Blijven in Irak

,,Herbouw Amerika. Breng de troepen nu naar huis''. Zo luidt de slagzin van een recente advertentie in The New York Times, ondertekend door een keur aan leiders uit het Amerikaanse zakenleven. De illustratie die de advertentie haar zeggingskracht geeft, is een foto. Onder een viaduct in het ondergelopen New Orleans ligt een opgezwollen lijk. ,,Nog een slachtoffer van onze oorlog in Irak'', staat erboven.

Na het vernietigende werk van de orkaan Katrina is de publieke opinie in de Verenigde Staten omgeslagen. President Bush handelde te laks met zijn slachtofferhulp aan New Orleans. De reservisten die hier goed werk hadden kunnen verrichten, zaten deels in Irak. Lokale functionarissen wisten zich geen raad met de gevolgen van de overstroming. De federale overheid kwam pas na vijf dagen in actie. Het overzees zo daadkrachtige Amerika, militair op grote schaal actief in Irak en Afghanistan, liet het thuis afweten toen de nood het hoogst was. Het verband tussen aanwezigheid in Irak en de absentie in New Orleans is snel gelegd. Bush wordt met een urgent binnenlands onderwerp afgerekend op de kern van zijn buitenlands beleid.

Is een snelle terugkeer van de Amerikaanse en Britse troepen realistisch? Zaterdag 15 oktober kan wat dat betreft een doorslaggevende dag zijn. Dan wordt bij referendum bepaald of de nieuwe Iraakse grondwet de steun heeft van een meerderheid van de bevolking. Is dat het geval, dan zou de Amerikaans-Britse coalitie aan terugtrekking op termijn kunnen gaan denken. Als de constitutie wordt weggestemd, dan is het land terug bij af.

De totstandkoming van de ontwerpgrondwet is op een martelgang uitgelopen. Door een sunnitische boycot is het een vrijwel exclusief shi'itisch-Koerdisch document geworden. Het legt het fundament voor een federaal Irak. In zo'n opzet zouden de sunnieten, die 20 procent van de bevolking vormen en dominant zijn in het centrale deel van het land, nauwelijks over de oliebronnen kunnen beschikken. Dat is niet in hun belang. Geen wonder dat hun politieke en geestelijke leiders hebben opgeroepen zaterdag ter stembus te gaan. En `nee' tegen de grondwet te zeggen. Als dat gebeurt, kan het hele constitutionele proces opnieuw beginnen, inclusief verkiezingen. De grondwet is verworpen zodra in drie van de achttien provincies een meerderheid van tweederde zich er tegen heeft verklaard. Ook als de constitutie het wel haalt, zijn de problemen niet voorbij. Het blijft een controversiële tekst, die in het slechtste geval tot een burgeroorlog tussen shi'ieten, sunnieten en Koerden kan leiden.

Het dilemma voor de Amerikaans-Britse coalitie mag duidelijk zijn: blijven is onaantrekkelijk omdat thuis de oorlog steeds moeilijker te verkopen is. Maar vertrekken kan pas als er uitzicht is op een enigszins stabiele situatie met een regering, een volksvertegenwoordiging en een grondwet die redelijk functionerenen. De aanwezigheid van westerse troepen in landen als Irak en Afghanistan heeft haar eigen noodzaak geschapen. Weggaan is onverantwoord zolang het risico bestaat dat anarchisten en terroristen de macht grijpen. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Straw, zei deze week dat Irak nog zeker tien jaar nodig heeft om een stabiele democratie te worden. Eerdere ervaringen met nation building laten zien dat dit aan de korte kant is. Voorwaarde blijft dat de troepen welkom moeten zijn.

,,Breng de troepen nu naar huis'' – het zou mooi zijn als het kon. Maar door de chaos die de Amerikanen zelf hebben laten ontstaan, is het op dit moment onrealistisch én ongewenst, tenzij de meeste Irakezen van de buitenlandse troepen af willen. Het blijft dus voortmodderen voor de coalitie, met een naargeestig – want langdurig – perspectief.