Levend kunstwerk

Op het visitekaartje van Henk Jurriaans, die maandag op 64-jarige leeftijd is overleden, stond de tekst: ,,gespecialiseerd in alles.'' Maar hij zal vooral de geschiedenis ingaan als de kaalgeschoren kunstenaar, die zichzelf in 1975 als ,,levend kunstwerk'' tentoonstelde in het Stedelijk Museum in Amsterdam – en daar 25 dagen lang met een broedende blik voor zich uit stond te kijken op een klein verhoginkje. Zijn stevige gestalte gehuld in een jurkachtige mantel, een ruimvallend model dat zijn leven lang zijn lievelingsdracht bleef.

Jurriaans werkte aanvankelijk als psycholoog en psychotherapeut en genoot in de jaren zeventig een goeroe-achtige reputatie in de spraakmakende goegemeente van Amsterdam. Zijn therapeutische opvattingen vatte hij zelf samen in de slagzin: ,,Ik ben oké, jij bent een lul.'' Wie tot zijn cliëntenkring toetrad, werd geadviseerd ,,te doen wat je lekker vindt en op te houden met wat je vervelend vindt.'' Daarmee was hij een typische vertegenwoordiger van de jaren zeventig, toen de mode voorschreef dat alles mocht en alles kon. Menigeen was in die dagen, mede door Jurriaans' charismatische uitstraling, danig in zijn ban. Traditioneler ingestelde psychologen toonden zich zelfs nogal verontrust over de invloed die hun opvallende collega op zijn omgeving had.

Met zijn optreden als ,,levend kunstwerk'' maakte Jurriaans een opvallende entree in de kunstwereld. Hij haalde er ook buiten de Nederlandse grenzen de pers mee, en moest menigmaal verklaren dat ieder mens in feite als een uniek kunstwerk kon worden beschouwd. Het Stedelijk Museum betaalde hem 2500 gulden voor zijn optreden – ,,een vriendenprijsje'', zei hij.

Zelf was hij inmiddels de vaste vriend en compagnon van de kunstenares Marte Röling geworden – een liaison die in de loop van de jaren tachtig ook nog drie andere vrouwen ging omvatten: de kunstenares Wanda Werner en de zusjes Alissa en Adriënne Morriën. Een kleurrijke woongroep, die eerst naar een grote boerderij in Weesp verhuisde en later naar een herenboerderij in Uithuizen, waar Jurriaans nu is gestorven.

Allengs verdween hij uit de publiciteit, omdat hij vooral de man werd die de technische uitvoering van de opvallende objecten van Marte Röling op zich nam. Zij ontwierp, hij bouwde en spoot de verflagen op het materiaal. Hij was, zei zij, ,,een technisch wonder'' met ,,gouden handen''. Jurriaans investeerde graag in technische apparatuur. Op het erf van zijn woning in Weesp had hij zelfs een gebouwtje vol video-apparatuur staan, waar op professionele basis tv-documentaires konden worden gemonteerd.

Jurriaans' eigen roem was intussen goeddeels voorbij. Maar dat beviel hem uitstekend. Wat dat betreft was hij zijn adviezen uit de jaren zeventig trouw gebleven: hij deed precies wat hij prettig vond.