Toeleverancier wordt spil van hightech ratrace

De industrie eist steeds meer van haar toeleveranciers. Vooral in de hightech sector in het zuiden des lands moet alles sneller, groter, internationaler en kennisintensiever. Deze week wordt de eerste fusie beklonken, want samenwerking is geboden. ,,Het is een ratrace waarin de toeleverancier geen keuze heeft.''

In de productiehal van toeleveringsbedrijf Nebato naderen drie medische scanapparaten hun voltooiing. De ligtafels voor de patiënt zijn al gemonteerd, net als de stalen armen waaraan de opnameapparatuur moet worden bevestigd. Er worden gaten geboord voor de bedrading. Per maand levert het in Eindhoven gevestigde Nebato, bouwer van apparaten waarin zowel mechanica en software als elektronica zijn verwerkt, tientallen scanapparaten aan Philips Medical Systems, wereldmarktleider op dit gebied.

Twintig meter verderop in dezelfde fabriek worden microscopen gebouwd voor Fei Company, een voormalige Philips-dochter die tot de wereldtop behoort als het gaat om elektronenmicroscopen. En in weer een andere hoek van de hal wordt de laatste hand gelegd aan een cd- en dvd-productiemachine voor de Nederlandse vestiging van het Duitse Singulus. De opdrachtgever hoeft alleen de lasertechniek nog maar zelf in te bouwen en de eindtesten uit te voeren.

Nebato heeft anno 2005 meer weg van een industriële machinebouwer dan van een toeleverancier voor bedrijven als chip-fabrikant ASML, printerfabrikant Océ, machinebouwer Stork en Assembléon, dat machines voor printplaten maakt. ,,De tijd dat we alleen een technische tekening uitvoerden en onderdelen afleverden aan de industrie is voorbij'', vertelt bestuursvoorzitter John Berghmans. ,,Onze opdrachtgevers worden steeds meer kop-staartbedrijven: ze bedenken wat voor product ze willen en als het klaar is, verkopen ze het aan hun klanten. Alles daartussenin – ontwikkeling én productie – wordt steeds vaker uitbesteed. Je kunt rustig spreken van een nieuw businessmodel.''

Deze trend werd eind jaren negentig zichtbaar. Berghmans: ,,Door de slechte economie, de wereldwijde concurrentieslag, de snelle ontwikkelingen in de technologie en de korte levenscyclus van producten zag de industrie zich genoodzaakt steeds meer productie uit te besteden naar het goedkopere Oost-Europa en Azië. Daar hadden wij als toeleveranciers in de regio veel pijn van.'' Meer kennis en schaalvergroting was het beste antwoord dat de toeleveranciers konden geven op de dreigende verplaatsing van werkgelegenheid naar het buitenland. Bovendien eiste de industrie steeds vaker dat toeleveranciers meededen aan investeringen in nieuwe ontwikkelingen, zodat de industrie zelf geld kan steken in conceptontwikkeling, marketing en verkoop. Berghmans: ,,Alleen door groter te worden en meer kennis in huis te hebben, kunnen wij onze opdrachtgevers laten zien dat we meer verantwoordelijkheid en meer projecten aankunnen.''

Reden voor Nebato om in april dit jaar fusiebesprekingen te beginnen met concurrent Te Strake in Deurne. Het zijn de eerste fusiebesprekingen in antwoord op de omwenteling die zich voordoet in de industrie, al bestaan er inmiddels wel tientallen samenwerkingsverbanden in de regio. Zoals rond Fei Company, een voormalige Philips-dochter die elektronenmicroscopen levert aan bedrijven als Samsung en Intel en zich omringd weet door een cluster van vijf toeleveranciers, waaronder Nebato, Sioux, Te Strake en Frencken. ,,Wij doen de conceptontwikkeling en de verkoop, onze toeleveranciers doen de productie'', aldus Rob Fastenau, algemeen directeur Europa van Fei. ,,Deze manier van werken betekent voor ons minder kosten en meer innovatiekansen. Het feit dat onze toeleveranciers concurrerende producten voor ons kunnen maken, betekent een enorme impuls voor de Nederlandse industrie. Anders was het verleidelijker geweest om in China en Oost-Europa te gaan shoppen.''

De fusie tussen Nebato en Te Strake heeft voordelen voor alle partijen, vinden de bestuursvoorzitters Berghmans en Hendrikse, die morgen het contract tekenen. Vanaf dat moment gaan beide bedrijven verder onder een nieuwe naam. De keuze voor elkaar was logisch, vinden beide topmannen. Berghmans: ,,We kenden elkaar omdat we in dezelfde regio zitten en vaak delen voor hetzelfde apparaat voor een klant leveren.'' Hendrikse: ,,Bovendien passen we als familiebedrijven goed bij elkaar qua cultuur.'' In vergelijking met Nebato maakt Te Strake apparaten die veel precisiebewegingen maken, zoals printerkoppen en robots die chips op printplaten plaatsen.

