Algerije gokt op de markt en de overheid tegelijk

Het geweld is geluwd en Algerije is geen internationale paria meer. Volgende week gaat Algerije onderhandelen over toetreding tot de Wereldhandelsorganisatie. Vorige maand is een verdrag van kracht geworden dat in 2017 een grote vrijhandelszone tussen de EU en haar zuidelijke partners in het leven roept. ,,Er vallen hier nu gouden zaken te doen'', zegt ambassadeur Dani.

Vrijhandel als sleutel tot stabiliteit: dat is de gedachte achter het Euro-Med Partnership (EMP), een samenwerkingsproject tussen Europa en de landen rond de Middellandse Zee. In 2017 moet er een grote vrijhandelszone zijn ontstaan tussen de Europese Unie en elf van haar zuidelijke buren. In dat kader zijn sinds vorige maand de invoerheffingen afgeschaft op 2.300 grondstoffen uit de EU. Bencha'a Dani, ambassadeur van Algerije in Den Haag, begrijpt heel goed dat Europa de handelsbetrekkingen met Algerije wil uitbreiden: ,,Er vallen hier nu gouden zaken te doen.''

Het Euro-Med Partnership vloeit voort uit een verklaring die de ministers van Buitenlandse Zaken van de vijftien toenmalige EU-lidstaten in 1995 ondertekenden in Barcelona met elf zuidelijke staten. Daarin verplichtten ze zich te streven naar ,,vrede, stabiliteit en voorspoed in het gebied rond de Middellandse Zee''. Maar dat waren de euforische dagen na de start van het vredesproces in het Midden-Oosten. Na de aanslagen in de VS en het oplaaien van het geweld in het Midden-Oosten is er van dat optimisme weinig over. Ook groeit er twijfel over de kansen van de Euro-Med-vrijhandelsformule, vooral nu landen als Algerije alternatieven krijgen aangeboden door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) en de Verenigde Staten. Volgende week gaat Algerije in Genève onderhandelen over toetreding tot de WTO. Ook met de Amerikanen wil Algiers zaken doen, in het kader van het US-Middle East Partnership.

Hoewel het land minder in de greep van het geweld is, heeft Algerije nog altijd last van de erfenis van het FLN, het Nationale Bevrijdingsfront, dat sinds de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1962 aan de macht was. Het FLN zadelde het land op met een failliete centraleplaneconomie, dito grote staatsbedrijven en een hopeloos corrupte bureaucratie. Olie biedt de belofte van grote welvaart, maar kan een funeste uitwerking op het politieke bestuur hebben. In haar geruchtmakende boek uit 1997, The Paradox of Plenty, beschrijft Terry Lynn Karl hoe tijdens en tussen de oliebooms van de jaren zeventig de meest uiteenlopende regimes – Mexico, Venezuela, Algerije – fataal gedestabiliseerd werden.

De Euro-Med-vrijhandelszone moet wat Algerije betreft tegen 2017 een feit zijn. ,,Het proces verloopt in drie fasen'', aldus de Algerijnse ambassadeur in Den Haag Bencha'a Dani. ,,De eerste fase, waarin 2.300 grondstoffen bestemd voor de Algerijnse industrie en de bouwsector worden vrijgesteld van douanerechten, duurt drie jaar. De volgende zeven jaar komen daar farmaceutische producten, industriële apparatuur, spoorwegmaterieel en auto's bij. En ten slotte wordt ook de invoer van consumptiegoederen volledig vrijgemaakt.'' De invoerheffingen worden wel vervangen door BTW, maar volgens Dani gaat dat de Algerijnse schatkist 1,5 à 2 procent van het bruto binnenlands product kosten tegen 2018.

Algerije kiest voor vrijhandel, terwijl de landbouw in Europa en de VS blijft genieten van stevige subsidies – die haaks staan op het vrijhandelsethos van de WTO. ,,Natuurlijk zijn Algerijnse bedrijven beducht voor de Europese concurrentie'', zegt Dani. ,,En je hoort veel kritiek op het associatieakkoord van zowel politiek als bedrijven en vakbonden. De vrees bestaat dat de EU hier meer afzet zal vinden, maar dat wij niets dan bedrijfssluitingen ervoor in de plaats krijgen.

,,Maar op termijn heeft zo'n verdrag een heilzaam effect. Kijk naar andere landen die al associatieverdragen sloten met veel sterkere buurlanden, zoals het Noord-Amerikaanse Vrijhandelsakkoord NAFTA tussen Mexico en de VS. Wij verwachten een verbetering van onze industriële capaciteit en van onze concurrentiepositie.''

Algerije ziet de eerste fase als een test, zegt Dani. ,,Als het een sociale ramp wordt, of zelfs als het te veel eenrichtingsverkeer wordt, dan stappen wij eruit. Wij hebben nu al een reserve van 55 miljard dollar opgebouwd, dus we moeten helemaal niets. Algerije zal nooit op zijn Russisch zomaar staatsbedrijven verpatsen.''

