Waarom zouden Berbers stinken?

Zelfs als het waar is dat Berbers vaker in de criminaliteit terechtkomen, dan nog gaat het te ver om de diefstal van een portemonnee terug te redeneren naar oorzaken die liggen op het platteland van Marokko, meent Abdelkader Benali.

Beste Anil, Elsbeth, Hasna en anderen, laat ik om aan de verwarring een einde te maken een aantal waarheden en onwaarheden rond die geheimzinnige groep de Berbers op een rijtje zetten, u gebracht door iemand met een Amazigh-achtergrond.

Stelling 1.

De Berbers heten eigenlijk Imazighen en waren tot de komst van de islam in de Maghreb daar de baas.

De Berbers noemen zichzelf Imazighen, zoals de Hongaren zichzelf Magyar noemen. Maar de Imazighen zelf zijn geen homogene groep. Je hebt bijvoorbeeld in Marokko alleen al drie verschillende Amazigh-sprekende gebieden, de Imazighen uit de Sous (grosso modo rondom Agadir), de Sjloeh (de Midden- en Hoge Atlas) en de groep waar de meeste Marokkanen in Nederland van afkomstig zijn, de Riffijnen uit de Rif.

Wat de Imazighen als groep bindt, is in de eerste plaats de taal. Het is eigenlijk pas zeer recent dat bijvoorbeeld in Nederland de Imazighen zich als een groep manifesteren. Dit is een Europese ontwikkeling die natuurlijk haar weerslag heeft op Marokko waar een vorm van Berberisme is ontstaan die een grotere inbreng eist van de Amazigh-cultuur in de nationale identiteit van Marokko. Marokko heeft zich, begrijpelijkerwijs, na de onafhankelijkheid van 1956 als Arabisch land gemanifesteerd en lijkt nu klaar te zijn om dat enge identiteitsbegrip wat te verbreden. Vormen daarvan zijn bijvoorbeeld het Amazigh-taalonderwijs en programma's in het Tamazight. Het is een groot deel van de Amazigh-sprekers een doorn in het oog geweest dat de eigen taal niet op de nationale televisie werd gehoord.

Stelling 2.

De Arabieren en de Berbers zijn twee verschillende groepen.

Fout. Misschien dat ze dat hier in Nederland geworden zijn, maar ik ben vaak genoeg in Marokko geweest om te zien dat geen sprake is van anomalieën in de verhoudingen tussen deze groepen. Een Marokkaan die zegt dat hij geen Amazigh-voorouders heeft, kan men dan ook beschouwen als een domme Amazigh of Berber. Verschillende leiders met een Amazigh-achtergrond hebben Marokkaanse rijken gestabiliseerd maar altijd door verregaand op te gaan in de islamitische-Arabische cultuur, men kan dit vergelijken met de Karolingische koningen. Zeggen dat de Imazighen zich hebben laten onderdrukken, ligt een stuk genuanceerder en ik durf zelfs te zeggen dat het faliekant fout is.

Als Imazighen verwijzen naar de onderdrukking, dan bedoelen ze daarmee altijd het sluimerende conflict dat in de vorige eeuw heeft bestaan tussen de koning van Marokko en de inwoners van de Rif waar Hassan II een opstand tegen het bestaande gezag met harde hand heeft neergeslagen. Deze wond zit diep en sluimert direct onder de oppervlakte van het Berberisme van de Riffijnen in Nederland en al heeft ondergetekende er zelf geen last van, in talloze gesprekken met Riffijnen komt deze klacht uitentreuren terug, zelfs zo erg dat je zou denken dat hun positie in Nederland aan de napalmaanval van Hassan II in 1959 te danken is.

Een stapje terug in de tijd is de periode waarin de Rifleider Abdelkrim Al Kattabi probeerde een Rif-Republiek te stichten, het eerste georganiseerde antikoloniale verzet. Riffijnen onderling zijn er nog lang niet uit aan wier kant hun verschillende leiders stonden ten tijde van deze guerrillaoorlog tegen de Fransen en Spanjaarden. Verschillende clanleiders schaarden zich aan de kant van Abdelkrim, velen weer niet, anderen bleven ambigu. Er valt eigenlijk niets zinnigs over te zeggen, maar wie interesse heeft voor de verschillende manieren waarop een tweede generatie Riffijnen haar eigen clan op het schild hijst, gelieve de internetfora te bezoeken.

