Het laatste ava-maal?

De standaarddoelstelling voor elk bedrijf luidt: continuïteit van de bedrijfsvoering.

Zo niet bij Begemann.

De Koninklijke Begemann Groep NV te Breda probeert zichzelf al sinds juni vorig jaar op te heffen. Maar dat lukt maar niet. De strategie van Begemann is, blijkens het recent verschenen jaarverslag, ,,het zo spoedig mogelijk bereiken van een voor aandeelhouders acceptabele exit-regeling''.

Begemann groeide in de jaren '80 uit tot een omvangrijke investeringsmaatschappij, waarin noodlijdende bedrijven werden ondergebracht. Het was de operatiekamer voor bedrijvendokter Joep van den Nieuwenhuyzen en zijn broer Jeroen. Op het hoogtepunt had Begemann een omzet van 1,4 miljard gulden. Na de HCS-affaire, waarbij Van den Nieuwenhuyzen werd verdacht van handel met voorkennis, ging het bergafwaarts. Joep trok zich terug, vocht de verdachtmaking aan en werd in 1995 vrij gesproken. Broer Jeroen bleef achter en bouwde de portefeuille langzaam maar zeker af. Tot er nog maar één participatie overbleef, in computerbouwer Tulip. Sinds afgelopen maandag is dat belang uitgebreid tot 66 procent.

Jeroen trad niettemin terug, waarna president-commissaris Tjerk Westerterp het roer als `tijdelijk bestuurder' overnam. Aan de oud-minister van Verkeer om het licht uit te doen.

Eerste stap in de exit-strategie is het plan om iedere aandeelhouder een uitkering te doen van twee aandelen Tulip. Het voorstel tot deze kapitaalsvermindering is vorig jaar goedgekeurd door de aandeelhouders, maar stuitte op verzet van een schuldeiser die 4,4 miljoen euro claimt. De rechtbank gaf hem gelijk. Begemann ging in beroep bij de Ondernemingskamer en wacht nog steeds op een uitspraak.

Morgen houdt Begemann zijn uitgestelde algemene vergadering van aandeelhouders (ava). De agenda is er een van alle jaren: goedkeuring van de jaarrekening, decharge van het bestuur, etc. Er zal geen nieuwe directievoorzitter worden voorgedragen, omdat de juridische onzekerheid over het Tulip-plan te groot is. Westerterp zal zijn tijdelijke termijn opnieuw moeten verlengen, terwijl hij ,,met smart'' wacht om ,,een streep onder Begemann'' te zetten.

Gelukkig is de bijna 75-jarige president-commissaris met het tijdelijk directie-mandaat, nog fit van lijf en leden. Maar om nog een reden kan hij rustig in functie blijven. Het was Westerterp die eind jaren negentig de leeftijdslimiet van 72 jaar voor commissarissen aanvocht, terwijl hij nog maar 65 was. Hij procedeerde tot en met de Hoge Raad. Die zaak verloor hij. Maar mede door zijn actieve lobby in Den Haag schrapte het toenmalige kabinet in 1999 uiteindelijk toch de wettelijke houdbaarheidsdatum voor toezichthouders.