De mildheid ten top

Eigenlijk is het oer-verhaal van James Salter niet van James Salter zelf maar van zijn vriend en collega, wijlen Irwin Shaw. Het is een klein juweel getiteld `The girls in their summer dresses' en het is weinig meer dan een in New York gesitueerde, zeer liefdevolle dialoog tussen een man en een vrouw. Daarin wordt de man gedwongen uit te leggen waarom hij zijn ogen niet van andere vrouwen kan afhouden, terwijl dit toch niet als een bedreiging voor hun huwelijk gezien moet worden. `Ik hou van de meisjes in de kantoren. Ze zien er keurig uit, met hun bril op hun neus, elegant, gewiekst, en ze weten precies waar het allemaal om gaat. Ik hou van de meisjes op Forty-fourth Street tijdens lunchtijd, de actrices die helemaal opgetut zijn en niets verdienen. Ik hou van de verkoopsters in de winkels, die eerst aandacht aan je besteden omdat je een man bent en de vrouwelijke klanten laten wachten. Ik heb al die informatie in mijn hoofd verzameld omdat ik er al tien jaar over nadenk en nu vraag je er naar en daar heb je het.'

Het zou een programmatische Salter-zin kunnen zijn. Hij schrijft heel sympathiek over Shaw in zijn memoires Burning the days, en de verwantschap is evident voor wie ook maar een deel van Salters oeuvre heeft gelezen. Ik ken geen levende schrijver die zo mooi, met meer bewondering dan begeerte, met zo'n zachte blik en mateloze fascinatie, over vrouwen kan schrijven als deze inmiddels 80-jarige auteur. Zelfs wanneer die vrouwen, zoals in deze nieuwe bundel, de gedaante aannemen van een verwende actrice op haar retour (zoals in `Eyes of the stars') of van een calculerende oude vlam die, vergeefs, het gesettelde bestaan van een handelaar in antiquarische boeken komt bedreigen (zoals in `Bangkok').

De vergelijking met Irwin Shaw wijst meteen op een andere karakteristiek van Salters oeuvre. Zoals Joyce Carol Oates in een lovende recensie opmerkte is Salter een bijna on-Amerikaanse auteur, althans de enige van zijn generatie die geheel gevrijwaard is van wat Oates noemt `het gespierde zelfvertoon van de heavy hitters van zijn tijd'. Ze noemt Mailer, O'Hara, maar ook Bellow en, uiteraard, Shaw. Het werk van Salter is, vergeleken met dit soort auteurs, inderdaad een wonder van empathie en nuance. Ook wanneer hij zijn ervaringen als gevechtsvlieger in verhalen of romans verwerkt, gebeurt dat zonder het geringste vertoon van heroïek of malle mannelijkheid.

Een nieuwe verhalenbundel van James Salter is een gebeurtenis, die ook laat zien dat deze laatbloeier ondanks zijn tachtig jaar nog niet aan verbeeldende kracht heeft ingeboet. Verhalen zijn Salters werkelijke métier. Met alle respect voor zijn korte romans Cassada en A sport and a pastime (en natuurlijk Burning the days), het is in dit genre dat hij bevrijd lijkt van de verplichting een traditionele narratieve koers te varen. In romans moeten mensen deuren uit en straten op om weer ergens anders terecht te komen. Voor Salter lijkt dat soort logistiek vooral een vermoeiende verspilling van zinnen. In zijn verhalen valt pas goed op hoe uniek zijn wijze van vertellen is. De manier waarop hij informatie doseert, in zinnen die elkaar in eerste instantie niet zo logisch lijken op te volgen, roept een vreemd soort verwachting op. Het verhaal ontrolt zich niet stapsgewijs, maar in de vorm van vloeiende lijnen die door elkaar heen lijken te bewegen. En dan ineens doet de schrijver een stap terug, als een schilder voor zijn doek, en vult een accent in dat eerder ontbrak. En dan een paar alinea's later weer een. En weer een.

Soms maakt een verhaal als het ware een knik, zoals in `My Lord You', dat begint met de verstoring van een dinner party door een dronken, misschien per ongeluk uitgenodigde dichter. Deze Brennan verdwijnt weer en dan volgt er een alinea die je bijna mist als je niet zorgvuldig leest, wat bij Salter echt een noodzaak is. `Brennan reed door een hek op Hull Road iemands gazon op, om ongeveer twee uur die nacht. Hij had de bocht gemist waar de weg naar links boog, waarschijnlijk omdat hij zijn lichten niet aan had, dacht de politie.' Maar dan neemt ineens een van de vrouwelijke aanwezigen op de dinner party de hoofdrol over, ze raakt geïntrigeerd door de dichter en vervolgens nog meer door diens hond en ze bestudeert zijn huis. Als hij beschrijft hoe ze, leunend tegen haar fiets, staat te kijken volgt er zo'n terloopse Salter-zin die hele alinea's eromheen doet oplichten. `How beautiful a lone woman is, in a white summer shirt and bare legs.'

De erotiek zindert in bijna al deze verhalen, maar bedrog, overspel is hier een bijna onontkoombare pendant, en meer dan in zijn vorige werk een gemene deler – en ook een `gemene verdeler' tussen de mannen en vrouwen die de verhalen bevolken. Het openingsverhaal, `Comet', met zijn meesterlijke dialogen en het, zoals dikwijls bij deze schrijver, uitzoomende open einde, opent wat dat betreft zoveel inzichten, suggesties van pijnlijke verledens dat het in de handen van een andere auteur stof genoeg zou opleveren voor een lijvige roman.

Salters wereld is er een van veel vrije tijd, cocktails, grote gazons en onbetrokkenheid bij de sores van de dag, een wereld als van F. Scott Fitzgerald, maar dan niet gebonden aan een bepaalde historische periode. Salters personages zijn meer gelouterd dan die van Fitzgerald, uiteraard zou je zeggen, en dat maakt hun confrontaties vaak nog schokkender, juist omdat de schrijver zoveel te raden overlaat.

Het is bijna allemaal van een indrukwekkende perfectie, die bij iedere herlezing nieuwe verrassingen openbaart. Van veel verhalen vind je het in eerste instantie jammer dat ze zo kort zijn, en dat ze eindigen op het punt waar je juist graag had willen doorlezen. Maar als er één schrijver is van wie ik herlezing kan aanbevelen dan is het James Salter. Wat dat betreft stelt eigenlijk alleen het titelverhaal een beetje teleur, om de merkwaardige reden dat het voor een deel leunt op een wending die te wreed, te gruwelijk is voor de draagkracht van Salters elegante proza.

Last Night is een bijna on-modieus dun boekje, maar betere verhalen dan in deze bundel worden tegenwoordig niet geschreven.

James Salter: Last Night. Knopf, 132 blz. €26.50. Een Nederlandse vertaling verschijnt volgend jaar bij Meulenhoff.