Alweer verpletterd door Napoleon

Op 19 februari 1801 treft de secretaris van de Eerste Consul Bonaparte diens echtgenote Joséphine overstuur aan in haar vertrekken van het paleis in de Tuilerieën in Parijs. Schulden heeft ze – en niet zo weinig ook. Haar schuldeisers dreigen haar man in te schakelen en bij dat idee alleen al raakt Joséphine in paniek. In een jaar heeft ze voor 1,2 miljoen francs aan kleding besteld, alleen al veertigduizend francs aan handschoenen, duizenden francs voor 38 hoeden, potjes rouge en honderdvijftig jurken van zesduizend francs het stuk. Zij schakelt Bonapartes secretaris in om de helft van het bedrag – meer niet – aan Bonaparte op te biechten. Desalniettemin ontploft hij van woede: veertig families kunnen een jaar leven van wat zijn vrouw aan handschoenen heeft uitgegeven. De secretaris draagt een elegante oplossing aan: heeft Bonaparte niet zojuist een dergelijk bedrag gekregen van de stad Hamburg, in ruil voor het sparen van twee mensenlevens? Zo gezegd, zo gedaan: de staatskas betaalt Joséphines handschoenen.

Aldus begint de vuistdikke (1.075 bladzijden!) nieuwe roman van Alexandre Dumas (1802-1870), Le Chevalier de Sainte-Hermine. Nieuw is hij wel degelijk: tot voor kort was het onbekend dat Dumas deze roman had geschreven. In zijn voorwoord vertelt Dumas-specialist Claude Schopp hoe hij, speurend naar een geboortebewijs in de Archives de la Seine, een verwijzing aantrof naar een briefwisseling in het negentiende-eeuwse dagblad Le moniteur universel, over een feuilleton waarvan het bestaan hem onbekend was. Het betrof de zojuist hierboven geciteerde passage over de schulden van Joséphine, waarop verontwaardigd werd gereageerd door Bonaparte-gezinde lezers. Deze referentie leidde naar de ontdekking van een lang, onbekend en onvoltooid feuilleton van Alexandre Dumas, dat tussen 1 januari en 30 oktober 1869, in 118 korte hoofdstukken was gepubliceerd.

`Het was de ultieme roman van Dumas', jubelt Schopp, `die waarin zijn onvermoeibare pen uiteindelijk was gestrand!' Schopp karakteriseert Le Chevalier de Sainte-Hermine als een hoeksteen van Dumas' literaire oeuvre, een kathedraal die de hele geschiedenis van Frankrijk zou omvatten, onder de overkoepelende titel Le drame de la France. De feodale tijd, het tijdperk van de landsheren, de absolute monarchie en de moderne tijd volgden elkaar op binnen Dumas' oeuvre, dat, zo meent Schopp, maar één hoofdpersoon kent: Frankrijk zelf. Met Le chevalier de Sainte-Hermine rondt Dumas de trilogie af die hij was begonnen met Les Blancs et les Bleus en Les compagnons de Jéhu.

In dit slotdeel portretteert hij Napoleon met alle dubbelzinnige en tegenstrijdige eigenschappen die Dumas, vanuit zijn persoonlijke situatie, in hem projecteert. `De man heeft wel heel zwaar op mij gedrukt, arm verloren atoom temidden van 32 miljoen mensen, en hij verplettert mij nog steeds', zei Dumas tijdens een lezing in 1865 in Parijs. Zijn vader, generaal in het leger van Bonaparte, had kritiek geuit op diens expeditie in Egypte en was vervolgens door hem naar huis gestuurd. Onderweg was hij gevangen genomen in Napels en ziek in Frankrijk teruggekeerd. Eenmaal in ongenade gevallen, keerde Napoleon hem geen centime soldij meer uit. Ook na zijn dood bleef iedere financiële tegemoetkoming aan zijn weduwe en zijn kinderen uit. Genoeg voor Alexandre Dumas om ten opzichte van Napoleon gemengde gevoelens te koesteren, die zijn personage in Le chevalier de Sainte-Hermine kleuren.

Vijftien jaar werkte Schopp aan de bezorging van het opgespoorde feuilleton. Hij corrigeerde tegenstrijdigheden, fouten en slordigheden zoals Dumas gewoon was te doen voordat een vervolgverhaal in boekvorm verscheen. Toch schemert de feuilletonvorm er nog doorheen. Zo kan een held wiens avonturen we hoofdstukken lang volgen en met wie de lezer een band krijgt, in vier regels aan zijn einde komen: `Roland kwam terug naar de Eerste Consul, vertrok naar Bretagne, [...] kwam terug naar Parijs, vergezelde de Eerste Consul op zijn reis naar Italië en werd bij Marengo gedood.' Einde bericht.

Toch, of misschien wel juist daardoor, is Le chevalier de Sainte-Hermine een echte Dumas – met een ware, nobele held, een gefnuikte echte liefde, avonturen met een dramatische samenloop van omstandigheden en onverwachte wendingen in het verhaal. Hector de Sainte-Hermine is een knappe jongeman, de laatste van een adellijk geslacht, trouw aan de Bourbons, dat de Franse Revolutie ter nauwernood overleefde.

Zijn vader stierf op het schavot, zijn oudste broer werd gefusilleerd, de op twee na oudste speelde een heldenrol alvorens onder de guillotine te eindigen. Allen zworen trouw aan de adel en verplichtten zich tot eerwraak van degenen die stierven onder Republikeins schrikbewind. Aan Hector, de laatst levende mannelijke telg, de taak om wraak te nemen en het zaakje tot een goed einde te brengen.

Dat lijkt in eerste instantie mogelijk omdat Georges Cadoudal, aanvoerder van Les compagnons de Jéhu bij wie de Sainte-Hermines zich hebben aangesloten, vrede sluit met Bonaparte, zijn bondgenoten vrijstelt van verdere actie en zelf naar Engeland vertrekt. Het verdrag wordt grof geschonden en Hector ontvangt een oproep – precies op het moment dat zijn huwelijk zal worden voltrokken. De eer gaat voor het meisje en Hector neemt de strijd weer op. Na een gevangenschap van drie jaar – Bonaparte weigert hem te laten executeren en veroordeelt hem tot verder leven met een lage rang – monstert Hector, onder de naam René, aan als matroos bij de fameuze kapitein Surcouf en bevaart de wereld. Hij vecht met haaien in de wateren rond Tenerife, jaagt in Birma op panters en redt de eer van twee dames die zijn nichten blijken te zijn. Na bij de slag om Trafalgar heldendaden verricht te hebben, vertrekt hij naar Italië – waar het manuscript abrupt eindigt. Van de happy ending die Dumas in zijn hoofd had, kunnen we alleen kennisnemen in een samenvatting, die Schopp in zijn voorwoord heeft afgedrukt.

Alexandre Dumas-père: Le Chevalier de Sainte-Hermine. Phébus, 1075 blz. €26,–