Bolsward bakte ruim 25 miljoen tegels

Verbijsterend. Elk ander woord is ongeschikt ter kwalificatie van de zesdelige serie boeken onder de titel Fries Aardewerk, geschreven door Pieter Jan Tichelaar, Jan Pluis, Arend Jan Gierveld, Adri van der Meulen, Paul Smeede en Sytse ten Hoeve. Het is uitbundig geïllustreerd, diepgravend zo niet diep spittend, en uitputtend gedocumenteerd.

In steden en dorpen als Dokkum, Sneek, Hindeloopen, Workum, Bolsward, Harlingen en Makkum (met nadruk op de laatste drie) waren na 1700 bij elkaar meer dan vijftig aardewerkbakkerijen actief, waarvan een aantal grote bekwaamheid aan de dag legden in het vervaardigen van sieraardewerk. Zoals daar bijvoorbeeld zijn: kandelaars, stoven, olie- en azijnstellen, kwispedoren, komforen, schuierhandvatten, haringschaaltjes, scheerbekkens, tabakspotten, tulpendragers, spaarpotklompen, botervloten, gemberpotten, inktstellen, lampvoeten, spreukschotels, bonbondozen, vuurstolpen, mosterdlokjes, sapkommen, waterstellen, radijsschaaltjes, vergieten, al dan niet voorzien van geschilderde herders, wolkenluchten, kievitseieren, kinderspelen, rozenbladen, Bijbeltaferelen, paarden, koeien, zeewezens, honden, katten, schapen, konijnen, aan de wind zeilende oorlogsbodems, landleven, stadsgezichten, ruitergroepen, genretaferelen, of spreuken als `Een heete kok is niet te berispen' of `Heden groot, morgen dood', `De liefde en de hoest kan men niet verbergen', `Al te veel is ongezond', `De Maat is kostelijk', `Men moet in 't kiezen geen smaak verliezen', `Wat zal het Einde zijn'.

Ik geef niet voor niets zo'n uitgebreide opsomming. Het Friese aardewerk is eindelijk in kaart gebracht – hier en daar heeft het er de schijn van dat het een kaart op schaal 1:1 betreft. Alles lijkt geboekstaafd, tot en met geboorte-, trouw en overlijdensdata van de pottenbakkersknechten (met voor alle duidelijkheid de vermelding van de bereikte leeftijd).

Ik begrijp die grondigheid best. De twee delen over de aardewerk-bakkerij van Tichelaar te Makkum door huidig directeur Pieter Jan Tichelaar vormen een proefschrift, en dissertaties horen nu eenmaal grondig te zijn. Maar het zal toch in eerste instantie het emancipatorische aspect van de hele serie zijn, die deze minutieuze aandacht in het leven heeft geroepen. Het Friese aardewerk is eeuwenlang onder de vlag van `Delfts blauw' verkocht, pas in de laatste veertig jaar is men in staat Fries van Delft te onderscheiden. Het eerste is iets grover, het gebruikte materiaal iets minder zuiver, het wit iets minder wit, de voorstellingen iets minder artistiek.

Ik hoef wat het laatste betreft maar op de Harlinger zondeval-tegel uit 1660 te wijzen, waarop we Adam als vijftigjarige zien afgebeeld en Eva als grootmoedertje met armpjes waaruit alle vlees geweken schijnt. Een ander detail uit alle boeken Fries Aardewerk is veelzeggend over de omvang van deze tak van kunstnijverheid: alleen het aantal in Bolsward gemaakte tegels wordt al geschat op 25 miljoen, wat overeenkomt met een totaaloppervlakte van 400.000 vierkante meter.

Veel persoonlijke getuigenissen bevat Fries Aardewerk helaas niet. Ik vrees dat de auteurs die niet konden vinden, wat gezien hun grondigheid zal betekenen dat ze niet bestaan. Wel heel mooi – het lijkt bijna een gedicht – is het verslag uit de winter van 1763 van een rampzalige verlopen stapeling van bakgoed in een Bolswarder aardewerkoven: `Ons wit was reeds geaccordeerd, en ons inzetter Auke Aukes Maakte een begin met de Voorste Rouwe Roode, terwijl hij hier meede bezijg Was, Zoo begon het glad en Rouw goed op de Voorste Boog Staande, Van boven to beneden ter schuiven, ja Zoo dat de inzetter daar toe de oven uitgebonsd Wirdt. [...] Zeer veel aan Stukken en beschadigt en Zag er over het geheel Zeer gedevaliseerd uit. Weete hier van geen reeden, als dat de kappen Rouwwerk Over de Vuirgangen te hoog moeten zijn geweest.'

Een triest moment uit een lang vergeten, maar dankzij deze monumentale uitgave in alle glorie aan het licht gebrachte geschiedenis van het Friese aardewerk.

Pieter Jan Tichelaar e.a.: Fries Aardewerk. Zes delen. Een uitgave van Primavera Pers Leiden, in samenwerking met de Stichting Fries Aardewerk. €45,–per deel