Diep in het puin van de liefde

`Scènes uit een huwelijk', zo zou het derde boek van Marja Pruis kunnen heten, ware het niet dat die titel al bestaat en dat deze fascinerende en tot op de laatste letter spannende roman veel meer omvat dan alleen maar scènes uit één huwelijk. Er zijn twee echtparen in het geding, vier volwassen personen, met ieder hun geheimen, hun maskers, hun oordelen en vooroordelen. Ze weten veel minder van elkaar dan ze denken en ze zijn met z'n allen minder wijs dan het in Oxford opgroeiende tienermeisje Anna, dat beter, want onbevangener en eerlijker, dan de volwassenen in staat is te reflecteren op het leven en de liefde.

De vertrouweling is het verhaal over Anna's moeder, Gwen, een op het oog gelukkig getrouwde vrouw met interessant werk die van de ene op de andere dag man en kind verlaat en oplost in het niets. Er zijn aanwijzingen dat ze de zee is ingelopen en al dan niet met opzet is verdronken, maar net zo goed kan ze naar Nieuw-Zeeland of New York zijn uitgeweken om daar een nieuw leven te beginnen. We komen er niet achter, want Gwen neemt niemand in vertrouwen. Het grootste raadsel van deze roman is dan ook waar de titel op slaat.

Degene die nog het meest in vertrouwen wordt genomen is de lezer. Die krijgt de scènes uit het huwelijk van het Britse echtpaar Gwen en Vince opgedist uit de mond van de in Den Haag wonende schrijfster Saskia. Samen met haar echtgenoot Geert en hun twee zoontjes logeert zij regelmatig bij haar Oxfordse vrienden en menigmaal hebben ze in en buiten Groot-Brittannië gezamenlijk vakanties doorgebracht. Zij logeren in Oxford op het moment dat Gwen verdwijnt en langzaamaan wordt duidelijk welke drama's zich in dit schijnbaar ideale Britse middle class huwelijk hebben voltrokken. Saskia weet natuurlijk nog niet de helft, dus is het behulpzaam dat Gwens dochter Anna het verhaal vanuit háár perspectief vertelt en dat ook Gwen zelf aan het woord komt. De perspectiefwisselingen zijn uiterst subtiel verwerkt. In de geraffineerde vorm van de roman weerspiegelen zich de innerlijke conflicten van alle personages.

Marja Pruis houdt niet van lineaire verhalen. Bij haar twee eerdere boeken, het biografische De Nijhoffs of de gevolgen van een huwelijk en de roman Bloem leverde haar fragmentarische verteltrant een dermate experimentele cocktail van impressies en stijloefeningen op dat het leek alsof de schrijfster niet in staat was een consistent verhaal te vertellen. Is het onwil of onvermogen om samenhang aan te brengen en om zich in te leven in haar personages, vroeg ik me af. Met De vertrouweling, dat evenals haar twee vorige boeken gecompliceerde liefdesrelaties tot onderwerp heeft, laat Pruis zien dat het geen van beide is. In deze roman, met het aan Salman Rushdie ontleende motto `Als liefde niet alles is, dan is ze niets' stelt Marja Pruis op briljante wijze haar lezers in staat samenhang aan te brengen en zich met alle personages te identificeren.

Omdat deze roman over zulke alledaagse dingen gaat als problemen van intellectuele tweeverdienende dertigers of veertigers met opgroeiende kinderen en er sprake is van een grote mate van herkenbaarheid, zou De vertrouweling gemakkelijk kunnen worden afgedaan als een vorm van chicklit voor het moderne gezin. Maar daarmee zouden we Marja Pruis ernstig tekort doen. Er rust ten onrechte een intellectueel taboe op verhalen waarin lezers zich gemakkelijk kunnen herkennen dankzij personages met wie ze zich zonder moeite kunnen vereenzelvigen. Maar om die moeite draait het juist, niet om de mogelijkheid tot identificatie als zodanig.

