Altijd een jongen willen blijven

Kafka is geen moeilijke schrijver, hij stelt niet meer dan gemiddelde eisen aan de lezer. Vergeleken met andere grootheden uit de wereldliteratuur van de twintigste eeuw als Joyce, Proust, Thomas Mann of Virginia Woolf mag je hem zelfs ronduit toegankelijk noemen. Kafka's romans en verhalen hebben een herkenbare hoofdpersoon, er is sprake van een duidelijk handelingsverloop, de spanning wordt handig opgevoerd. Modernistische trucjes als perspectiefwisselingen of sprongen in de tijd zijn bij Kafka uit den boze en aan essayistische uitweidingen had hij een broertje dood. Geen wonder dat deze schrijver over de hele wereld door middelbare scholieren wordt gelezen, iet swat je van Proust of Mann niet kan zeggen.

Maar je kunt ook het tegendeel beweren: Kafka is een uiterst moeilijke schrijver, die buitensporig hoge eisen aan de lezer stelt. Vergeleken met zijn grote tijdgenoten moet je hem zeer ontoegankelijk of zeg maar gewoon hermetisch noemen. Het verschil is dat Kafka alleen op het eerste gezicht eenvoudig is, als men zich beperkt tot het pure lezen. Moeilijk wordt hij pas in tweede instantie: als men probeert zijn parabels (het gaat altijd om parabels) te begrijpen of te interpreteren. Waarom doet de landmeter K. in Das Schloss zoveel moeite om toegang te krijgen tot het kasteel, en wie zijn eigenlijk de heren die het daar voor het zeggen hebben? Waarom wordt de bankemployé Josef K. in Der Prozess, die niks misdaan lijkt te hebben, plotseling gearresteerd en uiteindelijk `als een hond' terechtgesteld? En waarom ontwaakt de handelsreiziger Gregor Samsa in Die Verwandlung op zekere dag in de gedaante van een reusachtige kever?

bedoelt Alt het niet zo eenzijdig. Hij beschouwt de schrijver als iemand die altijd heeft geaarzeld om `volwassen te worden' en die ook wat zijn fragmentarisch gebleven werk betreft is blijven steken in `overgangen, brokstukken, benaderingen'. Kafka heeft zich nooit `bevrijd uit de rol van jongeling' omdat die rol nu eenmaal hoorde bij de volledige eenzaamheid die hij nodig dacht te hebben voor zijn literaire werk.

Alts lijvige studie is de eerste complete Duitse Kafka-biografie sinds tientallen jaren. Drie jaar geleden verscheen met Reiner Stachs Kafka. Die Jahre der Entscheidungen, een deelbiografie – uitsluitend over de periode 1910-1915 –, een werk van bijna zevenhonderd bladzijden, geschreven in een tamelijk populistische stijl met vele nauwelijks ter zake doende uitweidingen. Vorig jaar publiceerde de Engelsman Nicholas Murray nog een beknoptere en nuchtere biografie, gecentreerd rond de drie belangrijkste vrouwen uit Kafka's leven: Felice Bauer, Milena Pollak en Dora Diamant. Vergeleken met deze werken verdient de nieuwe studie van Alt zonder meer de voorkeur, ondanks enkele bezwaren.

De sterke kanten van Alt liggen vooral op cultuurhistorisch en sociologisch gebied. Wat hij meedeelt over de Duitstalige minderheid in Praag omstreeks 1900 (ongeveer acht procent van de bevolking) en vooral over de rol van de Duitstalige universiteit – waar Kafka rechten studeerde maar zich ook verdiepte in de literatuur en filosofie en colleges volgde over Nederlandse schilderkunst – stelt het werk van zijn meeste voorgangers in de schaduw. Hetzelfde geldt voor de hoofdstukken over de diverse kuuroorden die de altijd ziekelijke Kafka bezocht, over natuurgeneeswijze en antroposofie.

Regelmatig slaat Alt een brug tussen Kafka's leven en werk; zonder evenwel de fout te maken het werk volledig te herleiden tot het leven. In het hoofdstuk over Kafka als bioscoopbezoeker wijst hij onder meer op de filmische structuur van Amerika (Der Verschollene). En in het deel over `Flaneurs en voyeurs', waarin hij uitweidt over de vele wandelingen die Kafka in Praag maakte en over zijn frequente koffiehuisbezoeken (waar hij jonge vrouwen `mit den Augen verfolgte'), trekt hij een parallel met de dagboeken en de vroege prozaschetsen waarin het voyeursmotief ook vaak opduikt. Niet altijd bleef het bij kijken. Kafka heeft diverse gelegenheidsminnaressen gehad en in bepaalde fasen van zijn leven was hij gewoonweg een gretige hoerenloper – vaak vergezeld door Max Brod. Maar seksualiteit was bij hem natuurlijk altijd verbonden met schuld en schaamte en ook wel sadomasochisme. In de woorden van Alt: `Karakteristiek voor Kafka's seksualiteit blijft de dubbele bezetting in het teken van angst en begeerte, afstoting en lust.'

Minder overtuigend is Peter-André Alt op stilistisch gebied. Een groot schrijver is hij helaas niet, deze Berlijnse literatuurprofessor die vijf jaar geleden indruk maakte met een Schiller-biografie van liefst veertienhonderd bladzijden. Vooral de hoofdstukken over de romans van Kafka zijn tamelijk stroef en bij vlagen zelfs onhandig geschreven. Niet zelden zoekt hij, nog voordat hij zijn eigen mening heeft gegeven of zelfs maar kort de inhoud heeft samengevat, zijn toevlucht tot denkers als Foucault, Derrida of Ricoeur. Zonder overgang of elegant bruggetje verschijnen dan plotseling Franse leerstellingen in de tekst. Dat is jammer, want Alts studie is deels zeer waardevol en informatief.

Aan sommige onderwerpen wordt in deze biografie ook tekort gedaan. Bijvoorbeeld de internationale Kafka-receptie, die net vóór de oorlog in Frankrijk en in de Angelsaksische wereld begon en pas omstreeks 1950 Duitsland bereikte. Ook de ironische en humoristische kanten van de schrijver worden onderbelicht; Thomas Mann bijvoorbeeld zag hem blijkens zijn dagboeken deels als een humorist, al was de Lübecker natuurlijk oordeelkundig genoeg om van een `sehr tiefgründige, verwickelte Heiterkeit' te spreken. De Nederlandstalige lezer zal een verwijzing missen naar de Vlaamse literatuurwetenschapper Herman Uytterspot, die in de jaren zestig binnen zijn vak wereldroem verwierf door op goede gronden de hoofdstukindeling in Kafka's romans ter discussie te stellen.

Peter-André Alts nieuwe biografie is vooral geschikt voor de gevorderde Kafka-lezer die enige moeite niet schuwt. De doorsneeliefhebber zal liever kiezen voor een andere biografie, bijvoorbeeld voor een van de beknopte en uitstekend geschreven levensbeschrijvingen van Klaus Wagenbach, die trouwens ook prachtige fotoboeken over Kafka heeft gepubliceerd. Maar hij of zij kan natuurlijk ook gewoon besluiten om het unieke, het onvergankelijke werk van de grote Franz Kafka te lezen of herlezen.

Peter-André Alt: Franz Kafka. Der ewige Sohn. C.H. Beck Verlag, 760 blz. €35,90

Rectificatie / Gerectificeerd

Door een technische fout is een passage uit de bespreking van Peter-André Alts Franz Kafka. Der ewige Sohn door Wil Rouleaux (Boeken, 14.10.05, pagina 32) vorige week niet afgedrukt. Het hele artikel is te lezen op www.nrc.nl