Column

Gockey

,,Gewonnen”, riep mijn blije neef en tophockeyer een week of wat geleden, ,,en ik nodig jullie vanavond uit voor een bescheiden etentje in de stad. Ik kom jullie wel halen!”

Twee uur later belde er een man aan. De chauffeur van mijn neef, eerste elftalspeler bij de Amsterdamse hoofdklasser Pinoké. Mijn vrouw en ik waren enigszins verbaasd. Zeker toen de man ons vertelde dat hij al een half jaar in vaste dienst was van deze tot nu toe eeuwige fietsstudent. En of we dan niet wisten dat mijn neef een optie had genomen op de villa van Loek en Miep Brons op de Apollolaan. In het Amstel Hotel troffen wij een opgetogen neef, die ons die zondagavond volledig dichttimmerde met kaviaar, foie gras, kreeft en andere schitterende spijzen, begeleid door champagne, een Puligny-Montrachet en een Château Petrus 1988, die hij een prettig pomerolletje noemde. Het schitterende dessert spoelden we weg met een Château d’Yquem 1964. Bij het afscheid hoorden we zowel de gerant als de portier ,,tot morgen” mompelen. Hij was daar duidelijk stamgast.

Het diner verliep grappig. Zeker toen ik vertelde dat ik niet helemaal begreep dat hij gewonnen had, omdat er op teletekst stond dat hij met 6-0 klop had gekregen van het gerenommeerde Bloemendaal.

,,Bloemendaal heeft verloren”, vertelde mijn neef, ,,die hadden ingezet op 5-0, de scheids had 4-0 ingevuld en ik had vier ton op 6-0 gezet. Daarom tilde onze keeper vlak voor tijd zijn poot op. Krijgt hij overigens vier ruggen voor. Die scheids is een verre neef van Dick Jol en hij heeft ons ooit als eerste gewezen op die Duitse website.”

En toen brandde hij los over de gokfraude in het tophockey. Jeroen Delmee, die nu alles ontkent, had afgelopen seizoen een extra inkomen van zes ton zwart. Teun de Nooijer verdiende door een niet te missen bal naast te pushen in één keer veertigduizend euro en het team van Laren had vorige week bij de importeur 23 Porsches besteld. Ook een voor de fysio en de schoenenpoetser.

,,Dus alle uitslagen zijn gemanipuleerd?” vroeg mijn vrouw voorzichtig. Daarna kregen we van mijn neef te horen waarom de internationale hockeyfederatie om het kwartier een Champions Trophy organiseert en waarom er zo vaak Europese en wereldkampioenschappen worden gehouden. En of wij wisten waar die wanstaltige promodorpen van gefinancierd werden? Hij vertelde ook dat zijn club Pinoké vorig seizoen bijna gedegradeerd was, maar dat dat niet kon omdat er dan niks meer te verdienen viel. Dat was niet alleen voor hem nadelig, maar ook voor de tegenstanders. Daarom hadden ze het in de laatste wedstrijd gered. Dat was nog even lastig, want de scheids had zijn geld op een andere club gezet en had zeventien geheide strafcorners niet gegeven.

Woensdag las ik in alle kranten over de fraude en de snoeiharde maatregelen van bondsdirecteur Wackie. Hij heeft keihard gesteld: spelers en scheidsrechters mogen niet meer op hun eigen wedstrijden gokken! Dat zijn nog eens maatregelen.

Nerveus belde ik mijn neef, die onlangs nog heel lacherig anderhalf miljoen aan René van den Berg verloor. Hij schaterde het uit. Alsof er ooit een speler op zijn eigen naam gegokt had! Wat een onzin. Hij speelde al jaren op naam van zijn vriendinnetje, haar ouders, zijn eigen ouders en een stuk of wat vrienden. De meeste van deze gokkers wisten overigens zelf van niks. Of ik trouwens geïnteresseerd was in de eindstand van de competitie?

Enigszins verbijsterd liep ik de stad in. In mijn stamkroeg vertelde ik het verhaal. Daar was echt niemand verbaasd. Of ik echt zo naïef was? Ze hadden me slimmer ingeschat. En toen hoorde ik echt alles. Nederland is een groot gokpaleis. Je kunt op alles wedden. Het aantal doden in Kashmir, hoeveel miljoen slachtoffers de vogelgriep volgend jaar maakt, wanneer Talpa failliet gaat, het kijkcijfer van Spijkerman en of de HSL voor 2012 wel of niet zal rijden. En de penalty die Van der Sar stopte leverde Blatter drie ton op!

,,Niet waar”, opperde ik verbaasd.

Het kroegantwoord was simpeler dan simpel: ,,Wedden?”