Het verschil met het proza van het nieuwe groepje Nederlandse schrijfsters dat zich om de frivoliteit en de toegankelijkheid van hun proza te benadrukken `writers on heels' noemt, is dat het werk van deze auteurs in een handomdraai samen te vatten is, terwijl dat bij Marja Pruis onmogelijk is. De herkenbare levensgeschiedenissen die zij evoceert in De vertrouweling zijn zo gelaagd als literatuur maar kan zijn. Bovendien zorgen de verwijzingen naar andere romans en cultuuruitingen ervoor dat De vertrouweling met de beste wil van de wereld niet kan worden gereduceerd tot een eendimensionaal vertellinkje. De lezer krijgt materiaal aangereikt om zelf via inleving en het inzetten van de eigen fantasie en speurzin een verhaal te construeren uit de puinhopen die de personages van hun eigen leven en dat van anderen maken. Als het kenmerk van een goede roman is dat hij zonder al te expliciet te zijn uitdrukking geeft aan het innerlijk conflict van de schrijver, dan voldoet De Vertrouweling daar zonder meer aan. In dat opzicht doet dit boek mij sterk denken aan sommige romans van Ian McEwan.

Gwen doet schrijfster Saskia als ze komt logeren in Oxford `de nieuwe Ian McEwan' cadeau en vermoedelijk is dat Atonement, een roman over de fatale uitwerking die verbeeldingskracht (het verdraaien of naar je hand zetten van de werkelijkheid) kan hebben op de levens van anderen. Aan het einde van Pruis' roman komt die `nieuwe McEwan' wederom ter sprake. Gwen blijkt er iets in te hebben geschreven waar Saskia om moet huilen en dat wellicht de sleutel tot het drama van haar verdwijning bevat. `Voel je vrij mijn verhaal te gebruiken. Ik vertrouw erop dat het bij jou in goede handen is', luidt Gwens opdracht. De vertrouweling uit de titel kan dus vriendin en schrijfster Saskia zijn, die met Gwens raadselachtige geschiedenis, haar liefde, trouw, ontrouw, bedrog en wanhoop mag doen wat haar goeddunkt.

Kort voor het einde van de roman interviewt Saskia in Den Haag een zangeres wier levensverhaal veel op dat van de vermiste Gwen lijkt. Ook de zangeres is jarenlang van het toneel verdwenen geweest. Saskia denkt aan Gwen tijdens dat interview en herinnert zich haar uitspraak over de liefde: ,,De main story, dat moet je van iemand zijn. Degene om wie alles draait, tot wie alles te herleiden is. Als je niet elkaars main story bent heeft het geen zin.''

Maar wát is de main story en hoe vertel je die? De vertrouweling is, evenals Atonement duidelijk ook een boek over schrijven. Als de zangeres Saskia tijdens het interview tot vertrouweling maakt en haar eigen gecompliceerde, dramatische geschiedenis uit de doeken doet, zegt ze tot slot: `Maar dit komt er toch niet allemaal in, hè?' Wanneer ze klaar is en Saskia naar huis loopt, voelt ze zich gelukkig. Omdat ze geen idee heeft welk verhaal ze op papier zal zetten, maar zeker weet dat het een belangrijk verhaal zal zijn. `Misschien niet hét verhaal, maar wel háár verhaal. Mijn verhaal.' Hoezeer het háár verhaal, en dat van Gwen en van de meeste mensen is, weet ze dan nog niet en wij, lezers, kunnen er alleen naar gissen.

Zonder Marja Pruis die bijzonder vloeiend schrijft en nooit in ergerlijke vlotheid vervalt, nu onmiddellijk met top-schrijver Ian McEwan te willen vergelijken, is haar nieuwe roman wel degelijk in de rijke Angelsaksische verteltraditie te plaatsen. Wat thematiek, sfeertekening en de magnifieke opbouw van spanning betreft, is er zelfs een verband te leggen met Charlotte Bröntes Jane Eyre dat in De vertrouweling even vaak wordt genoemd als `de nieuwe McEwan'.

In `de nieuwe Pruis' is een rasverteller aan het woord, een verteller van `main stories'.

Marja Pruis: De vertrouweling. Nijgh & Van Ditmar, 216 blz. €16,50