Geen hooi, geen arend

Vaak zijn roofvogels met hun imposante verschijning favoriet onder vogelaars, terwijl ze lastig op naam te brengen zijn. Neem nou de buizerd, Nederlands één na algemeenste roofvogel. Die draagt de meest uiteenlopende verenkleden van bijna wit tot bijna zwart, en lijkt ook nog eens sterk op de ruigpootbuizerd en de wespendief, die zich eveneens in allerlei verenpakken hullen. `Ook voor de expert is het determineren van roofvogels een moeilijke zaak', schrijft Génsbol in de nieuwe Veldgids Roofvogels. `De waarnemer die alle stippen aan de horizon determineert, is niet geloofwaardig.'

Een roofvogelboek dat de gewone vogelgidsen aanvult is daarom handig, zoniet noodzakelijk. In Génsbols standaardwerk staan buizerds in al hun verentooien, van uiteenlopende leeftijd, vliegend zowel als zittend. Als extraatje staan ze nog eens samen met de op hen lijkende soorten afgebeeld. En zo komen alle 49 roofvogels aan de beurt.

Het boek is echter niet alleen een hulp bij vogel-determinatie, maar ook een naslagwerk over biologie, broedgedrag, verspreiding en aantallen vogels per Europees land. En de veranderingen daarin. Al lezend dringt door hoeveel soorten natuurgebied roofvogels nodig hebben, en ook cultuurland. Zelfs steppenarenden, die in Oost-Europa en Centraal-Azië lijden onder het ontginnen van de steppen, blijken zich op open agrarisch land te kunnen redden zolang er hooi-oppers staan waarin ze broeden. De gieren van Spanje zouden het zwaar krijgen als er geen schapen of runderen meer verongelukten. Het is lovenswaardig dat Génsbol zich niet beperkt tot het toch wat verzamelaars-achtige determineren, maar er achtergronden bij geeft. De vogelaar die daar niet al in geïnteresseerd is, wordt het wel door zo'n boek. Nadeel daarvan is het gewicht. Maar wie hem niet in zijn rugzakje mee wil zeulen, kan hem altijd nog op de hoedenplank leggen.

Bij de vele tekeningen krijgt elke soort minstens één hele pagina tekst die puur gericht is op determinatie. Uiterlijk, vlieggedrag, leefgebied, proporties en vergelijking met andere soorten; alles komt aan de orde. Daarbij bevat het boek veel foto's die niet alleen prachtig zijn maar meestal ook bruikbaar voor determinatie. Op tekeningen kun je gewenste details laten zien, maar foto's zijn echter. De combinatie van beide is uniek voor een veldgids.

Génsbol schrijft elke tien jaar een pil over roofvogels. Dit is zijn tweede Nederlandse vertaling. Dankzij nieuwe ontdekkingen over roofvogels is de determinatie-helft helemaal nieuw, met inbegrip van de tekeningen. Ook vrijwel alle foto's zijn nieuw en de tabellen met aantallen zijn bijgewerkt. Maar de achtergrondteksten zijn uit de vorige editie overgenomen – en soms verouderd. De grauwe kiekendief bijvoorbeeld broedde in 1993 met 900 à 1200 paar in Portugal en zou toen achteruitgaan. Volgens Génsbol gaat de soort nog steeds achteruit, terwijl er nog evenveel broeden als tien jaar geleden. In Engeland zakte het aantal van dertig naar twaalf, wat Génsbol `stabiel' noemt. Hopelijk is de volgende editie beter bijgewerkt.

Benny Génsbol: Veldgids Roofvogels. KNNV Uitgeverij, 408 blz. €34,95

Rectificatie / Gerectificeerd

Voorts was het onderschrift bij de illustratie bij `Geen hooi, geen arend' (pagina 33) fout. Hier was niet de smelleken, maar de boomvalk afgebeeld.