Wassen beeld achter schaakbord

Veselin Topalov staat in het Argentijnse San Luis op het punt wereldkampioen schaken te worden. Het zou de beloning zijn van jarenlang onverzettelijk en doelgericht werken.

Mocht Veselin Topalov ooit in een schaakpose in Madame Tussaud terechtkomen, dan is de kans groot dat de wassen versie nauwelijks van het origineel te onderscheiden zal zijn. Geen schaker zit zo geconcentreerd aan het bord als de Bulgaarse grootmeester. De ogen boren zich onbeweeglijk in de stelling, de voeten staan wilskrachtig aan weerszijden van de stoelpoten, terwijl de handen het hoofd stutten of neutraal voor hem op tafel liggen.

Zo bijt hij zich urenlang in zijn partij vast om pas na de laatste zet terug te keren naar de wereld om hem heen. Andere schakers kijken tijdens het spelen graag een beetje rond, wanneer hij klaar is vraagt Topalov bijna standaard wat er in de andere partijen is gebeurd.

Die intense concentratie moet hem niet alleen bij de les houden, het is ook de basis van zijn wil om in elke partij, of hij nu wit of zwart heeft, op winst te spelen. Natuurlijk weet hij ook wel dat dat niet altijd kan, maar het helpt als je je hebt aangeleerd om niet aan remise te denken. Je wilt er pas weer aan herinnerd worden dat dit resultaat ook bestaat wanneer je al je mogelijkheden hebt uitgeput. Vanwege dat compromisloze spel wordt de 30-jarige Topalov de laatste tijd vaak vergeleken met de maximalisten Garry Kasparov en Bobby Fischer. Zelf zul je hem nooit over voorbeelden horen praten, maar het lijdt geen twijfel dat de Rus jarenlang een ijkpunt was waar hij zijn progressie aan afmat. Terwijl de Amerikaan het idool was van Topalovs leermeester, Silvio Danailov. Dat was de man die Topalov groot maakte.

Het bijzondere talent van Topalov openbaarde zich al op jonge leeftijd. In eigen land won hij het ene jeugdkampioenschap na het andere en in 1989 werd hij in Puerto Rico wereldkampioen in de leeftijdscategorie tot 14 jaar. Een grote toekomst lag in het verschiet, maar zelf had hij zo zijn twijfels. Topalov vroeg zich af hoe hij zich verder kon ontwikkelen, ook al omdat hij in zijn woonplaats Ruse, een weinig inspirerende provincieplaats, geen mogelijkheden zag. Tijdens een toernooi in Sofia ontmoette hij Danailov, een schaakmeester die voor de Bulgaarse bond werkte. Hem vroeg hij om raad. Danailov was onder de indruk van het spel van de jonge `Vesco' en vertelde dat hij de volgende keer dat hij naar Sofia kwam zijn paspoort moest meenemen. Topalovs vrienden lachten om het verhaal en zeiden hem dat hij zich niet voor de gek moest laten houden, maar zelf had hij een goed voorgevoel. Die hoopvolle verwachting zou dubbel en dwars worden beloond. Bij zijn volgende bezoek kreeg hij van Danailov te horen dat ze naar het buitenland gingen. Het zou de eerste reis worden van vele naar Spanje, waar in een levendig circuit van open toernooien altijd wel ergens te schaken viel. Danailov speelde zelf ook mee, maar tegelijkertijd probeerde hij een manier te vinden om het talent van zijn pupil verder te polijsten.

Van trainingsmethoden wist Danailov weinig, maar hij wist wel dat Bobby Fischer zijn idool was. Alles wat er maar over Fischer te lezen was verslond hij en hij besloot dat ze hem moesten imiteren. Net als Fischer moest Topalov in iedere partij tot het bittere einde vechten. Net als Fischer moest hij eerst zijn zet opschrijven voor hij hem uitvoerde, agressieve openingen spelen met wit en met zwart en remisevoorstellen afslaan. En hij moest de hele partij aan het bord blijven zitten en niet steeds rondlopen zoals de Russen deden. Aanvankelijk viel het de jonge Topalov niet mee om zich aan deze strenge regels te onderwerpen, maar toen het hem eenmaal lukte waren de resultaten verbluffend. Het ene toernooi na het andere won hij en in anderhalf jaar tijd steeg zijn Elo-rating met meer dan 200 punten. Vanuit het niets schoot hij met 2.670 punten naar de achtste plaats op de wereldranglijst en heel wat mensen die die lijst onder ogen kregen wisten zeker dat er een drukfout in was geslopen.

