Het recht à la Microsoft

De schikking die Microsoft deze week trof met RealNetworks was niet de eerste waarmee de softwaregigant een rechtszaak voorkwam.

Het is dat er geen foto's zaten bij de persberichten die RealNetworks en Microsoft afgelopen dinsdag verspreidden, anders was voor iedereen zichtbaar geweest wat ook al uit de ronkende teksten bleek: topmannen Rob Glaser (Real) en Bill Gates (Microsoft) glunderen van tevredenheid over de schikking. Beide partijen zien uit naar een ,,goede samenwerking''.

Microsoft betaalt 761 miljoen dollar, waarvan 460 miljoen in contanten. Deze schikking volgt op een rechtszaak die Real in 2003 aanspande omdat Microsoft inbreuk zou maken op de antikartelwetgeving. Voor consumenten zou het te moeilijk zijn RealPlayer, een programma dat beeld en geluid weergeeft, te installeren in Windows. Dat gaf Microsofts eigen Media Player een oneerlijk voordeel, vond Real.

Wie de tekst van de schikking bestudeert, ziet dat over RealPlayer gek genoeg bijna met geen woord gerept wordt. Microsoft belooft dat het Rhapsody, de muziekservice van Real, gaat ondersteunen. RealNetworks zegt op zijn beurt toe dat het zich ervoor zal inzetten abonnees van Rhapsody te wijzen op het gebruikersgemak van Windows Media Player. Kortom, Real accepteert dat het afspeelprogramma van Microsoft de mondiale standaard wordt en gaat zich richten op andere activiteiten. Voor ruim 750 miljoen dollar heeft het bedrijf van Gates aldus een concurrent uit de markt gekocht.

Het is niet de eerste keer dat Microsoft zich van deze strategie bedient. Sinds 2000 kiest het bedrijf er voor rechtszaken tot een einde te brengen voordat een rechter de kans heeft gehad een uitspraak te doen. Zo wordt niet alleen een juridisch oordeel voorkomen, en daarmee mogelijk schadelijke jurisprudentie, maar verdwijnt er meestal ook een concurrent van het toneel.

Zo werd in 2003 775 miljoen dollar betaald aan AOL Time Warner. Volgens dat bedrijf was het te moeilijk om in Windows AOL's browser Netscape te installeren. Als onderdeel van de schikking kreeg AOL het recht om zeven jaar lang gratis gebruik te maken van Microsofts Internet Explorer op zijn sites. Gevolg: twee jaar later surft 80,4 procent van de internetgebruikers met Explorer, 0,8 procent met Netscape.

Een volgende grote klapper maakte Microsoft in 2004 toen Sun Microsystems met bijna 2 miljard dollar werd verleid tot het stopzetten van alle rechtszaken die het bedrijf had aangespannen. Steen des aanstoots was het feit dat Suns programma Java, nodig om sommige internetsites te bekijken, niet door Explorer ondersteund werd. Microsoft betaalde 1,6 miljard dollar in cash, en zegde toe voor 350 miljoen aan technologie ter beschikking te stellen. In de praktijk betekent dit dat producten van Microsoft nu standaard meekomen met de servers die door Sun gebouwd worden, de belangrijkste activiteit van dit bedrijf.

Begin 2006 moet in Europa een versie van Windows komen zonder de ingebouwde Media Player. Dit na een uitspraak van de Europese Commissie. Er loopt een hoger beroep van Microsoft tegen de boete van bijna 500 miljoen euro die de Commissie oplegde voor inbreuken op de antikartelregels.

In 2003 schikte het bedrijf een zaak met een groep Californische computergebruikers die meenden dat ze door de monopoliepositie van Microsoft te veel geld voor hun software hadden betaald. Het grootste deel van de 1,1 miljard dollar die werd toegezegd werd uitgekeerd in vouchers. En wat kon de consument daarmee aanschaffen? Computerapparatuur en software. Van Microsoft, natuurlijk.