Ver weg na een desillusie

Het Haarlemse museum van de psychiatrie, Het Dolhuys, toont portretten van Einzelgängers.

`En ten slotte was er alleen nog maar stilte, een zwaardere en diepere stilte dan dit vreemde huis ooit gekend had, want nu waren zelfs de katten en de ontelbare knaagdieren stil geworden onder de bergen afval en rommel.'

De gebroeders Langley en Homer Collyer woonden in een statig pand (zonder water, gas of elektra) aan Fifth Avenue in New York. Het was volgestouwd met stapels oude kranten, tijdschriften en verzamelde vodden. De Collyers hadden er vallen in gebouwd om indringers te weren.

Hun verhaal eindigt triest. Op een avond, als Langley eten naar zijn blinde en verlamde broer brengt, trapt hij op een van zijn eigen vallen en raakt bedolven onder een lawine aan rommel. Na een zoektocht van drie weken worden de lichamen van de broers uiteindelijk teruggevonden in het afvallabyrint van het volgestouwde, vier verdiepingen tellende pand.

De Collyers zijn twee van de kluizenaars die het Haarlemse Dolhuys samen met het Spaarnestad Fotoarchief heeft geportretteerd aan de hand van oude tijdschriften (zoals Panorama en Het Leven). Met als titel `Paradijsvogels of Zorgmijders' is één museumruimte van onder tot boven behangen met uitvergrotingen van artikelen met foto's uit de periode 1925-1970. Uit deze reportages wordt duidelijk waarom deze Einzelgängers zich van de maatschappij afkeerden. Meestal wegens een teleurstelling: de Franse Edmond Duplessis omdat zijn vrouw hem verlaten bleek te hebben toen hij na de oorlog uit een krijgsgevangenkamp terugkeerde. De Duitse Baldur Schuberink trok zich met tweehonderd dieren terug, verbitterd door de trouweloosheid van de mensen. Elysee Vilatte was teleurgesteld omdat hij bij het verdelen van een aanzienlijke erfenis niets had gekregen en de Amerikaanse Albion Clough richtte na twee scheidingen vanuit zijn vissersschuit de `Woman Hateclub' op.

Richard Merkbach daarentegen bleef positief en wilde na werkloos te zijn geworden een betere maatschappij stichten. Hij bouwde een nederzetting uit afvalmateriaal. Anna Dalmas is de enige die in haar huis bleef wonen, maar kluizenaar werd doordat de overige bewoners uit haar Franse bergdorp vertrokken wegens lawinegevaar. Anna bleef omdat haar man op het kerkhof begraven lag. Eens in de twee weken kwam een geestelijke de berg op om speciaal voor de weduwe een dienst in het door haar goed onderhouden kerkje te houden.

De geportretteerde kluizenaars hielden er bijzondere onderkomens op na. Zo woonde Ben Ballenger uit Tennesee in een grot, de Zwitserse Adam in een huis dat deels uit dennenappels was opgetrokken en Ome Rick in een woonwagen op de Sint Pietersberg. Ze hadden vaak een eigenzinnige leefstijl. Zo sliep Jan Ponsioen uit Lisse overdag, terwijl hij 's nachts aan een perpetuum mobile werkte, meende Cornelis Reitsma dat hij de machthebber van Europa was en communiceerde Iebeltje Kingma uit Friesland uitsluitend op rijm (ze stouwde een toegewezen schip op het droge vol spullen en woonde zelf in een hokje ernaast).

Het Dolhuys is sinds januari geopend. Het is gevestigd aan de Haarlemse Schotersingel, in het voormalige pest-, leprozen- en dolhuis, waar later ook dronkaards en andere onaangepasten werden ondergebracht. In de afdeling waar vroeger prostituees met syfilis verbleven, is nu een creatief atelier, waar cliënten van regionale instellingen terecht kunnen. In een ander gedeelte is een artotheek met kunstwerken van GGZ-cliënten. In het Dolhuys werken circa vijftig vrijwilligers, deels met een psychiatrisch verleden.

Conservator Floris Mulder over het doel van het museum: ,,Het was een initiatief van regionale psychiatrische ziekenhuizen die hun historische collecties wilden tentoonstellen. Maar het is veel breder geworden. We willen mensen prikkelen over hun vooroordelen ten aanzien van `gek en normaal'. Een op de vier Nederlanders is rijp voor de geestelijke gezondheidszorg. Daarnaast willen we de psychiatrie meer bekendheid geven.''

Als je kasten opentrekt, worden de levens van diverse hulpvragers geëvoceerd en in een witte, gewelfde dolcel zijn op de muur zwart-wit filmbeelden van vroegere – wreed ogende – behandelmethoden te zien. Vanuit de indrukwekkende kamer van een psychiater spreken bekende Nederlandse psychische heelmeesters je vanuit de hoogte via filmbeelden toe, geprojecteerd tussen een portrettengalerij met coryfeeën als Laing, Trimbos, Bastiaans en Foudraine.

De geschiedenis van de psychiatrie qua zienswijzen, maar ook in de Nederlandse instellingen, komt aan bod (inclusief dwangstoel en shockapparaat). En om te kijken hoe het met je zelf gesteld is, kun je met een computer allerlei tests doen, zoals de Rohrschach-, Sondi-, Heymans-, Lavater-, depressie- en de hersenhelftentest.

`Paradijsvogels of zorgmijders' tot maart 2006. Informatie: 023-5410670 of

www.hetdolhuys.nl