De airbag als remedie

In de nieuwe film van de Waalse regisseur Bouli Lanners draait alles om de schijnzekerheid van het moderne bestaan. Met als decor het sombere Waalse landschap. ,,Triestheid vind ik een mooi gevoel.''

Het Waalse landschap is zo intens betoverend triest, dat het er goed film maken is. Dat leverde de afgelopen jaren een stroom van zeer diverse films en filmregisseurs op. Die behoren inmiddels stuk voor stuk tot de Europese top. Van de gebroeders Dardenne, met hun bijna documentaire speelfilms La promesse en Rosetta, of de cynisch-komische seriemoordenaarsfilm C'est arrivé près de chez vous, en de droog-ironische rolstoelroadmovie Aaltra, tot recentelijk de woeste oernatuur in de horrorfilm Calvaire. Elk verlaten fabrieksterrein, elke mistige zonsondergang, flikkerende lantaarnpaal, modderige berm of benauwend dorpsstraatje staat garant voor een flinke dosis absurde menselijke misère. En elke keer zorgt de wijde horizon voor bevrijding. Jacques Brel had het niet beter kunnen bezingen. Ze hebben voor die films zelfs een naam bedacht: Belge noir, naar de chocola. Puur. Bitter.

Geen wonder dus dat de als schilder opgeleide acteur en nu debuterend regisseur Bouli Lanners (1965, Moresnet-Chapelle) voor zijn eerste film dicht bij huis bleef. De film ontrolde zich voor zijn voorruit, vertelde hij toen hij ter gelegenheid van de Nederlandse première van Ultranova in Amsterdam was. Letterlijk: want het scenario schreef hij in de auto. Rondrijdend door het desolate Waalse industriële landschap. Met de ramen van zijn auto als kader voor de pracht van spoorwegemplacementen en pizzakraampjes in het niemandsland.

,,Ik blijf natuurlijk een landschapsschilder'', zegt hij. ,,Het Waalse landschap is extreem, fundamenteel treurig. Het is ook een landschap in overgang. Je ziet hoe onze cultuur langzaamaan veramerikaniseert. Ik hield altijd al van vlakke landschappen met enorme luchten, maar dat heb ik voor Ultranova nog extra aangedikt. Een beetje zoals in de western. Alsof je met je neus op het dashboard rijdt.''

Ultranova begint ook met een auto. Een knullige Subaru op z'n kop in het weiland. De bestuurder is er boem, knal, plof uit gekatapulteerd door een ontploffende airbag. Daar ligt hij dan. Er gebeurt niets. Dat is al meteen slapstick en absurdisme tegelijkertijd. En zo botst Ultranova als een van de origineelste en ontroerendste films van het jaar je ogen en de bioscoop binnen.

Het is een waargebeurde scène, beklemtoont regisseur Bouli Lanners. Nou ja, waargebeurd, een beetje dan, maar wel hét beslissende beeld waardoor zijn film ontstond: ,,Op een zondag zag ik een slalommende auto tegen een bankje knallen. Na de klap hing de airbag als een slappe ballon uit het chauffeursportier. Ik wist direct dat dat een uitstekend openingsbeeld voor een film zou zijn! Ik stelde me voor dat de airbag zichzelf opgeblazen had en ontploft was in het gezicht van de bestuurder. Nee, dat heb ik niet bij hem geverifieerd. Mijn fantasie was op dat moment genoeg. Totdat er twee weken nadat we met draaien begonnen waren, iemand met een krantenartikel aan kwam zetten waarin stond dat Peugeot een hele serie auto's uit de handel moest nemen omdat ze problemen hadden met airbags die zichzelf opbliezen.''

Filosofisch tintje

In Ultranova wordt die airbag een running gag. Een running gag met een filosofisch tintje. Want een ontploffende airbag is niet minder dan een Teken. Een teken dat je met je leven op de verkeerde weg zit. En nog voordat je zelf op de noodrem hebt kunnen trappen, houdt je auto halt. Boem, knal, plof. Wordt het niet eens tijd om een ander pad in te slaan?