Voorlopig blijft het aandeel van de Algerijnse particuliere sector beperkt tot de mobiele telefonie en wat landbouwbedrijven. Noodgedwongen, aldus de ambassadeur, blijft de staat voorlopig de eerste initiatiefnemer. ,,Onze industriële capaciteit en technologische knowhow zijn beperkt en de noden vaak acuut. Neem de watersector: de hoofstad Algiers sukkelt al jaren met droogtes en dit jaar was ook Oran aan de beurt. De staat moest een beroep doen op het Franse bedrijf Suez dat over heel de wereld ervaring heeft in waterwinning en distributie. Let wel, dit is geen concessie: Suez staat alleen in voor de feitelijke uitbating van het distributienet in Algiers. Voor een echte privatisering ligt de watervoorziening namelijk veel te gevoelig in Algerije.'' Tot voor kort gold dat volgens Dani ook voor de olie- en gassector. ,,Nieuwe wetgeving bepaalt dat Sonatrach, het overheidsbedrijf in die sector, vanaf nu een bedrijf is als alle andere. Dat is gezond. Bevrijd van alle bevoogding kan Sonatrach buitenlandse adviseurs aantrekken en zichzelf omvormen tot een modern bedrijf.''

Willen Algerijnse bedrijven enige kans maken op de competitieve, open Euro-Med-markt, dan zal de overheid hervormingen moeten doorvoeren. De ambassadeur geeft het zelf toe: ,,De onwaarschijnlijk logge banksector, het gebrek aan soepel krediet voor investeringen, de stroeve fiscaliteit, de ondoorzichtige bureaucratie en de corruptie en willekeur vormen daarbij ernstige uitdagingen.'' Algerije wil ook snel lid worden van de Wereldhandelsorganisatie WTO. ,,Samenwerking met de EU – en de hervormingen die daarvoor nodig zijn – zien wij als een springplank voor toetreding tot de WTO. Daarover spreken we weer op 21 oktober in Genève. We werken momenteel aan de verwijten dat wij discrimineren wat de toegang tot de energie betreft door het feit dat wij een dubbel tarief voor gas toepassen.''

Algerije onderhandelt ook met de VS over een vrijhandelsakkoord in het kader van het US-Middle East Partnership Initiative dat Amerika met zes landen in 2002 lanceerde. In drie jaar tijd zijn de VS de belangrijkste investeerder geworden in Algerije, maar zij richten zich haast uitsluitend op de olie- en gassector. Er zijn ook belangrijke directe buitenlandse investeringen in andere sectoren. Dani: ,,Neem Orascom Telecom bijvoorbeeld, een conglomeraat dat opereert vanuit Egypte en op de beurs in Londen. Orascom had het moeilijk totdat het de tweede Algerijnse mobieletelefoonmaatschappij OTA overnam. die werd onder de naam Djezzy snel marktleider. Orascom heeft 5,5 miljard dollar in Algerije geïnvesteerd en is nu in opperbeste doen.''

De Algerijnse regering mikt vooral op snelle privatisering. Alleen totale vrijhandel en politiek pluralisme leiden tot economische groei, aldus de leer van de globalisering. Deze lijn, uitgedacht in het rijke noorden en toegepast door de Wereldbank, het IMF en de WTO, wordt ook volmondig beleden door de regering in Algiers. Die stelt de neoliberale orthodoxie voor als de enige basis waarop je met het noorden handel kunt drijven en als een voorwaarde voor het krijgen van de noodzakelijke financiële hulp. Maar Algiers is helemaal niet tevreden over het totaal aan directe buitenlandse investeringen, klaagt Dani. ,,De regering rekent op miljarden in buitenlandse investeringen, maar buiten de oliesector is daar nog niet veel van binnengekomen.''

Ook wil de Algerijnse regering zelf heel actief in het economische leven blijven ingrijpen. Ze opteert dus tegelijkertijd voor meer staat – lees overheidsinitiatieven en dienstverlening – en veel minder staat – lees staatsbedrijven en economische regelgeving. Als `rentenierstaat' kan Algerije zich het een en ander permitteren, tenminste zolang de olieprijzen op recordhoogte blijven. Daar wil president Boutaflika duidelijk politiek voordeel mee halen: met een volle schatkist is het makkelijk legitimiteit te kopen of te winnen.

De regering hoopt met de olierente ook de scherpe en potentieel gevaarlijke kanten aan een radicale marktwerking af te ronden en de ergste schokken van de globalisering op te vangen. Het jongste vijfjarenplan bevat voor 55 miljard dollar aan projecten die bedoeld zijn om de ontwikkeling en economische heropleving te bespoedigen en de ergste sociale noden te lenigen. Maar volgens sceptici willen de heersende elites in Algerije net als in de andere rentenierstaten alleen hervormingen doorvoeren voorzover zij daarmee hun eigen regime – en dus ook het oude Algerijnse systeem van heersende clans en generaals – in stand kunnen houden. Zij willen met andere woorden én globalisering én een Euro-Med Partnership à la carte.

Hoe dan ook, de EU stopt ongeveer 1 miljard euro per jaar in het Barcelona-proces in de vorm van hulp voor onderwijs en infrastructuur en nog eens een vergelijkbaar bedrag in voordelige leningen van de Europese Investeringsbank (EIB).

Voor de Algerijnen betekent het associatieakkoord dus een heel belangrijke stap. ,,Nederland was het laatste land dat het verdrag met Algerije ratificeerde'', merkt ambassadeur Dani fijntjes op. ,,De Nederlanders zijn ook traag in vergelijking met de Spanjaarden, Italianen, Fransen en Duitsers, ja zelfs de Belgen. Terwijl het niet aan zakelijke kansen schort, met name in de landbouw en de watersector.''

Maar het is nog niet te laat: ,,Het Nederlandse ministerie van Economische Zaken moedigt nu ook bedrijven aan om in Algerije zaken te gaan doen, en wij sturen volgende maand een delegatie van het Nederlandse bedrijfsleven naar Algerije.''