Tussen kunst en formulieren

In de vijver van het Van Abbemuseum staat een rode Turkse vrachtwagen uit de jaren veertig, overvol geladen met in netten verpakte voetballen. Het is de Truque Truck van kunstenaar Hüseyin Alptekin, een onderdeel van de tentoonstelling EindhovenIstanbul. De bezoekersgids meldt dat de felgekleurde ballen ,,plezier en consumptiecultuur'' uitstralen, en dat de versleten vrachtwagen associaties met arbeid oproept. ,,Alptekin brengt twee soorten menselijke ervaring samen om op subtiele wijze de relatie te onderzoeken tussen Oost en West, die door Turkije wordt belichaamd.''

In zijn dubbelrol als directeur van het Van Abbemuseum en curator van de negende Biënnale van Istanbul sloeg de Engelsman Charles Esche afgelopen zomer twee vliegen in één klap. Twee weken na de opening in de Turkse metropool begon op 1 oktober EindhovenIstanbul, die bestaat uit toonaangevende kunstwerken uit alle vorige Biënnales van Istanbul en een selectie van de Eindhovense museumcollectie. Esche zegt dat 2005 ,,een perfect gekozen jaar'' is voor EindhovenIstanbul: ,,Turkije staat politiek zeer in de belangstelling. Op zo'n moment willen de mensen álles van zo'n land weten, ook op cultureel gebied.''. Zowel pers als publiek is dan ook bijzonder geïnteresseerd in de tentoonstelling. In 2008 zijn de presidentsverkiezingen in de VS, dan wil Esche aandacht besteden aan het westen van de States. Ook daar zal hij – zoals nu – zoeken naar het menselijke aspect, want dat vindt hij belangrijk in een museum.

Vooralsnog oefent Turkije de grootste aantrekkingskracht uit op Esche. Hij omarmt het land, in het bijzonder Istanbul, waar hij dit jaar twee maanden voor zijn werk verbleef. Esche is van oordeel dat Turkije tot de Europese Unie moet worden toegelaten. ,,Mensen die menen dat de EU een christelijke basis heeft, vergissen zich. De grondslag van de EU is de Franse revolutie. De EU is seculier, net als Turkije, ook al wonen daar vooral moslims.'' Ruim een jaar is de jongensachtige Esche directeur van het Van Abbemuseum. Het stoort hem, vertelt hij in redelijk goed Nederlands, dat hij op bureaucratie stuit. Niet alleen in Eindhoven, ook in de EU. Hij herinnert zich de ellenlange vragenlijst die hij heeft ingevuld om Europese subsidie te krijgen voor EindhovenIstanbul. ,,De EU-formulieren waren stukken gecompliceerder dan die van andere subsidieverstrekkers. Maar goed, de EU heeft wel antwoord op bepaalde vragen nodig. Die financiële bijdrage was zeer welkom, ook al vormde die maar een bescheiden deel van onze begroting'', vertelt Esche.

Dan zegt de Brit dat de EU nog niet veel beleidsmatige betekenis heeft voor de kunst, want ze heeft geen eigen kunstbeleid. De aangesloten landen bepalen dat zelf. ,,Trouwens, kunst kent geen grenzen, kunst is iets tussen mensen, vaak één op één: de kunstenaar moet de verbeelding van de toeschouwer voeden.''

Van de andere kant is hij blij dat het verenigde Europa er is. Dankzij de EU-regels, verduidelijkt hij, kan hij probleemloos in Nederland werken, en daarvoor in Zweden waar hij tussen 2001 en 2004 leiding gaf in Rooseum, een kleinere kunstinstelling in Malmö. Esche, wiens ouders uit de DDR vluchtten, woonde ook in Schotland en Denemarken. Hij voelt zich een Europeaan, of een wereldburger. Na EindhovenIstanbul volgen ooit nog EindhovenSeoul en wie weet EindhovenJakarta, verzekert hij.