Kabinet wil mogelijk minder JSF's

De Nederlandse regering overweegt minder Amerikaanse straaljagers van het type JSF (Joint Strike Fighter) aan te schaffen, dan de 85 waartoe in 2001 onder het kabinet-Kok II was besloten.

Dit blijkt uit uitlatingen van staatssecretaris Van der Knaap (Defensie, CDA) op een symposium in Den Haag. Over de aanschaf van de JSF, bedoeld als opvolger van de huidige F16's van de Koninklijke Luchtmacht, zal een volgend kabinet in 2008 definitief moeten beslissen. Volgens Van der Knaap, gisteren op een bijeenkomst van de NIID (Nederlandse Industriële Inschakeling Defensieopdrachten) overweegt het kabinet nu de aanschaf van de JSF in twee fasen uit te voeren. Volgens de staatssecretaris biedt deze beslissing een toekomstig kabinet een ,,eerlijke kans'' om de aanschaf van de toestellen te zijner tijd opnieuw te overwegen.

Met deze aankondiging schaart Nederland zich in een lange lijst van landen die eerder hadden aangekondigd de JSF te willen aanschaffen, maar nu in het licht van veranderde financiële perspectieven en soms veranderende strategische inzichten tot een heroverweging komen - met gevolgen voor de stukprijs van de aan te schaffen toestellen. Onder deze landen zijn ook de Verenigde Staten, waar de JSF door het bedrijf Lockheed Martin zal worden geproduceerd.

Naar uit eerdere beantwoording van Kamervragen door Van der Knaap blijkt, dient het Nederlandse voorbehoud over de aanschaf ook als middel om druk uit te oefenen op het Amerikaanse bedrijf Lockheed Martin om aan Nederlandse bedrijven in de kader van de thans lopende ontwikkelingsfase van de JSF (de zogeheten SDD-fase) meer opdrachten te gunnen, zoals in een Amerikaans-Nederlands memorandum in 2002 was afgesproken. Het Nederlands financieringsmodel voor de JSF was mede op die opdrachten gebaseerd, aangezien de staat van de betrokken Nederlandse bedrijven percentages ontvangt van de omzet in het kader van de JSF-ontwikkeling.

Op dit moment bedraagt de in contracten vastgelegde Nederlandse omzet in dit verband ongeveer 400 miljoen dollar, tegen een in 2001 door de Nederlandse uitgesproken verwachting van acht miljard dollar.