Dat is althans de theorie die in een van de eerste scènes van de film wordt ontvouwd door een gestrande reiziger die een lift vraagt aan Dimitri en zijn collega's. Dimitri is een vertegenwoordiger van een projectontwikkelaar die handelt in prefab-huizen. Hij wacht ook op een knal. Iets om zijn saaie prefab-bestaan te doorbreken.

De auto is een perfecte metafoor voor onze moderne samenleving, denkt regisseur Bouli Lanners. ,,De auto vertegenwoordigt een schijnwereld, net zo fake en mechanisch als onze maatschappij zelf. We wanen ons volkomen veilig, van alle gemakken voorzien: muziek, airconditioning, stevige carrosserie. Wat kan ons nog gebeuren? Voor elk klein ongemakje wordt een remedie bedacht. De airbag is daarvan het ultieme voorbeeld. Een betere bescherming is niet denkbaar. Maar vroeg of laat keert die bescherming zich tegen ons, en dan wordt het pas interessant.''

Daarmee krijgt zijn film direct een politieke lading, bevestigt hij. ,,Het maken van een film is een zeldzaam moment. Dat kun je niet verkwisten. De globalisering van het Europese landschap gaat me aan het hart. Ik kijk met agressieve nostalgie naar het Waalse landschap. De veranderingen die daarin plaatshebben kun je op verschillende manieren bekijken: sociologisch, demografisch, etnologisch. Als je je daarvan bewust wordt, is een politiek standpunt onvermijdelijk. Evenals de vraag wat een eenvormige universele cultuur met de mens doet. In mijn film heb ik dat uitgewerkt via woorden, sentimenten, gevoelens van spijt en wroeging, existentiële vragen, alles wat menselijk is, tegenover de industriële unificatie van het landschap. Ik aarzel ook niet om te zeggen dat Dimitri een existentialistische held van onze tijd is.''

Dimitri is een geval apart. In stilte bewonderd door zijn buurmeisje Jeanne en haar vriendin Cathy. Een vogelachtige verschijning, met de klep van zijn pet als een snavel diep over zijn ogen getrokken. Met zijn onmachtige piepstem en schichtige gebaren. En zijn veel te grote jas, die hem net als zijn leven niet past. Bouli Lanners vond de jonge acteur die hem gestalte zou geven in het Brusselse theater. ,,Ik was op zoek naar iemand met een dierlijke expressiviteit, iemand die met kleine gebaren heel aandoenlijk kon zijn. Vincent Lecuyer heeft zijn fysiek mee: hij is fragiel, lichamelijk, kwetsbaar. Toen ik zijn stem hoorde bij de casting dacht ik: Calimero! Dat was perfect.''

Supernova

Regisseur Bouli Lanners bedacht de term `ultranova' voor zijn hoofdpersoon, als tegenhanger van de supernova, de ster die nog eenmaal mag oplichten voordat hij uitdooft. ,,Dimitri staat op het punt om weg te kwijnen. De film zit vol met personages die nog een keer vlammen, maar Dimitri krijgt van mij de kans om te blijven branden en zijn noodlot te doorbreken.''

Of dat ook gebeurt? Lanners: ,,Alles is mogelijk. Daarom ben ik de film ook met het einde begonnen. Een open einde aan het begin, zeg maar. Dan kun je de gebeurtenissen als een cirkel interpreteren, maar ook als een opening. Ik wilde ruimte laten voor de persoonlijke invulling van de toeschouwer.''