Vermenging van Imazighen en Arabisch of liever gezegd Marokkaans sprekende Marokkanen in Nederland is een punt van aandacht. Wat de Marokkanen in eigen land minder tot geen moeite kost, is hier een heikel punt. Wel is bekend dat Riffijnen het minst makkelijk hun kinderen buiten de eigen clan laten trouwen, maar evengoed wordt er gemengd getrouwd.

Stelling 3.

Berbers stinken.

Ik douche twee keer per dag.

Stelling 4.

Berbers zijn minder geciviliseerd dan Arabieren.

Hier wordt het stokpaardje van de tegenstelling platteland-stad uit de kast gehaald. Omdat de voorouders van de Riffijnen van het platteland komen, zouden ze geen manieren hebben, minder begrip hebben voor het grote-stadsleven, zich schamen zich te ontwikkelen en geen respect hebben voor het bestaande gezag. Hoewel het zeer aantrekkelijk is hieruit verschillende uitwassen van de tweede generatie jeugd te verklaren, vind ik het moeilijk dat onderscheid te maken. Zelfs als het waar is dat Imazighen vaker in de criminaliteit terechtkomen, zou het te ver gaan om de diefstal van een portemonnee terug te redeneren naar oorzaken die liggen in het platteland van Marokko.

Het is bekend dat de eerste generatie een zeer laag criminaliteitscijfer heeft, dus de genen moeten óf overgesprongen zijn óf we moeten ervan uitgaan dat het een Nederlands probleem is. Nog iets over dat platteland: de meest beschaafde, rustige, betrouwbare mensen ben ik onder meer ook in de Rif tegengekomen.

Stelling 5.

Er bestaat spanning tussen Berbers en Arabieren.

Ja. Nee. Misschien. Het lijkt alsof de Imazighen tot voor kort niet zo goed wisten waar ze thuishoorden en nu naarstig op zoek zijn naar een vorm van identiteit. Dit kan natuurlijk geen kwaad, ware het niet dat er ook veel eigendunk bij komt kijken als het gaat om de houding ten opzichte van Arabieren. De problemen zijn veroorzaakt door Arabieren, wij niet-Arabieren kennen dat probleem niet zo, luidt de argumentatie.

De adder onder het gras is natuurlijk dat van huis uit de Marokkaan altijd zichzelf als Marokkaan heeft gedefinieerd en dus ook als Arabier, ook als men Berber was. Die identiteit heeft in Nederland geen houvast meer. Men komt erachter dat het een kunstmatige identiteit is, zoals alle identiteiten. Je zou dit als een identiteitscrisis kunnen zien, veroorzaakt door migratie. Maar met veel gemak is er een nieuwe identiteit ontwikkeld die net zo simpel en oppervlakkig is als die zo-even afgeworpen Arabische identiteit. De in het Nederlands geschreven lofliederen op de absolute Amazigh-cultuur zijn net zo'n uitvinding als dat de Arabieren Shakespeare zouden hebben voortgebracht. Niet alleen liggen simplificaties op de loer, maar er ontstaat zo een markt voor een levendige handel in vooroordelen en stereotyperingen. Identiteit verblindt niet alleen, maar leidt zelfs tot onverdraagzaamheid.

Nee, er is geen spanning. De spanning is voor een groot gedeelte kunstmatig en wordt gevoed door berichten in de media dat bijvoorbeeld de slachtoffers van de aardbeving in de Rif weer schandalig in de steek zijn gelaten door het centraal Arabische gezag in Rabat.

Misschien. Het zou mooi zijn als de Marokkaanse overheid alle delen van Marokko evenredig ging behandelen zoals een democratische samenleving past, in plaats van het centrum boven de periferie te stellen – zoals dat trouwens ook in niet-Amazigh-gebieden gebeurt en zolang daar geen werk van wordt gemaakt hebben Riffijnen een punt. De situatie in Marokko mag echter nooit reden zijn om vandaaruit de eigen positie te verklaren.

Abdelkader Benali is schrijver. Hij werd geboren in Ighazzazen, Marokko. Voor zijn roman `De langverwachte' ontving hij de Libris Literatuurprijs in 2003.