Erfgoed gebaat bij één vereniging

Eén Vereniging Cultuurmonumenten kan het werk van veel clubs samenballen en de interesse bij het publiek voor Nederlands historisch bezit een enorme impuls geven, betoogt Cor Wijn.

Tien jaar geleden leken onze monumenten er prima voor te staan. Er was een wet die functioneerde en binnenstedelijke vernieuwing was hot. Pronkstuk van de ontwikkeling was het Nationaal Restauratiefonds (NRF).

Dit publiek-private fonds verschafte goedkope leningen, want de overheid stond garant. In combinatie met belastingfaciliteiten voor monumenteneigenaren gaf dit sterke impulsen aan de sector. De economische groei deed de rest. Onderzoeken toonden het macro-economisch rendement aan van de monumentenzorg: investeringen haddden een vliegwieleffect. Reden waarom het tweede kabinet-Kok honderden miljoenen extra uittrok voor de aanpak van grote waardevolle projecten.

Maar nu, twee kabinetten en een economische crisis verder, ziet de toekomst er veel minder zonnig uit. De subsidiestromen voor kleine monumenten zijn opgedroogd en de leningen van het NRF hebben aan glans verloren. Zo werd in 2004 de restauratiefondshypotheek verlaagd van 1 miljoen tot maximaal 250.000 euro.

Door het niet bijster goede economische tij verloopt het zoeken van nieuwe bestemmingen voor onroerend goed – de motor achter het behoud van veel historische panden – moeizamer. Dit wordt verergerd doordat de overheid langzamer werkt dan de markt wil. Procedures voor een bouw- en monumentenvergunning duren lang, beoordelingen van de beschermwaardigheid van historisch panden ook. Opmerkelijk daarbij is dat zich tegengestelde bewegingen voordoen. Enerzijds is bij veel kleinere gemeenten de capaciteit om bouwplannen te beoordelen uitgehold, waardoor monumenteneigenaren stuiten op vertraging en incompetentie. Anderzijds zijn de rijksdiensten juist uitgedijd. Het gevolg is een neerwaartse spiraal: het krijgen van toestemming voor bestemmingswijziging duurt steeds langer en dus staan panden jaren leeg, gaan ze erop achteruit, wordt restaureren kostbaarder en haken investeerders af.

Natuurlijk is aanpassing van regelgeving en verruiming van de belastingfaciliteiten dringend gewenst. Maar radicale verbetering is mogelijk als er een nieuw organisatiemodel wordt gevonden voor de sector. Nu is de zorg voor de monumenten erg versnipperd. En hoe welwillend alle monumentenwakers, -wachters, -verenigingen en steunpunten ook zijn, voldoende effectief is het niet. In Engeland is te zien hoe de zorg voor erfgoed slagvaardiger en aansprekender kan zijn. Daar vormen twee grote organisaties, the English Heritage en de National Trust, de motoren van een breed gedragen en uiterst professioneel monumentenbeleid. The English Heritage beheert 400 historische locaties en zorgt als uitvoerend overheidsorgaan voor bijvoorbeeld wettelijke bescherming, subsidies, deskundig advies en onderzoek. De National Trust zet zich – onafhankelijk van de overheid – al meer dan honderd jaar in voor het behoud van zowel het gebouwde cultuurgoed als het landschappelijke erfgoed.

Kabinet en monumentenorganisaties zouden zich moeten beijveren om in Nederland eenzelfde constellatie tot stand te brengen. Aan overheidszijde kan een slagvaardige combine gevormd worden van organisaties zoals de Rijksdienst voor de Monumentenzorg, de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB), het Instituut Collectie Nederland (ICN) en delen van de Rijksgebouwendienst. Aan particuliere zijde kan de totstandkoming van een sterke monumentenvereniging gestimuleerd worden. Deze Vereniging Cultuurmonumenten zou een samenballing moeten zijn van al die private clubs die nu op hun manier werken aan het behoud van ons erfgoed. Daarbij kan deze vereniging ook de band met het landschappelijke erfgoed en met het grote publiek smeden.

De Vereniging Natuurmonumenten en de National Trust laten zien dat dit kan leiden tot een verhoogd bewustzijn en tot een brede waardering van ons historische bezit en tot een wassende stroom aan private middelen om ons erfgoed te behouden en van een hedendaagse bestemming te voorzien.

Cor Wijn is adviseur en publicist op het gebied van cultuurbeleid.