Acteur Vincent Lecuyer heeft een heel wat somberder beeld van Dimitri ontwikkeld. ,,Wat er met hem zal gebeuren weet ik niet'', vertelde hij in Amsterdam. ,,Hij heeft voor mij ook iets verontrustends, omdat hij zo verloren is en zich zo opsluit in zijn eenzaamheid. Ik zie hem nog het liefste als een vogel die uit zijn nest is gevallen. Hij kent zichzelf niet. Hij is als mens nog niet af. Dus wat mij betreft kan het ook allemaal heel slecht voor hem aflopen. Dat heeft ook te maken met hoe het personage van Dimitri gedurende de draaiperiode veranderd is. In eerste instantie was hij vrij negatief. Hij jatte. Hij loog. Beetje bij beetje werd hij lichter. Dat is heel kenmerkend voor de manier waarop Bouli werkt. Hij had wel een scenario geschreven, maar uiteindelijk hebben we heel veel geïmproviseerd op de set. Zo werden kwaliteiten van het ene personage op het andere overgedragen. Dimitri werd iemand waar de anderen hun gevoelens op projecteren. Zo is de sfeer van de film wel hetzelfde gebleven, maar zijn de accenten verschoven. Dimitri werd van een `dader', een slachtoffer en meer contemplatief. Er zit uiteindelijk veel van Bouli zelf in hem.''

Dat klopt wel, denkt regisseur Bouli Lanners: ,,Ik heb een contemplatieve natuur'', zegt hij. ,,De eerste films waaraan ik meewerkte waren evenals mijn tv-rollen komisch van aard. Toen vroeg niemand mij ooit waarom ik alleen maar grappige dingen deed. Het maken van een trieste film is tegenwoordig politiek incorrect. Dus nu moet ik me steeds verantwoorden.

,,Maar triestheid vind ik een mooi gevoel. Het weerspiegelt mijn sombere kijk op de wereld. Droefheid is in mijn optiek een krachtige tegenpool van de stress waardoor de maatschappij wordt gedicteerd. Als je je somber voelt, ben je gevoeliger voor indrukken van de wereld om je heen. Ik meen dat het enige ogenblik dat de mens tot afstand en reflectie in staat is, het moment is waarop hij triest is. De aanleiding daarvoor kan natuurlijk van alles zijn, maar het hoeft niet per se een droevige gebeurtenis te zijn. Het is meer een state of mind, een permanente gemoedstoestand.

,,Daarom hou ik ook zo van de hemel. Als schilder maak ik voornamelijk werken van het industriële landschap met een immense hemel erboven. Daar heb ik thuis een enorme voorraad van liggen. Tijdens het draaien was het zo, dat ik elke keer als ik een mooie nachtlucht zag, cameraman Jean-Paul de Zaetijd optrommelde om er een shot van te maken. Die enorme hemelse dimensie geeft een nieuw perspectief aan het landschap en het leven eronder. Die is fundamenteel anders dan hoe het Belgische landschap eigenlijk is, namelijk in tweeën gesneden, met overal grenzen. Misschien wil ik op die manier onbewust een tegenbeeld creëren.''

Hetzelfde geldt voor humor. Lanners houdt ervan te lachen om de triestheid van het bestaan. ,,Neem bijvoorbeeld die scène met Jeanne en Cathy die tussen de ingepakte stoelen en tafels in een meubelpakhuis over de zin van het bestaan zitten te praten. Die was eerst als een heel gewone scène gepland. In een café, met een heleboel figuranten. Op een dag waren we eerder klaar met draaien en liep ik doelloos door het magazijn. Ik loop altijd te kijken door een viseur, een zoeker, om nieuwe beelden te vinden. En toen ben ik spelenderwijs op een soort elektrisch steekwagentje gaan zitten en een beetje rond gaan rijden. Zo kwam ik op het idee om die geïmproviseerde rijder als shot te gebruiken. Je ziet al die in plastic verpakte meubels, terwijl je twee meisjes hoort praten over noodlot en toeval. Pas helemaal aan het eind zie je ze zitten op een ingepakte bank. In die eenzame opslagruimte wordt hun dialoog veel wanhopiger. En daarmee ook veel komischer. Want dat verwacht je niet. Dat fabrieksmeisjes zo'n diep gesprek voeren over levenslijnen en hoe de indianen in hun handpalm sneden om hun lot te veranderen.

,,Zelf ben ik natuurlijk de indiaan van de film, die in deze Waalse western is terechtgekomen om al die lonesome cowboys wakker te schudden. Dat vind ik wel een amusante gedachte.''

`Ultranova' draait op dit moment in de filmtheaters.