Maar ook de industrie profiteert van de inniger samenwerking. Met een gezamenlijke omzet van 84 miljoen euro in 2004 en 625 werknemers in totaal heeft het nieuwe bedrijf straks voldoende kennis, omvang, financiële middelen en productielocaties – in Nederland, China en Tsjechië – om aan de eisen van de opdrachtgevers te voldoen. Berghmans: ,,De industrie wil niets liever dan vertrouwde toeleveranciers. En met meer mensen en meer opdrachten kunnen wij als toeleveranciers onze concurrentiepositie verbeteren.''

Nebato breidde dit jaar uit met 25 mensen, Te Strake is nog bezig met de afwikkeling van een reorganisatie, maar laat wel zijn researchafdeling groeien om te kunnen voldoen aan de eisen van de industrie, die steeds complexere producten vraagt. ,,De apparaten die wij maken hebben een gemiddelde levensduur van drie jaar. Medische apparatuur iets langer, omdat ziekenhuizen met andere budgetten moeten werken. Dat tempo kunnen we beter aan als we straks meer mensen in huis hebben. Bovendien kun je een bredere en internationalere klantenkring bedienen, waardoor je risico's spreidt.'' De veelgehoorde klacht dat de industrie wereldwijd haar toeleveranciers `afknijpt', heeft geen rol gespeeld bij de fusie, volgens Hendrikse en Berghmans. ,,De industrie gaat echt niet minder knijpen als we gefuseerd zijn.''

Toeleveranciers die niet een of andere vorm van samenwerking zoeken, gaan een wisse dood tegemoet, stelt Henk Burks, hoofd ontwikkeling en innovatie van de Industriebank LIOF, de Limburgse ontwikkelingsmaatschappij. Het was de LIOF die, samen met de Brabantse Ontwikkelingsmaatschappij (BOM), Nebato en Te Strake stimuleerde om gesprekken te gaan voeren. ,,Je moet als toeleverancier tegenwoordig specialist zijn om aan de grote industrie te kunnen leveren. De industrie verwacht in toenemende mate dat hun toeleveranciers alle technologie zelf uitdokteren, zodat ze zelf die specialisten niet meer in huis hoeven hebben. Het is een ratrace waarin de toeleverancier geen keuze heeft. Door de globalisering is het voor de industrie veel makkelijker geworden om te shoppen tussen toeleveranciers. Als jij het niet levert, doet een Chinees bedrijf het wel.''

De angst voor teloorgang van de toeleveringsindustrie is niet ongegrond. De afgelopen vier jaar zijn in Zuidoost-Nederland 40.000 arbeidsplaatsen verloren gegaan bij toeleveranciers omdat industriële opdrachtgevers uitweken naar het buitenland. De hightech toeleveringssector in deze regio telt nu nog zo'n 125.000 medewerkers. Burks: ,,Veel kleine bedrijven kunnen de wedloop niet bijbenen. Zij zijn niet in staat zichzelf om te vormen tot kenniscentra voor de industrie en vrijwel zelfstandig producten te ontwikkelen. Door clustervorming te stimuleren, willen we voorkomen dat er meer bedrijven afsterven en daarmee kennis verloren gaat. Anders gebeurt met de Nederlandse technologiesector hetzelfde als met de textiel. Dan blijven alleen de kennisintensieve bedrijven over.''

Toch hebben de regionale ontwikkelingsmaatschappijen veel moeite om toeleveranciers te overtuigen van de noodzaak tot samenwerking. Burks: ,,Men houdt niet van veranderingen. Laat staan van fuseren. Men doet het liefst alles zoals men het altijd heeft gedaan. Daarom organiseren we lezingen, rondetafelgesprekken en bedrijfsbezoeken, zodat bedrijven elkaar kunnen leren kennen. Als we dan zien dat er iets moois groeit, trekken we ons stilletjes terug in de hoop op een vruchtbare afloop.''

Directeur Rob Fastenau van Fei Company bijvoorbeeld zit ,,niet te wachten'' op een fusie met zijn toeleveranciers. ,,Wij opereren in een zeer cyclische markt. We leveren apparatuur voor consumentenelektronica en in die business is het hollen of stilstaan. Het ene jaar groeien we hard, het volgende jaar gaan we wat achteruit. We moeten dus kunnen meebewegen met de markt. Dat kan alleen als we qua kosten flexibele toeleveranciers hebben. Als we hen in huis halen, zitten we aan hen vast. Voor hen zou een fusie ook niet handig zijn, want dan zouden ze niet meer voor verschillende opdrachtgevers kunnen werken.''

Voor Nebato en Te Strake daarentegen is de fusie zeker niet de laatste stap, willen Marc Hendrikse en John Berghmans wel kwijt. ,,We willen uitbreiden op het gebied van ontwikkeling. Want puur op productie red je het niet meer. Volgend jaar gaan we eens denken hoe we dat gaan realiseren.''