Noordelijke Kaukasus instabieler

Rusland heeft er een probleem bij. De veldslag in Naltsjik illustreert wat al twee jaar gaande is: de uitzaaiing van het Tsjetsjeense guerrilla over de noordelijke Kaukasus.

De veldslag in Naltsjik illustreert de groeiende instabiliteit in de noordelijke Kaukasus. De 280.000 inwoners tellende stad is de hoofdstad van de Kaukasische deelrepubliek Kabardino-Balkarië. Afgezien van sluimerende etnische spanningen was Naltsjik dit jaar ook toneel van gevechten tussen Russische troepen en islamitische rebellen. In december bestormden rebellen een kantoor van de Federale Drugsbestrijding en doodden ze vier agenten. Eind januari doodden ordetroepen zeven extremisten. President Poetin prees die aanpak. ,,Zo moet u opereren, pak ze harder aan.''

De situatie in Tsjetsjenië lijkt relatief rustig en dit jaar zijn er weinig terreuraanslagen. Maar islamitische rebellen voelen zich momenteel weer sterk genoeg voor soms grootschalige guerrilla-acties elders.

Zo neemt in de republieken Dagestan, Ingoesjetië en Karabino-Balkarië het geweld tussen ordetroepen en rebellen toe. In Dagestan zijn er wekelijks aanslagen op agenten, in Ingoesjetië werden vorige zomer in één nacht tientallen politieagenten gedood door rebellen in politie-uniform. In september volgde de bloedige gijzeling in het Noord-Ossetische Beslan.

Dit soort acties worden gepleegd door islamitische strijdgroepen, jama'ats, van vaak gemengde etnische samenstelling: onder de doden in Naltsjik in januari bevonden zich Russische bekeerlingen.

Het Kremlin neemt de Kaukasus inmiddels weer serieus, na zichzelf jarenlang in slaap te hebben gesust met het mantra dat de situatie normaliseert. Zo parkeerde Poetin in 2003 frivool een politieke rivaal als gezant in de Kaukasus, kennelijk als vorm van straf. Vorig jaar stuurde hij evenwel een zwaargewicht naar het zuiden, Dmitri Kozak.

Kozak liet deze zomer een alarmerend memo uitlekken. De Kaukasus dreigt Rusland uit de handen te glippen doordat maffiose clans de staatsbudgetten plunderen en de economie monopoliseren. Zo is de groeiende steun uit Moskou – de budgetten van de Kaukasische deelrepublieken stegen in vier jaar met 160 procent – zinloos. Armoede, werkloosheid en uitzichtloosheid maken de Kaukasus tot ideale visgrond voor extremisten: Kozak voorspelde een `dramatische toename' van religieus geïnspireerd geweld.

Het Kremlin zoekt nu naarstig naar nieuwe leiders. Het benoemen van loyale `outsiders' werkt niet, bleek in Ingoesjetië, waar het Kremlin FSB-kolonel Zjazjikov installeerde. Inmiddels is het daar even gevaarlijk als in Tsjetsjenië. In republiek Karatsjajevo-Tsjerkessië bleek vorig jaar eveneens dat vervanging van de leidende clan riskant is. De nieuwe man van het Kremlin raakte in opspraak toen zijn gewezen schoonzoon zeven zakenleden van de `oude clan' in zijn datsja vermoordde.

In Dagestan legde het Kremlin zich dit jaar neer bij voortzetting van de corrupte status-quo onder oud-partijleider Magomed Magomedali, maar in Karbardino-Balkarië dwong het onlangs een soortgelijk partijfossiel, Valeri Kokov, tot aftreden. Diens opvolger is zo rijk dat hij het staatsbudget relatief ongemoeid laat, zo hopen analisten. Dit soort leiders, deels krijgsheer, deels godfather, deels zakenman, is wellicht de enige hoop voor de Kaukasus, hoewel `Naltsjik' duidelijk maakt wat de rebellen ervan denken.