeleraar – hij moet haast geweten hebben dat ik een van de boefjes was – vroeg me of ik het oude gebouw als feestzaal wilde inrichten. Met mijn vrienden ben ik toen in plaats van te stelen kunst gaan maken, geïnspireerd door Moholy-Nagy. Al vonden we in die tijd heel snel iets kunst. Een paar fietswrakken op elkaar en we waren al tevreden.''

Twee dagen later staan opnieuw drie kleuren ranja klaar voor een verse proefklas, maar niemand drinkt want het is Ramadan. De sfeer in het theater is meer ontspannen. De acteurs zijn gewend geraakt aan de stoet kinderen die de hele week al het vorderen van de voorstelling meemaakt. Enerzijds is het een mogelijkheid voor de arme scholen uit de buurt om gratis een theatervoorstelling te bezoeken, anderzijds is het voor de spelers een goede test of hun voorstelling aanslaat.

Deze klas bestaat uit twintig kinderen die in een keurig rondje in de foyer zitten opgesteld. Ze worden begeleid door Els van der Jagt, hoofd educatie van het OT. Van der Jagt wil weten wie er wel eens een theatervoorstelling heeft gezien en er gaan aarzelend vier vingers omhoog. De kinderen zijn heel stil, duidelijk geïntimideerd door het rare pand met die enorme glazen pui en een gekke houten schuur binnenin, een ontwerp van architect Frans Ziegler en Gerrit Timmers.

De klas heeft zich samen met de juf voorbereid op het stuk door het boek te lezen. Dat heeft de leraren enigszins op het verkeerde been gezet, want het boek bevat, behalve het verhaal van Luktor, vooral een lange opsomming van kunstwerken. Bierens schreef het verhaal dan ook in opdracht van de Vereniging Vrienden Van Abbemuseum Eindhoven. Het is in feite een collectieoverzicht, vermomd als kinderverhaal.

Hoewel de leraren dus denken een museumbezoek met theater te kunnen combineren zijn de kinderen nauwelijks geïnteresseerd in moderne kunst. De acteurs hebben hun volledige aandacht. Ze willen weten hoe Fabian Jansen, die Luktor speelt, kan weten of hij geschikt is voor zijn rol. En of het leuk is om acteur te zijn, zelfs als je vieze dingen moet doen. Dat Jef Hoogmartens, die de vader speelt, de jongste van de cast blijkt te zijn, en dus jonger is dan zijn zoon, levert gegiechel op. ,,Niets is wat het lijkt'', doceert de juf.

De kinderen uit het proefpubliek vinden de voorstelling, voor zover hij af is, prachtig. Maar ze zijn eigenlijk ook al behoorlijk onder de indruk van het feit dat ze zo'n imposant gebouw van binnen zien en dat ze op een doordeweekse dag de school uitmogen.

,,Welke beroemde tv-mensen ken je allemaal?'' vraagt een meisje met een fuchsiashirt waar in schreeuwende letters Miss Sexy op staat. Romana Vrede blijkt met Loes Luca gewerkt te hebben en een van de acteurs kent uit Villa Achterwerk de vader van de familie Van der Ploeg. Dat levert hem veel bewondering op. Van der Jagt vertelt vervolgens over het moment dat er bij de première `echt publiek' gaat komen. Een jongetje veert op. ,,Zijn wij geen echt publiek'', wil hij weten en mompelt er bozig achteraan, ,,kinderen hebben ook rechten.''

Onmacht

Die opmerking zou ook op het stuk kunnen slaan, waarin de macht en onmacht van zowel kind als ouders een steeds grotere rol begint te spelen. Timmers mag dan met zijn levensverhaal aan het begin van de productie hebben gestaan, het is aan mede-artistiek leider Mirjam Koen om het verhaal uit te diepen. Het decor wordt nu volgens haar richtlijnen ingedeeld en ze werkt nog iedere dag aan het script.

Het is voor het eerst dat Koen geheel zelfstandig een jeugdvoorstelling regisseert en het levert haar een heel ander soort problemen op dan ze gewend is. ,,Ik wil er geen blij kindertheater van maken met acts en dansjes. Het moet gaan over de ontwikkeling van Luktor die de strijd met zijn ouders aangaat. Het moet ook gaan over de strijd van ouders met een getekend kind. Ze willen hem vanwege zijn hazenlip enerzijds beschermen tegen de buitenwereld en anderzijds niet teveel binnenhouden. Bovendien is die vader een maniak, met zijn kunstobsessie en is moeder uitgesproken onhandig in haar opvoeding.''

Nieuwe accenten dus, die afwijken van het beginplan van Timmers. Belangrijkste verandering is dat zijn decorconcept op de schop is gegooid. De `Igloo Nero' van Merz zou oorspronkelijk neerdalen vanaf het plafond, verschuifbare panelen toonden per scène een Picasso, een Kandinsky of een Stella. Maar het leverde gigantische drukte achter de schermen op. De spelers hadden net tijd om hijgend op te rennen en hun tekst te zeggen, voor ze weer weg moesten om een schilderij het toneel op te rijden.

Nu graaft Koen naar de psychologische lijn en heeft ze de kunstwerken gewoon op het toneel gezet. Het is zoeken naar een frêle balans, omdat het boek veel zijsporen kent en door de parade van kunstwerken het gevaar van kunstoverdosis voortdurend op de loer ligt. Koen: ,,We gaan geen kunstles geven, hoor, daarvoor gaan ze maar naar het museum.'' Timmers is in ieder geval tevreden over de ontwikkelingen: ,,Het stuk groeit per dag en dat vind ik ook zo mooi aan dit proces. Ik heb het boek ontdekt en Mirjam neemt het over. Heel erg OT is dat.''

`Schildpad met roos en mes' (vanaf 10 jaar) gaat op 15 oktober in première in het O.T. Theater in Rotterdam. Aldaar t/m 13/11. Tournee t/m 24/11. Inl. (010) 4769029 of www.ot-rotterdam.nl9