Belastingdruk Nederland daalt snelst

Rijke sporters en andere sterren doen er goed aan niet langer hun heil over de zuidgrens te zoeken. In België, waar het voor vermogenden zo goed toeven heet te zijn, haalde de staat de afgelopen drie decennia namelijk steeds meer belasting op.

Dat blijkt uit de dinsdag verschenen Revenue statistics van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso). Het aandeel van belastinginkomsten in het Belgische bruto binnenlands product (bbp) steeg in dertig jaar met 5 procent. En in welk Oeso-land daalde die ratio het hardst? In Nederland.

De Oeso vergelijkt in haar rapport de cijfers uit 1975 en 2004. In het beginjaar van de meting waren belastinggelden in Nederland goed voor 41,3 procent van het bbp. In 2004 was dat percentage gedaald tot 39,3 procent. Verder lieten alleen Duitsland en de Verenigde Staten een kleine afname zien.

Aan de andere kant van het spectrum bevinden zich een aantal mediterrane landen. In Spanje wist de staat zijn burgers maar liefst 16,9 procent meer geld te ontfutselen via inkomstenbelasting, BTW en volksverzekeringen.

Nederlanders moeten echter niet te vroeg juichen. In 2003 waren de belastinginkomsten namelijk nog geringer, 38,5 procent van het bbp. Dit was het laagste punt van een dalende lijn die in 2000 werd ingezet. Tot dat jaar stegen ook hier de belastingopbrengsten.

Met een belastingaandeel van het bbp van 39,3 procent bevindt Nederland zich in de mondiale middenmoot. De meeste belasting wordt er nog steeds opgehaald in Zweden, 50,7 procent van het bbp. In Mexico is dit aandeel het laagst met 18,5 procent. Korea volgt met 24,6 procent en de VS met 25,4 procent.