Ze zouden al snel merken dat dit niet zo was. Topalov nestelde zich in de wereldtop en begon ook grote toernooien te winnen. Zijn beste jaar was 1996 toen zelfs Kasparov niet aan zijn resultaten kon tippen. Ondanks die herhaaldelijke bewijzen van zijn kracht bleef Topalov altijd met beide benen op de grond. Wanneer hij een mooie partij won, wees hij op de onnauwkeurigheden die hij had begaan en elke ereplaats werd afgezwakt met kritische kanttekeningen bij zijn spel. Die zucht naar objectiviteit roemt Danailov als zijn bijzondere gave. Nooit laat hij zich gek maken en voortdurend blijft hij zich bewust van hun gedeelde missie om de beste te worden. Met dat oogmerk stelde hij zich in 2001 na een periode van stagnatie ook open voor Danailovs voorstel om hulp te zoeken bij Amador Cernuda, een Spaanse sportpsycholoog die ernaar streeft de hersenhelften van sporters beter in balans te brengen. Twee jaar lang reisde Topalov vanuit zijn woonplaats Salamanca naar Madrid voor een wekelijkse sessie. Hoewel de resultaten meteen al bemoedigend waren, is het verleidelijk om te denken dat hij juist in het afgelopen jaar begonnen is de volle oogst binnen te halen.

Het eerste verbluffende resultaat behaalde hij vorig jaar op het WK in Tripoli dat nog volgens de knock-outformule werd gespeeld. Hij strandde in de tiebreak van de halve finale, maar in zijn eerste tien partijen liet hij maar een half punt liggen. Die sterke vorm handhaafde hij in Wijk aan Zee begin dit jaar, waar hij weliswaar slechts derde werd, maar waar hij volgens Vishy Anand verdiend had om te winnen. Dat winnen deed hij daarna. Eerst in Linares waar hij de eerste plaats deelde met de afscheid nemende Kasparov en daarna in Sofia waar hij zijn landgenoten in extase bracht met een vernietigende eindsprint van 4,5 uit 5. Niet slecht als Anand en Kramnik tot de slachtoffers behoren.

Voor dit WK gold Topalov dan ook als een van de grote favorieten. Vanwege die prachtige resultaten, maar ook omdat hij en Anand met een identieke rating van 2.788 punten het meeste gewicht in de schaal legden. Toch zal zijn overrompelende optreden in de eerste toernooihelft ook voor zijn grootste fans een verbijsterende ervaring zijn geweest. Het is allerminst alledaags dat iemand bij een WK zijn naaste rivalen met 6,5 uit 7 te kijk zet. Andermaal moet het geheim van deze explosie worden gezocht in de wedstrijdmentaliteit van Topalov waarin fanatisme en nuchterheid volmaakt in balans zijn.

Gregory Kaidanov, de oud-kampioen van de Verenigde Staten die hier commentaar geeft voor de Internet Chess Club, sprak met verbazing over het enorme verschil in instelling tussen de favorieten. Anand en Leko beantwoordden zijn vragen met een stortvloed aan jammerklachten over alle kansen die ze gemist hadden. Nee, dan Topalov. Nadat deze in zijn tweede partij tegen Morozevitsj de winst had laten liggen, vertelde Kaidanov hem op de persconferentie hoe hij had kunnen toeslaan. Topalov keek even in de lucht, schudde verbaasd lachend het hoofd en ging verder met de volgende vraag.

Vandaag wordt de voorlaatste ronde gespeeld. Topalov staat anderhalf punt voor op Anand en Svidler, zodat de beslissing al kan vallen. Maar als hij vandaag geen wereldkampioen wordt, dan wordt hij het normaal gesproken morgen.

Na zijn triomf in Sofia zei Topalov dat het verschil tussen hem en de anderen is dat hij niet bang is om te verliezen. Daar voegde hij aan toe dat hij daarom ook minder euforisch is bij overwinningen. Het zal interessant zijn om te zien of hij ook zo gelijkmatig reageert wanneer hij de kroon zet op vele jaren van onverzettelijk en doelgericht werken.