Het W-woord

Frank de Boer was de eerste die erover begon. Voor aanvang van de vriendschappelijke wedstrijd tegen Duitsland eerde hij Edwin van der Sar met diens honderdste interland. Als Edwin zo doorgaat, zei De Boer op die mooie augustusavond, en Oranje wordt volgend jaar wereldkampioen, dan breekt hij mijn record (112 interlands) nog wel. De woorden galmden door De Kuip als de donkere profetie van een onheilsprofeet. Wereldkampioen! Hoe haalde die man het in zijn hoofd? Zoals altijd bedoelde de ex-international het allemaal goed, maar hij bevorderde het tegendeel. Als íemand voor de start van een EK of WK zijn mond altijd vol had van reële kansen op goud, dan hij wel. Immers, bedacht De Boer dan hardop, ik zou niet weten waarom wij geen kampioen kunnen worden. Hij werd het (dus) nooit, terwijl zijn generatie goed genoeg was voor minstens één rondvaart door de grachten. Oorzaak: te veel constructieve gedachten over de eigen kwaliteit, te weinig kwade sappen om de tegenstander te doden als het erop aan komt.

Sinds afgelopen weekend raast de wereldtitel als een op hol geslagen toverbol van professor Zonnebloem door het land. Meer dan ooit, lijkt het wel. Van straatinterviews op tv tot Maurice de Hond-enquêtes in de krant: nu Oranje zich heeft gekwalificeerd moet iedereen ineens een mening hebben over onze kansen op goud. Niemand wil lullig doen dus het merendeel vindt dat we heel ver zullen komen. Zelfs de anders zo bedachtzame KNVB-bobo Henk Kesler ziet Nederland de halve finale wel halen, waarna het zijns inziens een kwestie van geluk is of Oranje w... Ja, dat woord moet er dus uit. In Noordwijk speculeerde Van der Sar openlijk over met z'n allen vijf tot zes weken van huis zijn (lees: de eindstrijd halen) en Van Nistelrooy was best bereid een vraag waarin het W-woord voorkwam te beantwoorden. (Hij zei iets over dromen en keek daar verwachtingsvol bij.) Hier moeten wij onmiddellijk mee ophouden. Denken aan de eindzege is de slechtst denkbare voorbereiding.

De opgeklopte sfeer waarmee populistische kranten en commerciële zenders hun verkoop- en kijkcijfers proberen op te poetsen, moeten wij volledig negeren. In de media geldt: positief scoort. Maar op het veld scoort positief juist niet. Wij concentreren ons vanaf nu op wat we nog missen: een goede rechtsbuiten, een leider op het middenveld, een breker op het middenveld, solide vleugelbacks. Verder dienen wij erg veel oog te hebben voor landen met meer klassevoetballers dan wij. Niet in polonaise maar met een nerveuze spanning trekken we straks naar Duitsland. Eerst de poule overleven, dan zien we wel verder. De enige belangrijke wedstrijd is de volgende wedstrijd. Tot aan de finale is het W-woord taboe. De finale, het idee alleen al.