Belang zorgwetgeving lang onderschat

De laatste maanden staat de krant vol met artikelen over de zorgwetgeving. Dat is prima, want het gaat om een ingrijpende stelselherziening waar alle burgers mee te maken krijgen. Maar waarom was die volle aandacht er niet toen de zorgwetten door de Tweede Kamer werden geloodst?

De parlementaire behandeling van de Zorgverzekeringswet en aanverwante wetten heeft ruim een jaar geduurd. Op 17 september 2004 kondigde minister Hoogervorst het wetsontwerp aan, half december werd het door de Tweede Kamer aanvaard, en op 28 september 2005 ging de Eerste Kamer akkoord.

Het eerste bericht in NRC Handelsblad over de zorgverzekeringswet telde zeven alinea's. De hoofdlijnen (commerciële verzekeraars, basispakket voor iedereen, acceptatieplicht) werden kort aangegeven en in één alinea werden de bezwaren van de Raad van State uiteengezet (te weinig verbetering, te bureaucratisch, te snelle invoering). In een gesprek met de krant gaf minister Hoogervorst een toelichting.

De krant deed wel enkele pogingen de discussie te stimuleren. Het begon met een scherp opiniestuk tegen het wetsvoorstel van het Tweede-Kamerlid Agnes Kant (SP). Een Amerikaanse hoogleraar waarschuwde tegen te ver doorgevoerde commercialisering, Flip de Kam schreef een column over de manier waarop wij jaarlijks 45 miljard euro besteden, en er waren enkele interviews met deskundigen uit de zorgsector. Maar in vergelijking met het geweld dat in 2005 losbarstte, bleef de discussie beperkt.

De berichtgeving over de behandeling in de Tweede Kamer (hoorzitting, commissievergadering en plenair debat) was summier. Slechts een klein deel van de bezwaren die Raad van State, deskundigen, betrokkenen en Kamerleden naar voren brachten, haalde de krant. Het verslag van het slotdebat in de Tweede Kamer telde weer zeven alinea's. Hier en daar werd een enkele fractie kort aangeduid, maar geen enkel Kamerlid werd sprekend opgevoerd.

De volgende dag verscheen nog een nieuwsanalyse, maar die had meer het karakter van een recensie. Net als in eerdere berichten was de toonzetting gouvernementeel: minister Hoogervorst werd elf keer genoemd, de inbreng van de Kamer werd in enkele regels afgedaan. Wat de linkse oppositiepartijen had bewogen tegen te stemmen, werd niet duidelijk. Ook de meeste amendementen en tegenvoorstellen gingen in de doofpot.

Pas na de aanvaarding in de Tweede Kamer kwam het debat op gang: in de zorgsector, in de Eerste Kamer en in de media. Ook NRC Handelsblad publiceerde een groot aantal artikelen en opiniestukken. Velen begrepen toen pas hoe de stelselherziening in elkaar zat: eerst een basiswet, vervolgens een reeks uitvoeringswetten die allemaal de marktwerking moesten versterken.

Onder aanvoering van senator Hannie van Leeuwen (CDA) wist de anders zo bedaarde Eerste Kamer maandenlang de aandacht op zich te vestigen. Daarbij ging het vooral om uitvoeringskwesties die door belangengroepen werden aangekaart. In het kader van de rijksbegroting 2006 laaide een discussie op over de financiële gevolgen voor de burger.

Is er een verklaring voor deze gang van zaken? Oud-redacteur Quirien van Koolwijk, die tot eind 2004 over volksgezondheid schreef, zegt dat de wetgeving van Hoogervorst de afronding was van een lang proces.

Na twintig jaar waren de meeste partijen het eens over de uitgangspunten. Zo lang er vanuit de maatschappij weinig tegengeluiden kwamen, was er dus geen noodzaak om heel uitvoerig over dit onderwerp te berichten. De laatste tijd was die aandacht er wel, maar misschien worden de zorgen nu enigszins overdreven onder druk van alle lobby's.

Frank Vermeulen, chef van de Haagse redactie, heeft nog een andere verklaring. Op 2 november 2004 werd Theo van Gogh vermoord, en daarna heeft Nederland wekenlang in een soort shock verkeerd. Dat leidde de aandacht van andere onderwerpen af.

Er waren meer factoren. De Tweede Kamer besprak wel veel kwesties, maar er zat nauwelijks spanning in het debat. Veel woordvoerders waren relatief onervaren, de fractiediscipline was groot en de coalitie vastberaden.

De PvdA-fractie was al lang voorstander van een basisverzekering met acceptatieplicht. Een van de argumenten om desondanks tegen te stemmen was dat eerdere privatiseringsoperaties, waaraan ook de sociaal-democraten hadden meegewerkt, steeds verkeerd hadden uitgepakt. Daarom koos de PvdA nu voor een meer publiek stelsel. Vlak voor de stemmingen verwoordden de Kamerleden Bos en Heemskerk dat nog eens in een opiniestuk. Dat haalde wel de Volkskrant, niet NRC Handelsblad.

Misschien speelde ook een rol dat velen gedacht hebben dat het zo'n vaart niet zou lopen. Er was al twintig jaar discussie over het zorgstelsel. Zou het kabinet-Balkenende dan in staat zijn het schip los te trekken? Ja, want minister Hoogervorst had het tij mee en speelde het spel buitengewoon behendig, onder andere door de financiële gevolgen los te koppelen van de keuze voor het stelsel.

Het hoofdredactioneel commentaar op 8 juni sprak van een ,,overhaaste, omslachtige en onoverzichtelijke'' stelselherziening. Als de krant dat echt vindt, was het beter geweest dit onderwerp eerder uitvoeriger te onderzoeken. Aangezien in ons staatsrecht de Tweede Kamer beslist en de Eerste Kamer hooguit wat aanwijzingen kan geven voor reparatie van ongewenste effecten, had dat vorig najaar moeten gebeuren.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf